
Het is deze week vijfenzeventig jaar geleden dat de televisie in Nederland werd geïntroduceerd. En omdat sinds 1951 de publieke omroep begon met televisie maken, kunnen we ook spreken van vijfenzeventig jaar Nederlandse publieke televisie. Dat vraagt om een feestje!
Maar helaas is dit niet het moment voor ballonnen en taart. Want vijfenzeventig jaar na dato gaat het slecht met de Nederlandse publieke televisie. En hoewel dit proces al langer gaande is, is de situatie in de afgelopen jaren alleen maar erger geworden, door drie verschillende factoren.
Ten eerste komt dit door de bezuinigingen waar de publieke omroep al sinds de eeuwwisseling mee te kampen heeft. Maar waar de publieke omroep tien jaar geleden de zware bezuinigingen nog wist te overleven, is de publieke omroep nu nog harder geraakt dan voorheen. Niet alleen moesten veel bekende titels stoppen. Ook is er minder geld beschikbaar voor programma’s die juist alleen bij de publieke omroep gemaakt kunnen worden, zoals levensbeschouwing, cultuur en educatie.
Dat is terug te zien in de begroting die de NPO vorige maand publiceerde. Waar in 2024 de genres educatie, levensbeschouwing en documentaires respectievelijk ongeveer 12,5%, 4,5% en 5,5% van het budget kregen, is dat nu 11,5% educatie, 2,5% levensbeschouwing en 3,5% documentaires. Cultuur heeft met een percentage van 14,5% weliswaar 4% meer dan twee jaar geleden. Maar omdat twee jaar geleden het budget ook groter was, kunnen we nog steeds spreken van een bezuiniging.
Daarnaast heeft de publieke omroep ook last van de huidige streamingcultuur. Nu de kijker steeds meer on demand kijkt, moet de publieke omroep meegaan met de tijd en is ze al een tijdje aan het investeren in haar eigen streamingdienst NPO Start. Maar door dit veranderende kijkgedrag is de verleiding bij de publieke omroep groot om meer commerciële programma’s te maken (zoals reality, spelprogramma’s en series), om de concurrentie met Netflix en Videoland aan te kunnen. Denk aan programma's zoals De Grannies van Amsterdam, Wolven, Bovensloters en Knock Out Champs. Hoewel dit soort programma’s meer kijkers naar NPO Start trekken, is dit wel ten nadele van programma’s die voor de streamingmarkt niet boeiend of interessant zijn, denk aan cultuur, documentaires of educatie.
Maar specifiek voor de Nederlandse publieke omroep zijn de aangekondigde hervormingen fataal voor de pluriforme programmering. Waar de kijker bij de publieke omroep jarenlang kon genieten van een divers palet aan programma’s, gemaakt door verschillende omroepen, staan deze programma’s onder druk doordat de omroepen onderling verdeeld worden in vier omroephuizen. Het wetsvoorstel stelt dat alle omroephuizen verantwoordelijk zijn voor zowel alle genres als vertegenwoordiging van alle maatschappelijke stromingen. Hierdoor moeten de omroepen programma’s maken die een breed publiek als doelgroep hebben. En hoewel het belangrijk is dat elke Nederlander zich herkent in de programma’s, begint de Nederlandse publieke omroep door dit wetsvoorstel meer op de BBC te lijken, waardoor ze haar pluriformiteit juist verliest. En die pluriformiteit was juist de kracht van ons huidige publieke bestel.
Uit nieuwsgierigheid bekeek ik de afgelopen tijd regelmatig in de Schatkamer van Beeld & Geluid naar de publieke programma’s die zesentwintig jaar geleden gemaakt en uitgezonden werden. Het was werkelijk confronterend om te zien dat er toen veel meer budget was voor programma’s die tegenwoordig zo onder druk staan. Er was toen veel meer geld voor programma’s zoals TV3 en Kunststof TV (cultuur), Schepper & Co en Het Vermoeden (levensbeschouwing) en educatieve programma’s zoals Willem Wever en Sesamstraat, wat ook al heel lang niet meer gemaakt wordt. Niet omdat men het niet wil, maar omdat men het niet kan maken, vanwege geldgebrek en verschillende reorganisatierondes.
De publieke programmering ligt dus onder vuur, vanwege bezuinigingen, commerciële concurrentie en onnodige hervormingen. Het wordt dan ook eens tijd dat de politiek haar mediabeleid flink moet gaan aanpassen en de publieke omroep meer gaat waarderen. Dit betekent onder andere meer budget, zodat er meer geld gaat naar kwetsbare genres en naar een publieke omroep die zich staande kan houden tegenover grote streamingdiensten. En er moet een wijziging komen in het huidige wetsvoorstel, waarin er meer ruimte is voor programma’s die de omroephuizen kunnen gebruiken om zich te profileren, om zo een divers palet aan programma’s te behouden.
Laten we hopen dat er betere tijden voor de publieke omroep komen, waarin ze wél de waardering krijgt die ze verdient. En dat ze eindelijk weer programma’s kan gaan maken, zonder dat ze geconfronteerd wordt met de zoveelste bezuiniging of hervorming uit Den Haag. Hopelijk kan dit nog binnen vijf jaar plaatsvinden, zodat het evenement tachtig jaar publieke televisie wel een groot feest zal worden.