
Vandaag is het 16 maart. Voor sommigen is dit misschien een dag van vreugde: misschien is iemand vandaag jarig, misschien is het de dag waarop iemand trouwde, misschien is er ergens een kind geboren en werd iemand vader. Voor anderen kan het een dag van verdriet zijn, een dag waarop een geliefde werd verloren.
Maar voor de Koerden, en in het bijzonder voor de Koerden van Halabja, heeft 16 maart een heel andere betekenis.
Op 16 maart 1988 veranderde de stad Halabja in een plaats waar geen regendruppels vielen, maar bommen. Op bevel van dictator Saddam Hoessein regenden ze neer op de hoofden van Koerdische kinderen, vrouwen en mannen op hun huizen, hun dieren en hun natuur. De hemel was donker, niet door wolken, maar door gevechtsvliegtuigen die waren opgestegen om Koerdische burgers en hun leefomgeving te vernietigen.
De haat van Saddam was zo giftig dat hij die letterlijk omzette in een gifgasaanval op Halabja.
De geur van gifgas verspreidde zich sneller dan de wind. Kinderen ademden het in en vielen één voor één op de grond. Vaders probeerden hun kinderen met hun eigen lichaam te beschermen tegen het gas en stierven samen met hen. Moeders probeerden hun kinderen te beschermen, hen vast te houden, zodat ze niet alleen stierven. Gezinnen vielen naast elkaar neer op de grond.
Saddam had gezworen dat alles wat Koerdisch was, alles wat Koerdisch sprak, alles wat Koerdisch zong, alles wat naar Koerd-zijn rook, vernietigd moest worden.
Dit was geen fictiefilm. Dit was werkelijkheid. Een massamoord op de Koerden, uitgevoerd voor de ogen van de wereld.
En daarom mogen wij deze dag nooit vergeten.
Onze kinderen mogen deze dag nooit vergeten.
Onze kleinkinderen mogen deze dag nooit vergeten.
De mensheid mag deze dag nooit vergeten.
Meld je hieronder gratis aan voor Joop NL. Iedere donderdag een selectie opvallende nieuwsverhalen, opinies en cartoons in je mailbox.