Sfeerfoto van Joop
Joop
Joop

De Nederlandsche Bank biedt excuses aan voor slavernijverleden

President Klaas Knot vertelt over de praktijken van zijn historische voorganger
Joop

Antihomogeweld: de ingewikkelde zoektocht naar mannelijkheid en seksualiteit

  •  
18-03-2014
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
BNNVARA fallback image
Oorzaken van antihomogeweld worden niet erkend
Recent onderzoek naar antihomogeweld van de Nationale Politie werd breed omarmd als bewijs dat niet Marokkanen, maar autochtonen het geweld veroorzaken. Maar ook deze claim berust op de aanname dat het geweld kan worden begrepen en bestreden met het aanwijzen van een duidelijke dadergroep. De politiek kan zich beter richten op de oorzaken van het geweld dan op het wijzen naar groepen, betoogt Laurens Buijs.
UvA-psycholoog Kai Jonas toonde zich in de pers desgevraagd opgetogen over de resultaten, omdat volgens hem een van de “hardnekkigste mythes” rond het antihomogeweld kan worden ontkracht. Dat “vooral 16-jarige Marokkaanse jongens op een scooter” het grootste gevaar vormen voor de veiligheid blijkt volgens Jonas “dus niet altijd waar”.
Op sociale media kwamen deze bevindingen onder vuur te liggen. Paspoortbezit is geen goede indicator voor etniciteit, riep de een. Ander onderzoek laat zien dat Marokkaanse jongens wel degelijk oververtegenwoordigd zijn als daders van antihomogeweld, riep de ander. En zo liet het rapport in plaats van duidelijkheid vooral een smeulende onbevredigdheid achter.
Deze discussie is kenmerkend voor de wijze waarop het Nederlandse debat over homo-emancipatie al sinds Pim Fortuyn verloopt. Hij bracht het inmiddels ingeburgerde idee in zwang dat ‘de multiculturele samenleving’ desastreuze gevolgen zou hebben voor seksuele emancipatie. 
Sindsdien zijn we homoacceptatie gaan zien als een proces met een duidelijk einddoel: de autochtone bevolking zou dat doel al nagenoeg bereikt hebben en dus “geëmancipeerd” zijn, terwijl de etnische en religieuze minderheidsgroepen nog achterop lopen of ergens in het proces zijn blijven steken.
Deze opvatting over homo-acceptatie verklaart waarom we met zoveel nostalgie zijn gaan praten over emancipatie: Nederland zou “niet meer zo tolerant zijn” als het ooit geweest was, en Amsterdam zou “geen Gay Capital van de wereld” meer zijn. Met andere woorden: we zouden “terug in de tijd” zijn gegaan, en dat allemaal door de komst van die vervloekte multiculturele samenleving.
Deze opvatting over homo-acceptatie verklaart ook waarom sociaal-wetenschappers de laatste jaren zoveel inspanningen hebben geleverd om “de staat” van “de homo-emancipatie” in Nederland in kaart te brengen. Immers, als homo-emancipatie wordt gezien als een proces met een duidelijk einddoel, dan is het ook mogelijk om te onderzoeken “hoe ver” we daar al in gevorderd zijn. Universiteiten en onderzoeksinstituten produceren aan de lopende band vuistdikke rapporten die de indruk wekken een sluitend antwoord te geven op de vraag bij wie de homo-emancipatie al “voltooid” is, en bij wie nog niet.
In het geval van antihomogeweld leidt dat tot een grote aandacht voor cijfers. Hoe vaak zijn homo’s slachtoffer van geweld? Neemt het geweld toe of af? Wat zijn de kenmerken van de verdachten? Deze vragen domineren het politieke debat over antihomogeweld.
Maar deze vragen blijken niet zo eenvoudig te beantwoorden. Antihomogeweld wordt nog niet lang genoeg bijgehouden om betrouwbare uitspraken te doen over trends op lange termijn. Uit een eventuele stijging in die trend kan overigens ook niet geconcludeerd worden dat het geweld toeneemt; hoogstens dat er meer aangiftes bij de politie geregistreerd worden, wat ook als positief gezien kan worden na jarenlange inspanningen om de aangiftebereidheid op te krikken. Van onderzoek uit de jaren ’80 weten we bovendien dat ernstig antihomogeweld ook toen al geen incidenten waren in Amsterdam. En “daderkenmerken” zijn vaak subjectief en daardoor nauwelijks ondubbelzinnig te categoriseren.
Ons denken over emancipatie nodigt dus uit tot het stellen van vragen die door de aard van de beschikbare gegevens slecht te beantwoorden zijn. Bovendien zijn deze vragen oppervlakkig, want door al het schermen met cijfers, het wijzen naar groepen en het nostalgische mijmeren over een beter verleden heeft niemand meer aandacht voor de oorzaken van het geweld.
Waarom leidt homoseksualiteit soms nog steeds tot maatschappelijke uitsluiting? Welke aspecten van homoseksualiteit leiden vooral tot weerstand, en in welke context? Is er een verband tussen antihomogeweld en andere soorten geweld?
Stuk voor stuk vragen die niet voortkomen uit de behoefte om te weten hoe “ver” de homo-emancipatie gevorderd is, maar die slechts praktische handvatten willen geven voor het begrijpen en bestrijden van het geweld.
Het onderzoek dat ik in 2008 deed met collega’s Gert Hekma en Jan Willem Duyvendak wees uit dat het geweld veel te complex is om een duidelijke groep als schuldige aan te wijzen – of dat nou ‘moslims’ zijn of ‘blanke mannen’.
Wij vonden dat het geweld voor een belangrijk deel voortkomt uit de ingewikkelde zoektocht van jongens naar hun mannelijkheid en seksualiteit. Deze oorzaak is allesbehalve voorbehouden aan een duidelijke maatschappelijke groep. Diepgewortelde emoties over seksualiteit en ingesleten verwachtingen over mannelijkheid en vrouwelijkheid kennen een lange geschiedenis en raken alle groepen in de samenleving.
Het is goed dat de Nederlandse politie steeds meer stappen neemt om geweld tegen homo’s te registreren. Maar deze cijfers kunnen niet gebruikt worden om groepen aan te wijzen die verantwoordelijk zouden zijn voor het geweld, of om uitspraken te doen over “de staat van de homo-emancipatie”. Het is tijd voor een pragmatische aanpak die de oorzaken van het geweld erkent.
Laurens Buijs is sociaalwetenschapper aan de Universiteit van Amsterdam en namens stadspartij Red Amsterdam (Lijst 6) verkiesbaar voor de gemeenteraad. 

Meer over:

opinie, leven

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (7)

OrwellwasRight
OrwellwasRight18 mrt. 2014 - 19:44

Dank voor dit duidelijke betoog. Helaas is het niet het verhaal dat de meeste mensen willen horen... Uit eerdere discussies op deze site bleek dat een zeer grote groep mensen vooral erg gretig is op een verhaal met duidelijke scheidslijnen. Allochtone daders, autochtone slachtoffers, een probleem veroorzaakt door Marokkanen: dit blijkt een geruststellend beeld van de werkelijkheid te zijn... Een verhaal waarin vraagtekens worden geplaatst bij de wijze waarop de seksuele identiteit van jongens wordt vormgegeven is daarentegen voor de meeste mensen veel te confronterend. Om een schets te geven van het probleem: men stelt zich een witte Nederlandse man voor die breeduit kwaad spreekt over homo-vijandige Marokkanen, vervolgens zelf in het voetbalstadion meejoelt over homo's en het uiteindelijk stiekem zelf ook eens met een man wil proberen, een keertje maar.

Klapschaats2
Klapschaats218 mrt. 2014 - 19:44

Ik heb veel liever een goed beeld van de daders, zodat homo's in vrijheid hun leven kunnen leiden, ook in de openbare ruimte. Wellicht is het toch verstandig voor een beperkt aantal misdrijven de (dubbele) etniciteit icm met religie te registreren. En vooral de laatste is de zwaarwegende factor naar mijn idee.

Sonia2
Sonia218 mrt. 2014 - 19:44

Achter de kist van Pim Fortuyn in Rotterdam liepen allemaal van die potenrammers-typen. Zo complex is het.

Marrco
Marrco18 mrt. 2014 - 19:44

Inderdaad heb ik me ook regelmatig afgevraagd waar nu eigenlijk de homohaat vandaan komt. Vooral puberjongens hebben voortdurend de neiging zichzelf en elkaar te bewijzen hetero te zijn en koesteren vaak een bijna pathologische angst om voor homoseksueel te worden aangezien. Alsmede een rare neiging anderen voor homoseksueel uit te maken als was het iets heel ergs. Dit kom je echt ook bij blanke jongens en wat dommige blanke mannen tegen. Waar komt het vandaan? Religie? Hormonen? Hollywood? Of is het gewoon een soort virus dat van individu op individu wordt overgebracht? Net zoals bijvoorbeeld de angst voor heksen in de middeleeuwen?

1 Reactie
ThomasWagenaar
ThomasWagenaar18 mrt. 2014 - 19:44

Het is een vicieuze cirkel; vaders en oudere broers en hun vrienden spreken kwaad over homo's, jongere jongens nemen dat over, enzovoort. Gelukkig lijkt het steeds meer zo te zijn dat door alle voorlichting en acceptatie van homoseksualiteit in films en op tv ervoor zorgt dat empathie voor homo's wordt geactiveerd. Ik merk dit voor de klas, maar vooralsnog wel bij VWO niveau. Daarentegen zal het altijd 'raar' blijven, omdat het zo moeilijk is voor te stellen om romantisch of seksueel contact te hebben met een geslacht waar je niks voor voelt. Dat is puur natuur, is denk ik weinig aan te doen.

[verwijderd]
[verwijderd]18 mrt. 2014 - 19:44

Onder vrouwen is de homofobie echt niet veel minder. Vooral onder de religieuzen. Elke vrouw met een hoofddoek beschouw ik al als iemand die haar kind niet meer zal accepteren als die op het gelijke geslacht valt. Geweld is idd vooral een mannenprobleem. Homofobie echt niet

1 Reactie
Jansen & Jansen
Jansen & Jansen18 mrt. 2014 - 19:44

[Elke vrouw met een hoofddoek beschouw ik al als iemand die haar kind niet meer zal accepteren als die op het gelijke geslacht valt.] En waarop baseer je dat dan? Als je een vrouw met hoofddoek ziet dan weet je zeker dat ze een hoofddoek draagt. Je kunt in redelijkheid aannemen dat ze de Islam aanhangt. En verder weet je niets.