
Ik eet mee aan Afghaanse tafels waar ouders vol emoties praten over de toekomst van hun kinderen. Ik zit in Marokkaanse huizen waar het racisme uit het Haagse hard aankomt, harder dan ze laten zien. Ik vier met Surinaamse families de feesten, waar tussen de bara’s en de pom door precies wordt besproken wat een politicus net weer heeft gezegd. Ik sta niet aan de kant, ik ben al jaren bestuurder van stichtingen, adviseur, vriend.
Wat in Den Haag gezegd wordt, blijft niet in de Tweede Kamer hangen. Het zakt de samenleving in, wordt doorverteld, gedeeld, uitvergroot. In de media, De Telegraaf en op YouTube. Een gisteren gepubliceerd rapport van de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme laat zien hoe dat precies werkt: uitspraken van Kamerleden over bevolkingsgroepen hebben grote invloed op sociale media.
Hoe vaker en negatiever politici praten over “massa-immigratie”, “botsende culturen” of hele groepen die aan criminaliteit worden gekoppeld, hoe meer discriminerende taal daarna online normaal wordt. Wat eerst onfatsoenlijk was, wordt “debat”. Wat debat was, wordt normaal. En wat normaal is, wordt werkelijkheid. Zo zijn we vervormd als samenleving naar een samenbeving!
Voor de Afghaanse jongeren die ik ken betekent dit: weer uitleggen dat ze niets te maken hebben met de Taliban, terwijl hun ouders, artsen, zakenlui, mijn medebestuurders juist daarvoor zijn gevlucht. Geen wonder dat ze naar London of Dubai gaan voor hun verdere studie. We raken talenten kwijt. Voor Marokkaanse jongens: weer bewijzen dat ze geen stomme statistiek zijn. Ze halen goede cijfers op school, willen de zorg in. Voor Surinaamse Nederlanders raakt het een oud verhaal. In mijn stad is 15 procent Surinamer. Suriname is een belangrijk deel van de identiteit van Almere, maar ook van de Nederlandse geschiedenis: slavernij, contractarbeid, Koninkrijksbanden. Ik spreek soms op Keti Koti. Organiseer mede multiculturele projecten met deze groepen in de stad.
Al generaties lang klinkt dezelfde waarschuwing: je moet twee keer zo goed zijn, blijf rustig, laat je niet provoceren. Maar hoe rustig blijf je als jouw bestaan steeds politiek voer is?
Democratie heeft vertrouwen nodig, vertrouwen dat je niet eerst hoeft te bewijzen dat je erbij hoort. Als politieke taal groepen als probleem of bedreiging ziet, vreet dat aan dat vertrouwen. Ik hoor het vaak: “Waarom zou ik nog stemmen? Ze praten toch altijd over ons.”
Democratie sterft niet ineens. Ze slijt langzaam, door precies die kleine stappen waarin meer dingen acceptabel worden, door generalisaties die normaal lijken, door het idee dat sommige Nederlanders er alleen bij horen onder voorwaarden.
Toch zie ik ook veel kracht: Surinaamse families die trots en humor combineren, Marokkaanse ouders die hun kinderen leren doorgaan met hun studie, Afghaanse gezinnen die vrijheid blijven waarderen, hoe moeilijk ook. Die kracht is groot. Maar het mag nooit een excuus zijn voor politici om woorden te gebruiken die mensen kleiner maken.
De vraag is niet of Afghanen, Marokkanen en Surinamers loyaal genoeg zijn aan Nederland. De vraag is of Nederland loyaal blijft aan zijn eigen belofte: dat iedereen hier gelijk is.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.