
Enige tijd geleden verwees mijn huisarts me naar het ziekenhuis. Na een wachttijd van enkele weken werd ik poliklinisch geholpen. Binnen een kwartier stond ik weer buiten: het was een eenvoudige ingreep. Twee maanden later viel de rekening op de mat: precies 385 euro, mijn volledige eigen risico. Het dekte niet eens de volledige kosten, want die bedroegen bijna 600 euro. Onbegrijpelijk dat zo’n simpele behandeling zó duur moet zijn.
Ook bij de tandarts krijg ik te maken met opmerkelijke rekeningen. Voordat mijn gebit beoordeeld wordt, laat de tandarts mijn tanden reinigen door een mondhygiëniste. Die werkt volgens het vijfminutentarief. Voor mijn gevoel duurde de reiniging maar een paar minuten, maar er werd wel 25 minuten gedeclareerd. Ik had geen stopwatch bij me, en eerlijk gezegd ga ik er gewoonlijk vanuit dat mijn zorgverlener betrouwbaar is. Maar is dat vertrouwen wel terecht? Kunnen we er nog blind op vertrouwen dat zorgverleners eerlijk declareren?
In de wereld van ondernemers is het eenvoudig: er komt geld binnen uit de verkoop van producten of diensten. Dat is de omzet. Daar gaan kosten vanaf voor personeel, huisvesting en materialen. En natuurlijk belasting.Wat overblijft is de winst. Door die cijfers te analyseren kun je snel zien of een bedrijf succesvol is: winst betekent groei en voortbestaan, verlies leidt vroeg of laat tot sluiting. De verhouding tussen winst en omzet kun je uitdrukken in een percentage, en natuurlijk wil elke ondernemer dat percentage zo hoog mogelijk krijgen. Daar draait het immers om in een onderneming: zoveel mogelijk winst.
In jaarrekeningen vind je ook andere maatstaven, zoals de rentabiliteit: het percentage winst ten opzichte van het geïnvesteerde vermogen. Die verhouding geeft een ander beeld dan winst ten opzichte van omzet. Een fabriek met dure gebouwen en machines zal vaak een lagere rentabiliteit hebben dan bijvoorbeeld een thuiszorgorganisatie, die weinig meer nodig heeft dan een administratiekantoor en een telefooncentrale.
Particuliere zorgondernemingen bestaan al lang. De tijd waarin een huisarts nog 'gemeente-geneesheer' was, of het ziekenhuis in nog een ‘gemeenteziekenhuis’, ligt ver achter ons. Vandaag de dag hebben vrijwel alle zorginstellingen het karakter van commerciële bedrijven. Ze zijn vaak in handen van private investeerders en moeten winst opleveren voor de aandeelhouders. Ons zorgstelsel is in de afgelopen decennia dan ook grotendeels geprivatiseerd. Dat is een politieke keuze geweest, gebaseerd op het idee dat marktwerking zou leiden tot lagere prijzen en betere kwaliteit.
Maar de zorg is geen winkel. De relatie tussen patiënt en zorgverlener is fundamenteel anders dan die tussen klant en verkoper. In een winkel koop je iets omdat je het wilt, je betaalt uit eigen zak en vertrekt. De relatie is kortstondig en overzichtelijk. Als je tevreden bent, kom je misschien terug. Zo niet, dan niet.
In de zorg werkt dat anders. Je huisarts is formeel ook een ondernemer, maar het contact is vaak langdurig en gebaseerd op vertrouwen. Zelfs als je zelden komt, wordt er via je zorgverzekering maandelijks voor je betaald, er is een abonnement voor je afgesloten. En wanneer je komt met een gezondheidsklacht, merk je vaak niets van de kosten: die worden achter de schermen verrekend met de verzekeraar. Pas wanneer je je eigen risico moet aanspreken of een eigen bijdrage moet betalen, merk je hoe duur zorg eigenlijk is.
Gezondheidszorg lijkt zo steeds meer op een markt, maar het is er nooit écht een geworden. In plaats van concurrentie en transparante prijzen kregen we iets anders: hoge kosten, ondoorzichtige rekeningen en zorginstellingen die opereren als winst gedreven bedrijven. De vraag is: zijn wij daar als premiebetalende patiënt mee gediend?
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.