
In #MijnEindeWereld delen we verhalen van mensen die met een bijzondere missie het einde van de wereld hebben opgezocht. We spraken met Willem en Suzanne, zij vertrokken samen naar Tanzania om met twee totaal verschillende carrières in hetzelfde ziekenhuis te gaan werken. Ze vertellen hoe ze in Tanzania terecht zijn gekomen, wat er daar anders is aan het werken in de zorg en hoe ze het leven met hun pasgeboren dochter voor zich zien in Afrika.
Wat deden jullie voordat jullie naar Tanzania gingen?
Suzanne: "Ik heb hiervoor mijn opleiding tot tropenarts gedaan. Die bestond uit een jaar gynaecologie en een jaar chirurgie in Nederland. Vervolgens ben ik voor het afronden van de opleiding een half jaar in Ghana geweest samen met Willem. Ons avontuur in het buitenland werd verlengd toen we te horen kregen dat we naar Tanzania mochten, om daar samen in een ziekenhuis te gaan werken."
Willem: "Ik werkte als projectmanager op Schiphol. Een vertrek naar het buitenland was dus eerst niet heel voor de hand liggend, maar samen met Suzanne wilde ik dit avontuur graag aangaan."
Wanneer ontstond het idee om in het buitenland te gaan wonen?
Suzanne: "Ik ben opgegroeid in Malawi, in Afrika. Eigenlijk had ik al zolang ik me kan herinneren het idee dat ik graag terug die kant op wilde. Dat is voor mij een belangrijke drijfveer geweest om tropenarts te worden. Toen wij een relatie kregen, stond een vertrek naar het buitenland al buiten kijf. Willem kon er eigenlijk niet omheen, haha."
Willem: "Ik ben inderdaad door Suzanne aangestoken met het ‘Afrika-virus’. We zijn daar een paar keer op reis geweest en dat pakte me dubbel en dwars in. Het lastige was echter dat mijn werk als projectmanager moeilijk te combineren is met Suzanne’s werk als tropenarts in het buitenland. Eigenlijk stuitte we per toeval op een vacature voor beide. In een ziekenhuis in Tanzania zochten ze een tropenarts en projectmanager: het was alsof onze namen erop stonden. We zeiden toen tegen elkaar: ‘Deze kans krijgen we nooit meer.’ We moesten het wel gaan doen."
Hoe reageerde jullie omgeving op het vertrek?
Suzanne: “De meeste mensen zagen het wel aankomen, voor velen was het geen grote schok. Ik denk dat jouw ouders het er het moeilijkst mee hadden.”
Willem: “Klopt, maar we kregen het ook wel op een bizar moment te horen. We hadden die avond een afscheidsdiner met beide families bij elkaar, omdat we een half jaar naar Ghana gingen. Toen werden we toevallig gebeld met het goede nieuws dat we naar Tanzania mochten. In plaats van afscheid voor een half jaar, werd het een afscheid voor tweeënhalf jaar. Dat was pittig, vooral mijn moeder vond het lastig. Maar ze vinden het natuurlijk ook heel vet wat we doen, ze zijn super trots op ons.”

Wat was de grootste uitdaging voor jullie tijdens de eerste maanden in Tanzania?
Willem: “Het wennen aan een nieuwe cultuur, nieuwe taal en andere mensen. Wij wonen in Kabanga, in dit dorp wordt heel beperkt Engels gesproken. Binnen het ziekenhuis spreekt het hogere management bijvoorbeeld wel goed Engels, maar bij de verpleegkundigen is het al beperkt en patiënten spreken vaak helemaal geen Engels. Wij hebben wel in de taal geïnvesteerd door zelf een Swahili-cursus te doen, maar het blijft toch lastig."
Suzanne: “Nog iets waar we tegenaan lopen is dat we in ons dorpje continu in het middelpunt van de aandacht staan. Doordat wij de enige mensen uit het buitenland zijn, zijn we eigenlijk een soort attractie. Iedereen bedoelt dat echt heel lief, maar ik vind het wel wennen om zo in het middelpunt te staan.”
Wat vinden jullie het mooiste aan het leven daar?
Willem: “We zijn allebei buitenmensen, dol op de natuur. Kabanga is een super mooie plek met bergen, veel groen en wilde dieren. Daarnaast is men in Tanzania gewoon veel relaxter, ze werken niet met agenda’s. Dat kan af en toe frustrerend zijn, maar het heeft ook iets bevrijdends.”
Suzanne: “Je leeft veel meer in het moment, je bent alleen met de dag zelf bezig. Alles kan hier op het laatste moment georganiseerd worden. Zo hadden we bijvoorbeeld de Kabanga Week, een groot evenement. Dat is letterlijk de ene week bedacht en de andere week uitgevoerd. Ik moet zeggen dat dat wel heel erg wennen is geweest, maar ik denk ook wel dat we daar iets van kunnen leren in Nederland.”
Hoe ziet een gemiddelde werkdag eruit voor jullie?
Suzanne: “Ik begin mijn dag altijd met de overdracht in het ziekenhuis en daarna loop ik visite bij de patiënten op mijn afdeling. De rest van mijn dag is afhankelijk van wat voor spoed er binnenkomt, dus het kan zijn dat ik moet opereren of een keizersnede moet doen. Daarnaast heb ik ook wel eens meetings over de kwaliteitsverbetering of bouwprojecten van het ziekenhuis. Dat komt allemaal tussen de spoedgevallen door."
Willem: “Eigenlijk ziet er geen dag hetzelfde uit voor mij. Ik begeleid bouwprojecten, dus daar maak ik elke dag een rondje langs om te kijken hoe het gaat. Ons programma is echter breder dan alleen dingen bouwen, dus we nemen ook nieuw personeel aan, we organiseren trainingen, we adviseren het management van het ziekenhuis en we bepalen samen met de lokale mensen wat we met het geld doen. Het is dus echt super breed werk.”

Wat is de grootste uitdaging voor jullie ziekenhuis?
Willem: "Ons ziekenhuis valt onder de katholieke kerk, je kan het daardoor zien als een privé-ziekenhuis. Het land kent heel veel overheidsziekenhuizen, die simpelweg hogere salarissen kunnen bieden. We merken dat het goede personeel wordt weggetrokken bij de privé ziekenhuizen, om bij overheidsziekenhuizen te gaan werken. Het vinden en behouden van goed personeel is voor ons dus echt een uitdaging."
Suzanne: "Het voelt wel eens als onmogelijk inderdaad. Ons ziekenhuis zit vrij afgelegen, wat ook niet veel jonge mensen trekt. We bouwen met ons programma huizen voor artsen en het personeel, in de hoop dat het aantrekkelijker voor ze wordt. Het blijft dus wel echt de grootste uitdaging."
Jullie hebben onlangs een dochter gekregen, hoe zien jullie de toekomst met haar voor je?
Suzanne: “Voor haar geboorte zijn we een tijdje terug naar Nederland gegaan, maar inmiddels is ze drie maanden. We gaan eind juli weer terug naar Tanzania om daar weer te gaan wonen, daar hebben we ontzettend veel zin in. Ik denk dat het leven met een kindje in Tanzania eigenlijk heel erg relaxed is, want je hebt daar minder druk van de buitenwereld. Geen 'moeder-maffia-achtige' praktijken bijvoorbeeld, het gaat allemaal wat natuurlijker. Doordat ik zelf een fijne jeugd heb gehad in Malawi vind ik het ook minder spannend."
Daarnaast zit er ook een kinderopvang op het ziekenhuisterrein, daar zal onze dochter ook heen gaan. Zij kunnen je dan bijvoorbeeld bellen om borstvoeding te komen geven als je aan het werk bent, zo flexibel is het allemaal. We hebben er vooral echt mega veel zin in om terug te gaan.”
Hebben jullie nog een boodschap voor de lezers?
Suzanne: “Als je nou altijd al de droom hebt gehad om te emigreren, dan zou ik zeggen: doe het gewoon! Je moet echt niet te veel twijfelen.”
Willem: “Mensen maken het vaak te groot. In eerste instantie gooi je natuurlijk je leven om, maar je bent ook zo weer terug. Als wij weer in Nederland zijn, zijn we zo weer gewend. Natuurlijk is het super spannend, maar het is ook zo ontzettend gaaf.”