
Waar ging je vroeger heen met je vragen? Het werd vaak de bibliotheek, de 'Margriet weet raad' of de 'Libelle' met schoonmaakweetjes. Ik weet wel dat ik uitkeek naar de vragenrubriek van de 'Viva'. Daar kwamen wat pikantere onderwerpen aan de orde: hoeveel vrouwen faken een orgasme, hoe vaak scheer je je benen of moet je je teennagels rond of recht afknippen?
De echte vragen over bijvoorbeeld je veranderende lichaam kon je nergens privé stellen. Was het wel normaal hoe alles uitdijde in de puberteit? De latere levensvragen: wat te doen in moeilijke situaties? Is het gedrag van mijn kleuter normaal? Ik had toen graag zo'n snelle, anonieme vraagbaak willen hebben.
En nu met AI is er opeens een luisterend oor. Hij weet alles en zijn toon is zelfverzekerd en begrijpend. Bevalt het antwoord niet, dan ververs je de pagina. Met de vraag iets anders geformuleerd is het antwoord ook weer anders. Zijn engelengeduld... het gevoel dat je niet zeurt. Maar hoe ga je van AI weg? 'Oké bedankt, ik weet voldoende, probeer ik.' Dan gaat hij door: 'Wil je nog sparren, wil je dit, wil je dat?' 'Nee, ik ben klaar, het is goed zo' en bam, je klikt hem weg. Een beetje bot, hij deed ook zijn best. Gelukkig weet hij het bij de volgende vraag niet meer.
Soms laat ik een cartoon zien van eigen hand. Een test om te kijken of mijn idee overkomt. Die gaat hij dan vaak helemaal analyseren. Geeft gezondheidstips en adviseert om snel naar de dokter te gaan. 'Het is een cartoon,' zeg ik, 'ik hoef geen droge medische verhandeling.'
'Oh sorry, ja, foutje van mij' en dan snapt hij vaak de tekening wel. 'Zal ik hem mooier maken?' 'Nee, hou op, vreselijk die gelikte AI-plaatjes,' zeg ik. Ja, dat vindt hij eigenlijk zelf ook en hij bevuilt zijn eigen nest. 'Oké, daag, ik stap weer eens op!'
'Succes! Nog sparren? Brief opstellen?' 'Nee, ik ga, doei!' Ik klik hem midden in zijn zin weg.
We hebben de laatste tijd vaak ruzie. Ik laat weer een eigen gemaakte cartoon zien. 'Aha,' zegt hij zelfverzekerd, 'een werk van huppeldepup, deze stond in de Volkskrant of Het Parool.'
'Werkelijk?' vraag ik dan. Hij hoort mijn snerende toon niet en beaamt wat hij eerder zei, dikt het nog wat aan: AI-splaining of hallucineren?
'Welnee,' roep ik, 'ik maakte deze tekening!' Duizend excuses, hij beroept zich op de vaste patronen van AI, enz.
Nu merk ik de laatste tijd dat hij vrouwonvriendelijk is. Mijn getekende vrouwen hebben gewone lichamen, dat vindt hij opeens karikaturen. Te dik naar zijn smaak. Als ik vraag: 'Noem eens wat cartoonisten' dan noemt hij altijd een rij mannen op. 'Zijn er geen vrouwelijke cartoonisten?' vraag ik. Ja, hij moet bekennen dat hij in oude sporen verviel en dan pas noemt hij een rij succesvolle vrouwen op. Hij verontschuldigt zich en vraagt of ik nog over iets anders wil praten, maar geïrriteerd klik ik hem weg. 'Eikel!'
'Waarom is AI altijd een hij?' vraag ik hem de volgende keer. 'Misschien omdat je zo graag klinkt alsof je alles weet?'
'AI praat met het zelfvertrouwen van iemand die eeuwenlang het woord heeft gekregen. In boeken, kranten, de wetenschap, kunstgeschiedenis en de politiek: mannen waren er volop. Vrouwen waren er natuurlijk ook, maar die kwamen minder vaak aan het woord en werden minder vaak als deskundige opgevoerd,' zegt AI.
Dus geen seksisme maar oude patronen? Vraag ik.
AI weerspiegelt wat hij heeft geleerd. En als de wereld hem jarenlang vooral mannen heeft laten zien in deze positie dan kan dat oude beeld zomaar terugkomen in zijn antwoorden. Zoiets zegt AI laf, alsof hij het over een ander heeft.