Elke zomer verruilen verschillende mensen hun dagelijkse routine voor een week op het land van No Shit boerderij Zonnegoed. Tijdens de wied- en oogstcampings steken ze de handen uit de mouwen, leren ze waar hun voedsel vandaan komt en ervaren ze het boerenleven van dichtbij. Achter deze bijzondere campings staan organisator Joanna en boerin Sanne. Op Zonnegoed bouwen zij voort op een visie die al in 1992 begon, toen Joost de boerderij startte als biologisch akkerbouwbedrijf. Inmiddels staan regeneratieve landbouw, biodiversiteit en een gezonde bodem centraal. Samen laten ze zien dat duurzame landbouw niet alleen gaat over voedsel produceren, maar ook over mensen opnieuw verbinden met de natuur en het land.
Sanne, hoe ben jij hier als boerin terechtgekomen?
Sanne: ‘Ik kom zelf niet van een boerderij, maar ik heb tijdens mijn studie in Wageningen veel geleerd over landbouw. Erover leren was voor mij echter niet genoeg, ik miste het ‘doen’ van landbouw. Ik kwam op boerderij Zonnegoed terecht als wiedhulp en heb een hele zomer het werk gedaan dat de deelnemers van de wiedcampings voor een week komen doen. Ik werd aangetrokken door de experimentele aard van de boerderij, we pionieren veel met nieuwe landbouwmethoden. In Wageningen zie je dat in onderzoek, maar hier gebeurt het in de praktijk. Die combinatie van idealisme en uitvoering sprak me enorm aan.’
Tekst gaat door onder de foto

Sanne met de vers geoogste uien
© Wijnanda Duits
Wat is de missie van Zonnegoed?
Sanne: ‘Wij willen landbouw bedrijven op een manier die over vijfhonderd jaar nog steeds mogelijk is. Het verzorgen van een gezonde bodem heeft altijd centraal gestaan, die gezonde bodem zorgt voor sterke planten die minder snel ziek worden. We proberen ook een robuust ecosysteem op te bouwen met zo veel mogelijk natuurlijke balans. De meest zichtbare keuze die we hierbij maken is dat we geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest gebruiken.
Daarbij gaan wij nog een stap verder, doordat we ook geen dierlijke mest gebruiken: wij werken volledig met plantaardige bemesting. Daarnaast hebben we een voedselbos, werken we met strokenteelt, gebruiken we aangepaste trekkers met vaste rijpaden, ploegen we niet en proberen we steeds meer producten rechtstreeks aan de consumenten te verkopen.’
Wat zijn momenteel de grootste uitdagingen voor jullie bedrijf?
Sanne: ‘We lopen tegen een aantal technische uitdagingen aan, zoals het oogsten en beregenen. Wij telen in stroken, waardoor er verschillende gewassen dicht naast elkaar staan. Tijdens de oogst moeten we voorkomen dat we gewassen in naastliggende stroken beschadigen. Het beregenen is ingewikkelder omdat je kleinere stukken tegelijk van water voorziet.
Daarnaast zijn er ook economische uitdagingen. De biologische markt heeft het momenteel moeilijk, er wordt meer geproduceerd dan er vraag naar is. Voor ons is afzet op dit moment dan ook de grootste uitdaging. Onze kosten stijgen voortdurend, terwijl de prijs die wij voor onze producten krijgen, nauwelijks stijgt.
Onze manier van werken is arbeidsintensiever, maar de voordelen zie je terug in biodiversiteit, bodemkwaliteit en klimaatbestendigheid. Helaas staat daar op dit moment niet altijd een financiële vergoeding tegenover.’
Tekst gaat door onder de foto

© Wijnanda Duits
Hoe zijn de wied- en oogstcampings ontstaan?
Sanne: ‘Tijdens de coronaperiode werd het lastiger om seizoensarbeiders te vinden, doordat veel arbeidsmigranten niet konden komen. Toen ontstond de organisatie ‘De Seizoensarbeiders’, die mensen uit de festivalwereld koppelde aan boeren die arbeidskrachten zochten. Vanuit die organisatie ontstonden hier de eerste campings. Toen de organisatie ermee stopte, hebben Joanna en Martijn het voor Zonnegoed opgepakt. Zij nemen het organisatorische gedeelte van de camping op zich.'
Tekst gaat door onder de foto

De tentjes van de deelnemers op de camping
© Wijnanda Duits
Joanna, hoe ben jij bij De Seizoensarbeiders terechtgekomen?
Joanna: ‘Ik heb me zo’n zeven jaar geleden op een evenement aangemeld voor de nieuwsbrief van de organisatie. Ik wilde na mijn afstuderen eigenlijk gaan reizen, maar op dat moment kreeg ik via de nieuwsbrief de oproep om te gaan wieden op het land. Het sprak me meteen aan: dit was precies waar ik zin in had. Ik had tijdens mijn afstudeerperiode veel alleen achter een laptop gezeten en ik had juist de behoefte om buiten te zijn, met mijn handen te werken en onder de mensen te komen.
Na twee wiedcampings hier meegedraaid te hebben, vond ik het zo leuk dat ik aan Joost, de boer, heb gevraagd of er nog andere klussen waren waarvoor ik terug kon komen. Uiteindelijk ben ik die hele zomer betrokken gebleven. Nu ben ik hier in de zomers vaak een paar dagen per week, er is altijd genoeg te doen.
Toen De Seizoensarbeiders stopten gaf Joost aan dat hij het zonde vond van het initiatief. Ik heb toen de organisatie van de campings overgenomen. Martijn, die op dat moment ook al betrokken was bij de boerderij, gaf aan dat hij wel wilde koken voor de deelnemers. Wij hebben het initiatief dus kleinschalig doorgezet op Zonnegoed.’
Tekst gaat door onder de foto

Joanna tussen de tentjes van de deelnemers
© Wijnanda Duits
Wat voor mensen trekken jullie aan?
Joanna: 'Dat verschilt enorm. Sommige deelnemers kennen de boerderij al en vinden het interessant dat ze hier volledig vegan te werk gaan. Andere deelnemers overwegen een landbouwopleiding en willen ervaren of dat echt bij hen past, maar er komen ook deelnemers zonder enige landbouwachtergrond. Ik denk dat ongeveer de helft van de groep uit jonge stedelingen bestaat. Ik denk dat het contrast voor hen heel aantrekkelijk is. Veel mensen die hier komen zijn op zoek naar meer balans in hun leven, ik hoor vaak dat ze minder met hun hoofd bezig willen zijn en meer met hun handen.'
Wat hopen jullie mee te geven aan de deelnemers?
Joanna: ‘Ik hoop vooral dat ze ervaren hoe fijn het is om buiten te zijn en meer tijd in de natuur door te brengen. Daarnaast is het mooi dat ze meer gaan nadenken over waar voedsel vandaan komt, we leggen dat niet op, maar ze ervaren het hier zelf door mee te draaien in de productie. De deelnemers zien hoe hard boeren werken en hoe afhankelijk ze zijn van de eisen uit de markt. Een pompoen moet bijvoorbeeld een bepaald gewicht hebben om goed verkocht te worden en kromme wortels komen vaak niet in de supermarkt terecht.’
Tekst gaat door onder de foto

De deelnemers van de wildcamping aan het werk op het land
© Wijnanda Duits
Hoe ziet een week op de camping eruit?
Joanna: ‘De deelnemers werken vijf dagen op het land. We beginnen elke dag om zeven uur met ontbijt, het werken op het land begint om acht uur. We wisselen drie blokken van twee uur werken af met pauzes. ‘s Avonds eten we altijd om zes uur en daarnaast organiseren we twee keer per week een excursie of lezing. Op de avonden dat er geen excursie is, mag iedereen doen waar die zin in heeft. We gaan dan bijvoorbeeld zwemmen in de plas of houden een filmavond. Het voelt altijd een beetje alsof je op zomerkamp bent.’
Tekst gaat door onder de foto

De deelnemers tijdens een uitgebreide lunch
© Wijnanda Duits
Waar ligt de toekomst van Zonnegoed en de campings?
Sanne: ‘Ik wil graag iets goeds doen voor de wereld en ik geloof dat dit rendabel kan zijn. Op dit moment is de markt lastig, maar ik geloof dat we daar wel uitkomen. We creëren hier iets dat zoveel waarde heeft dat het uiteindelijk ook economisch houdbaar moet zijn. We blijven zeker doorgaan met het pionieren in deze manier van landbouw.’
Joanna: ‘Ik hoop dat we hier goed bezochte campings kunnen blijven organiseren en dat er deelnemers zijn die het zo leuk vinden dat ze vaker terugkomen. Martijn is daarnaast bezig met een Zonnegoed-kookboek met recepten van producten van het land.
Het concept werkt heel goed zoals het nu is, maar ik zou mensen graag helpen om iets vergelijkbaars op te zetten bij andere biologische bedrijven, bijvoorbeeld in de fruitteelt of de tuinbouw. Ik hoop vooral dat we mensen een leuke week kunnen blijven geven en dat ze geïnspireerd raken.’
Tekst gaat door onder de foto

Boerin Sanne, organisator Joanna en chef Martijn
© Wijnanda Duits
Sanne, wat kunnen lezers zelf doen om duurzamer bezig te zijn?
Sanne: ‘Als ik andere boeren een duurzame tip zou moeten geven, dan raad ik ze aan om te beginnen bij de bodem. Een goede bodemstructuur en aandacht voor het bodemleven kunnen een enorm verschil maken voor de gezondheid van je gewassen, vanuit daar kun je natuurinclusieve elementen gaan toevoegen.
Ook op kleine schaal kan je veel doen. Zaai in je moestuin bijvoorbeeld groenbemester in de winter, zodat je bodem bedekt blijft. Zaai bloemen voor bestuivers, laat sommige hoekjes wat rommeliger en geef biodiversiteit de ruimte. Het hoeft allemaal niet perfect, kleine veranderingen kunnen al een groot verschil maken.’