
Het is een gezegde uit Centraal-Afrika dat vrij vertaald luidt: “Negeren is heel dom, als in de savanne gebrul van de leeuwen te horen is. Maar wegrennen richting de andere kant van de savanne is nog dommer.” De redenering hierachter: de tandeloze oude leeuwen brullen aan de ene kant van de savanne om de prooi in de val van de jonge leeuwen en hun scherpe tanden aan de andere kant van savanne te drijven.
Het zijn brullende tijden in ons land en dat antidemocratisch gebrul laat zich de afgelopen dagen en weken behoorlijk horen. Dezelfde groepen worden door extreemrechts opgetrommeld naar verschillende steden en dorpen om daar de zorgen en vragen van burgers rond de komst van een asielopvang om te zetten in intimiderende en vaak gewelddadige acties. Vooralsnog vind ik de reactie van onze premier hierop er een van een typische fixer: er is een probleem, dat maken we klein, isoleren we van grotere en diepere vragen en gaan het als zodanig oplossen. Een ABC: A) veroordeling van iedere vorm van geweld tijdens demonstraties B) begrip voor de zorgen van omwonenden gevolgd door de “we moeten beter naar de burger luisteren” riedel. C) er komt een strenger asielbeleid aan, op den duur komen er minder asielzoekers, dus no worries.
Wie een beetje oplette, herkent dit ABC als een vaak toegepaste tactiek van ons langstzittende premier, Mark Rutte. Naar ik vrees is hij hét rolmodel van Rob Jetten en een hele generatie politici en top-bureaucraten die momenteel in Den Haag aan de knoppen zitten. Naar ik vrees, want de fixers herkennen het gebrul van onze tijd niet. Of erger nog, zonder te beseffen dat het een teken des tijds is en dat het voor een veel groter gevaar staat, rennen ze juist van het gebrul vandaan, met alle perverse en rampzalige gevolgen van dien. Aan het feit dat we anderhalf jaar lang het rariteitenkabinet van Schoof, het meest extreemrechtse kabinet sinds de Tweede Wereldoorlog, moesten ondergaan, juist naar aanleiding van dit thema, lijken de zittende politici helemaal niet herinnerd te willen worden.
Het zijn brullende tijden en ik hoop dat ik het mis heb, maar ik vrees dat Jetten I veel te veel op Rutte IV lijkt om daartegen opgewassen te zijn.
Opnieuw, als reactie op maatschappelijke desintegratie, komen er sterke, onderbewuste collectieve krachten op in de samenleving die ons richting het aanwijzen van een zondebok duwen, zoals dat al zo vaak in de geschiedenis van de mensheid is gegaan. Opnieuw is het monster van het onbehagen opgestaan, opnieuw is er een collectieve honger naar het offerritueel.
Wat drijft zoveel Nederlanders er heden ten dage toe om in asielzoekers het grootste gevaar voor de samenleving, voor hun stad en dorp, hun gezin en dierbaren te zien? Wat is de drijvende kracht achter deze perceptie?
De Frans-Amerikaans antropoloog en literatuurwetenschapper René Girard (1923-2015) liet in zijn baanbrekende werk zien dat de mensheid vooral wordt gedreven door wat hij ‘de mimetische begeerte’ noemde. Mimetische begeerte is het verlangen om iets te hebben, louter omdat een ander het ook bezit. Etymologisch is mimetisch afgeleid van het Oudgriekse mimesis, dat 'nabootsing' betekent.
Omdat deze algemeen geldende begeertedrang van de mensheid telkens kan leiden tot uitbarstingen van hevige rivaliteit onderling en zelfs oorlogen van ieder tegen ieder (rondom wat schaars is), is in de menselijk cultuur een middel uitgevonden als effectief regulerende praktijk om vreedzaam samenleven te continueren: het offer. De zondebok wordt gezocht en gevonden telkens weer.
Of het nu Christus is, de heksen, de joodse bevolking, de vreemdeling, de vijandschap wordt buiten wat 'wij' moet voorstellen gezocht en op het altaar van de interne cohesie geofferd, om zo weer voor een poos samen verder te kunnen. Dat concludeerde Girard na het lang bestuderen van vele volkeren, mythes en verhalen.
Ieder tijdperk kent zijn eigen grote mimetische begeerte. In Nederland anno nu, waar een grote middenklasse is ontstaan van geïndividualiseerde burgers die niet gek veel van elkaar verschillen in hun inkomen en koopkracht (zij het, relatief gezien in en vergelijking tot elders in de wereld en tot hun eigen voorouders), is naar mijn mening de grootste schaarste niet materieel, maar sociaal-emotioneel. Wat het welvarende Westen en de meest individualistische landen in deze tijd het hardst teistert is niet een kwestie van materialistische aard, het probleem schuilt in een chronisch tekort aan sociale verbondenheid.
In krachtige welvaartsdemocratieën als de onze heeft de Staat (met hoofdletter, want oppermachtig) in toenemende mate zich ook de taak van het bewaken van de sociale cohesie toegeëigend. Door het wegvallen van het sociale weefsel en collectivisme van voorheen, door de ontkerkelijking, urbanisering en afgezwakte familiebanden, voelt het individu zich sociaal verweesd en ziet de burger zich vooral op de Staat aangewezen. Er ontstaat als het ware een nieuwe mimetische rivaliteit, een rivaliteit om de sociale erkenning van de Staat. En omdat het huis van de Verzorgingsstaat gegrondvest is op tegemoetkomende arrangementen voor degenen die tekort is gedaan, ontstaat er een mimetische rivaliteit rondom slachtofferschap.
Er is kortom voor de praktisch ingestelde fixers van het politiek bestuur een moeilijk te benaderen bron van rivaliteit ontstaan: de strijd om slachtofferschap. Wie is het meest tekortgedaan?
Middenin deze mimitische rivaliteit om de aandacht van de Staat en het opkomen van iedere burger voor eigen slachtofferschap, dient zich ‘de Vreemde Ander’ aan in de gedaante van hulpbehoeftige asielzoeker: de perfecte zondebok om de interne mimettische strijd om te zetten in een gedeelde haat jegens de Ander, die in zulke ogen wéll aandacht en zorg krijgt van de staat.
In dit licht moeten we het opzwellen van asielvraagstuk (dat feitelijk gezien niet de grootste beleidsmatige uitdaging van Nederland is) tot het grootste politieke issue van de afgelopen verkiezingen zien. Vanuit deze redenering zouden we beter kunnen vatten hoe eenvoudig extreemrechts de burgers heeft kunnen ophitsen tot een electorale keuze voor bruine politiek en het zwaaien met politiek geweld.
Dit alles is vooral een teken. Een teken des tijds. Dat we op zoek moeten naar een nieuwe, liefdevolle en bezielde collectieve betekenisgeving aan de samenleving en moeten werken aan het herstel van het sociale weefsel van de samenleving, als we niet opnieuw in de klauwen van de duistere rites van haat en fascisme terecht willen komen.
Het is een grootse opgave, die niet alleen toe te vertrouwen valt aan de fixers daar in Den Haag.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.