Logo Joop
De opiniesite van BNNVARA met actueel nieuws en uitgesproken meningen

Bart de Wever verkoopt lulkoek over een Vlaams-Nederlands samengaan

  •  
29-07-2021
  •  
leestijd 9 minuten
  •  
10418 keer bekeken
  •  
bdw

© Screenshot: Op1

Je hebt een lange geschiedenisles nodig om te laten zien dat hij ons op een dwaalspoor leidt
Wie de grens over rijdt naar Visé of vanuit Frankrijk naar Tournai weet meteen: hier begint België. Vlamingen en Walen mogen zelf denken dat ze als volkomen vreemden tegenover elkaar staan, omwonende volkeren weten wel beter: allemaal Belgen! De overeenkomsten zijn op elke straathoek zichtbaar. Fransen en Nederlanders lachen dan ook om precies dezelfde Belgenmoppen. Historisch is dat verklaarbaar. Alle Belgische provinciën maakten sinds de vijftiende eeuw deel uit van hetzelfde staatsverband. Niet voor niets schreef de Vlaamse chansonkenner Bart de Loo een paar jaar terug een fraaie geschiedenis van de Bourgondische tijd en niet die van Willem van Oranje. Daar liggen de wortels van het huidige België. Zo luidt het ware verhaal, dat je tegenwoordig aan beide zijden van de taalgrens overigens meestal niet straffeloos kunt vertellen.
Dezer dagen maakte de Antwerpse burgemeester en populistenleider Bart de Wever bij Op1 propaganda voor een samengaan van Nederland en Vlaanderen. Wallonië schoof hij terzijde. Dat was heel wat anders. Die Walen hadden er eigenlijk niets mee te maken. Bovendien – nog het ergste, dat kon je aan zijn misprijzende blik zien –  bovendien waren ze daar veels te links.
Als afgestudeerd historicus wist De Wever nu eenmaal dat wat zo organisch bij elkaar hoorde, ooit wreed gescheiden was. Ja, hij meende zelfs dat een hereniging een logistieke en industriële hub in het leven zou roepen van meer dan Europese betekenis. Tot zijn spijt hadden  te weinig mensen dat door.
Je hebt een lange geschiedenisles nodig om te laten zien dat De Wever ons op een dwaalspoor leidt. Jammer maar het is niet anders. Er valt niet onderuit te komen. Dat heb je wel vaker als politici met veel aplomb en gespeelde vanzelfsprekendheid lulkoek verkopen.
Onze gediplomeerde geschiedschrijver hield de olifant in de kamer zorgvuldig buiten zicht: Brussel. Dat heeft als tweetalig eiland in België een grote mate van autonomie maar is tegelijkertijd de hoofdstad van Vlaanderen en niet van Wallonië. Dat gewest heeft voor Namen gekozen. Wat moet een verenigd Nederland en Vlaanderen met Brussel aan? Geen wonder dat Bart de Wever daar maar zijn mond over hield. Jeruzalem is er niks bij, mocht zijn “herenigingsdroom” uitkomen. Naïeve Nederlanders denken misschien: het is al de hoofdstad van de Europese Unie. Dan maken we er toch gewoon een aparte politieke eenheid van net als het District of Columbia met Washington in de Verenigde Staten. Helaas, zulk een verkwanselen zullen rechtse Vlamingen nooit accepteren, Bart de Wever voorop. En de Franstaligen gaan nimmer akkoord met een al te Nederlands Brussel. Als je een burgeroorlog wil in België dan is radicaal morrelen aan de status van Brussel je beste optie. Dirk Draulans van Knack heeft daar in 2003 een mooie thriller over geschreven, De Charme van Chaos , die tweedehands nog wel te verkrijgen is. Nee Brussel is de grootste kei waarover Bart de Wever zal struikelen. Dat komt omdat onze historicus in de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog eens soort groot-Nederlandse vrijheidsstrijd ziet voor eigen taal, cultuur en karakter. Deze verouderde opvattingen kán De Wever tijdens zijn studie in de collegebanken van de Leuvense universiteit niet hebben opgedaan. De professoren daar zijn al heel lang wijzer dan dat. Hij zal het wel opgepikt hebben in de rechts flamingantische kringen waarin hij zich van huis uit zo in thuis voelt.
Nederlanders leerden vroeger op school dat “onze voorouders” in opstand kwamen tegen de tirannieke Spaanse koning Filips II, die protestanten levend als ketter liet verbranden. In dat verband vertelde de onderwijzer spannende verhalen over de Watergeuzen en Willem van Oranje. Uiteindelijk wisten de noordelijke Nederlanden zich te bevrijden terwijl de zuidelijke onder Spaanse overheersing bleven. Die gingen een donkere tijd tegemoet terwijl “wij” ons opmaakten voor de Gouden Eeuw. Daar klopt echter evenmin veel van.
Zeventien_provincien

© Kaart van de Zeventien Verenigde Nederlanden

Koning Filips II uit het huis Habsburg erfde van zijn vader de Zeventien Verenigde Nederlanden, in feite onafhankelijke vorstendommetjes met eigen wetgeving en bestuurssystemen. Ze deelden wel dezelfde vorst. Deze liet zich vertegenwoordigen door landvoogden en landvoogdessen die te Brussel in grote staatsie hof hielden. Zo werd dat de informele hoofdstad van de Zeventien Verenigde Nederlanden.
Filips II was een modern man die in zijn grote rijk  – behalve die 17 Nederlanden ook Spanje en Zuid-Italië – een zekere eenheid en orde wilde scheppen. Hij meende bovendien dat een van zijn traditionele misbruiken ontdane, stevig gereorganiseerde Katholieke Kerk als enige het geloof diende te verkondigen. Wie daarvan afweek, was een werktuig van de duivel en verdiende net als heksen de brandstapel. De meeste plaatselijke en regionale autoriteiten in de Zeventien Nederlanden vonden dat Filips II te veel doordreef en op deze manier gewapend verzet zou uitlokken. Zij stonden zelf meer religieuze tolerantie voor. Ook moest de koning niet proberen te morrelen aan plaatselijke en regionale vrijheden en privileges. Ze kregen gelijk. “1566 Beeldenstorm” moesten alle babyboomers uit hun hoofd leren. Filips liet daar keihard tegen optreden zodat het verzet steeds meer aanhang kreeg. Vooral in Vlaanderen namen calvinisten het voortouw. Filips II stuurde daarop zijn rechterhand de hertog van Alva als landvoogd naar de Nederlanden. Hij moest met contraterreur het aangetaste gezag herstellen. Na een jaar of tien kwam Filips II tot de overtuiging dat deze aanpak was mislukt. Hij gooide het over een andere boeg. De nieuwe landvoogd, Alessandro Farnese, de hertog van Parma kreeg de opdracht de Nederlanden een deal aan te bieden met de volgende hoofdpunten: als gewesten de katholieke godsdienst als enige toegestane accepteerden, zou koning Filips van zijn kant alle lokale en regionale rechten, vrijheden en privileges scrupuleus respecteren. Standvastige calvinisten kregen twee jaar de tijd om met medeneming van al hun bezittingen te vertrekken. Terugkeer in de katholieke moederschoot was uiteraard ook mogelijk.
Aanvankelijk hapten maar enkele gewesten toe. Zij vormden in 1579 onder regie van Parma de Unie van Atrecht. Dat was een antwoord op de veel grotere Unie van Utrecht, die enkele maanden eerder – in januari 1579  – tot stand was gekomen om de macht van Filips II in de Zeventien Verenigde Nederlanden definitief te breken. Daarna begon de hertog van Parma een militair offensief. Hij kon dat des te gemakkelijker doen omdat de situatie erg was gaan lijken op een burgeroorlog waarin katholieken tegen calvinisten vochten en koningsgezinden tegen volgelingen van Willem van Oranje, die de gehoorzaamheid aan Filips II officieel had opgezegd. In veel Vlaamse steden maakten radicaal calvinistische minderheden politiek de dienst uit waardoor de boel niet direct werd opgevrolijkt om het maar zachtjes uit te drukken. Dan leek het aanbod van Alessandro Farnese aanlokkelijk, het redelijk alternatief tegenover de scherpslijpers. Binnen een jaar of zeven keerde het zuidelijk deel van de Zeventien Nederlanden terug onder de hoede van de Spaanse koning. De calvinisten vertrokken met pak, zak en vaak rijke bezittingen naar het noorden, waar zij een zwaar stempel drukten op de cultuur, de taal en de levensstijl van de oorspronkelijke bevolking. Het huidige zwartekousendom is een deel van hun erfenis. Antwerpse calvinisten maakten Amsterdam tot het grootste handelsemporium van heel Europa. Ze hadden veel te maken met de oprichting van de Oost-Indische en de West-Indische Compagnie.
Sinds 1588 begonnen de noordelijke Nederlanden zich aan te duiden als de Republiek van de Zeven Verenigde Provinciën. De oorlogstoestand met de Spaanse koning bleef tot de Vrede van Münster in 1648 bestaan. De Republiek wist Noord-Brabant, Zeeuws-Vlaanderen en plukjes Limburg te veroveren. Deze streken werden tot 1795 als onderworpen gebied vanuit Den Haag bestuurd.
De overige Nederlanden bleven zich scharen rond de landvoogden in Brussel. Tot 1700 werden zij benoemd door de koningen van Spanje, daarna door de keizers in Wenen. Die toestand bleef gehandhaafd tot de legers van de Franse Revolutie zowel de Noordelijke als de Zuidelijke Nederlanden bezetten.
Er zit dus een grote mate van continuïteit in het bestuur van de Zuidelijke Nederlanden. Voor hen is er niets veranderd sinds de vijftiende eeuw. Ze raakten in bijna 350 jaar gewend aan een onderling samenwerkingsverband dat werd aangestuurd door een landvoogd met een rijke hofhouding in Brussel. Dat was uiteraard een buitenlandse overheerser, die als puntje bij paaltje kwam altijd het belang van zijn koning of keizer voorop stelde en niet dat van de onderdanen. Je moest dus met hem oppassen. Dit gegeven is een belangrijke oorzaak voor het geringe vertrouwen dat Belgen hebben in hun bestuurders en hun even geringe neiging om netjes belasting te betalen.
Even belangrijk is dat Franstalige en Nederlandstalige gewesten – beter gezegd: gebieden waar tal van Romaanse en tal van Nederduitse dialecten werden gesproken – dat die gewend raakten aan hun onderling staatsverband. België is veel ouder dan de in 1830 uitgeroepen staat van die naam. De taalgrens tussen Romaans en Germaans volgde al sinds de middeleeuwen ongeveer de oude Romeinse weg tussen Boulogne en Keulen. Wel sprak het hof in Brussel Frans. Dat was dan ook de meer deftige taal die steeds vaker ook gesproken werd door de elites in de van oorsprong Vlaamstalige gewesten zoals de landadel of de stedelijke bestuurders.
Hoe nauw dat onderling verband was blijkt uit het mislukte experiment van het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden, dat in 1815 werd gevormd en in 1830 al weer uit elkaar viel nadat Brussel in opstand was gekomen tegen het bewind van koning Willem I. De revolutionairen – een onwaarschijnlijke coalitie van katholieken en liberalen – stichtten de staat België en nodigden Leopold van Saksen Coburg met succes uit daarvan de koningskroon te accepteren.
Daarna ontwikkelde het nieuwe land zich in ijzingwekkend tempo tot de modernste industrienatie van het Europese vasteland. Het overvleugelde Nederland in alle opzichten. Dat was vooral te danken aan de kolen- en staalindustrie langs de Maas in Wallonië. Vergeleken daarbij bleef Vlaanderen achter. Dat was het arme deel van België. Zoals nu Afrikaanse jongetjes hopen door een Europese voetbalclub ontdekt te worden, droomden boerenjongens van een carrière als Flandrien, Vlaamse wielervedette in Frankrijk.
In het nieuwe België was Frans de taal van de macht.
Daardoor werd het Nederlands voor een belangrijk deel uit de hoofdstad Brussel verdrongen. Ook in Vlaamse steden als Gent of Antwerpen hingen Franstalige straatnaambordjes. Het Nederlands genoot er enige faciliteiten maar daar bleef het bij. Al in de negentiende eeuw begonnen Vlamingen een hardnekkige strijd tegen hun achterstelling in het zo schitterende België, dat overigens ontsierd werd door grote tegenstellingen tussen rijk en arm. Erkenning van het Nederlands als enige voertaal in Vlaamse provincies was een kernpunt van deze emancipatiestrijd maar het ging net zo goed om democratisering en sociale rechtvaardigheid. Noord-Nederlanders die daar gevoel voor willen krijgen, kunnen het best de Kapellekensbaan ter hand nemen, het magistrale boek van Louis Paul Boon. En daarnaast Lijmen van Willem Elsschot.
De campagnes voor het Nederlands kregen uiteraard een anti-Frans en anti-Waals karakter. Zo hebben Vlaanderen en Wallonië in de laatste anderhalve eeuw geleerd elkaar als tegenpolen te beschouwen zoals Bart de Wever bij Op1 weer eens op treffende wijze liet zien. Inmiddels zijn de oude Waalse industrieën te gronde gegaan terwijl Vlaanderen een enorme economische groei doormaakte. Nu zijn de rollen omgedraaid, ook numeriek.
Dat neemt niet weg dat de Vlaamse provincies veel meer ervaring hebben met de Waalse dan met de noordelijke Nederlanden, die de weg kozen, gewezen door gevluchte Vlaamse fundamentalisten. Daarom hebben in de ogen van buitenstaanders Vlaamse en Waalse streken behalve de taal zo ontzettend veel gemeen. En zo weinig met de buurlanden Frankrijk en Nederland.
Groot-Nederland is een mythe. Wat zou het een zegen zijn als Vlaanderen en Wallonië beseften dat de geschiedenis ze tot elkaar veroordeeld heeft. De liefde is misschien versleten maar ze zijn al zo lang bij elkaar dat een scheiding de partners toch doodongelukkig zou maken.
Bart de Wever is geen visionair maar een fantast, die verloren is gelopen in bedwelmende Dietse dromen, waardoor waarachtig al genoeg voortreffelijke Vlamingen van het pad af zijn geraakt. Enfin, lees het gedicht op August Borms door Willem Elsschot maar. We kunnen in Nederland beter niet naar de Antwerpse burgemeester luisteren.
Voor het overige ben ik van mening dat het toeslagenschandaal niet uit de publieke aandacht mag verdwijnen en de affaire rond het Groninger aardgas evenmin.
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.