
Het missen van een literaire radar
Het blijft stil rond de schrijvende jongeman en jonge vrouw die aan de schandpaal zijn genageld wegens het gebruik van AI.
De man krijgt er meer van langs, omdat hij AI intensiever zou hebben gebruikt. Ik zoek informatie over hem op internet. Ik zie geen familiefoto's, op een portret na. Geen interview in Almere, geen toastende vriendengroep op zijn literaire successen. Een leeg profiel, op wat winfeiten na.
Wat bezielde deze man om zijn werk door een algoritme te laten schrijven?
Op 15 oktober werden vijf essays genomineerd voor de prestigieuze Zwagerman Essayprijs. Een dag later waren het er nog maar drie. Twee auteurs trokken hun inzendingen terug nadat er vragen rezen over hun AI-gebruik. Het studentenblad Propria Cures ontdekte het misbruik. De vrouw had AI meer als assistentie gebruikt, maar de detector Pangram gaf bij het werk van de man een score van 94 procent aan.
De jury had er kennelijk niet bij stilgestaan dat schrijvers AI zouden kunnen gebruiken. ‘Voortaan gingen ze alle inzendingen door een detectietool halen’, zei de jury achteraf. Ook was het de vakjury niet opgevallen dat AI citeerde uit een niet-bestaand essay van Zwagerman.
Deze man stond dit jaar bijna elke maand in de literaire schijnwerpers. Hij won de PEN/GAU Schrijfprijs, sleepte de eerste prijs in de wacht bij een wedstrijd van het Berg Literair Tijdschrift en publiceerde onder meer in De Groene Amsterdammer. Een jong, jaloersmakend talent, hij leek de code gekraakt te hebben. Na de ontdekking door Propria Cures verdween zijn werk van websites, kwaad over zoveel bedrog werd hij eruit gebonjourd.
Maar hoe is dit proces ontstaan, waarom gebruikte hij kunstmatige intelligentie? Was hij verblind door het snelle succes? Probeerde hij het misschien al jaren tevergeefs op de traditionele manier en dacht hij dat hij met een beetje digitale hulp eindelijk mee mocht doen? Werd die hulp ongemerkt steeds groter, lag hij er weleens wakker van?
Het zijn allemaal open vragen. Maar de belangrijkste vraag is misschien wel, hoe konden al die hoog aangeschreven literaire platformen zich zo vergissen?
Moeten we de conclusie trekken dat AI echte poëzie en essays kan schrijven? Op veel van deze sites staat toch werkelijk: 'we zoeken het beste van het beste, een strenge artistieke selectie op basis van kwaliteit.’ Iemand hoofdschuddend van de lijst gooien is makkelijk. Maar wat zegt het over die selectie als AI-gegenereerd werk er zo makkelijk doorheen glipt en zelfs wordt bekroond?
Ik mis hierin een eerlijke verbazing. ‘Jezus, we zijn erin getuind! We dachten oprecht een nieuw talent te ontdekken en lieten ons meeslepen.’ Dat mag je toch ook gewoon hardop uitspreken? In plaats daarvan verschuift de aandacht direct naar de vraag wie er nog meer stiekem AI gebruikt.
Het voelt zo onwerkelijk, deze massale voor de gek houderij van beide kanten. De auteurs hebben mogelijk bedrogen, maar de literaire wereld heeft zich ook pijnlijk laten misleiden. En over dat laatste hoor ik opvallend weinig.
Stel je voor dat alles in scène is gezet. Dat deze jongeman überhaupt niet bestaat, niet in Almere woont en dat er achter dit hele gedoe een stel oudere geraffineerde auteurs schuilgaan, die nu lachend vanaf de zijlijn toekijken.
Het doet denken aan de affaire rond Evi Aarens, het pseudoniem van Lodewijk van Oord. In 2021 verscheen de bundel Disoriëntaties, een complexe constructie van sonnettenkransen die werd toegeschreven aan een jonge vrouw. De Nederlandse poëziewereld was jaren in de ban van de vraag wie zij was. Er was alleen een foto van haar achterhoofd. De Poëziekrant ontmaskerde de auteur uiteindelijk in 2026: ze bleek een literaire creatie, een verzonnen identiteit. Van Oord wilde de letterkundige wereld ontregelen door haar te presenteren als een geniale jonge vrouw. Hij toonde aan dat de schrijfwereld een obsessie heeft voor de identiteit van vooral een jonge maker en niet voor de tekst zelf.
Zou het kunnen dat ook deze huidige AI-affaire iets wil blootleggen over onze literaire wereld? Dat er iets moet veranderen?
Je bent geen schrijver in hart en nieren als je een kunstmatige intelligentie je teksten laat schrijven. Maar je bent ook geen betrouwbare literaire autoriteit als je de machine verwart met de menselijke ziel.
‘We willen geen clichés en platgetreden paden,’ staat er prominent op menig poëtische site. En juist daar springt een algoritme er tussenuit. Misschien is de grootste vraag nu niet hoe deze auteurs de boel hebben kunnen bedriegen, maar waarom de letterkundige wereld zo gemakkelijk overtuigd wilde worden.