Sfeerfoto van BNNVARA

BNNVARA

Wij zijn voor

Een eerlijk en gelijkwaardig Nederland. Wij zijn voor. Jij ook? Samen zetten we dingen in beweging. Sluit je aan bij BNNVARA.

Waarom wordt er nog steeds gestroopt?

18 okt 2019
  •  
leestijd 5 minuten
Stropen in Zuid-Afrika

Aan de ene kant wordt in Zuid-Afrika met militaire macht de wildlife beschermd tegen illegale stropers, terwijl aan de andere kant trophy hunters dieren mogen afschieten – als er maar betaald wordt.  


De hoorns van een neushoorn zijn op de zwarte markt meer waard dan goud of cocaïne. Een hoorn is zo’n 60.000 euro waard. Het gevolg daarvan is een hoogoplopende strijd om leven en dood, van zowel dieren als mensen. Maurice Lede gaat in Trippers mee met de Anti Poaching Unit in Zuid-Afrika. JC Strauss is een van de mannen die dag en nacht hun best doen de dieren te beschermen. ‘Ik heb altijd een wapen bij me. We lopen veel gevaar. Natuurlijk van de dieren, maar vooral ook van de stropers. De meerderheid van de stropers draagt wapens en je kan ze op ieder moment tegenkomen. Als het tot een confrontatie komt, dan zullen er doden vallen. Als het nodig is het vuur te openen, dan doe we dat.’

Stropen in Zuid-Afrika

Beeld: JC Strauss en Maurice bij een dode giraffe in Trippers

Hunting Lodges

Aan de andere kant staan de trophy hunters. Wanneer ze genoeg betalen, kunnen sportjagers en rijke toeristen gewoon op dieren jagen. Het dier mogen ze daarna als trofee mee naar huis nemen. Jagen op een buffel kost zo’n 8000 euro, een olifant 16.000 euro en de neushoorn is het duurste: 18.000 euro. Emma Wortelboer spreekt in Trippers met Michael Basson, hij is eigenaar van een hunting lodge. De reden dat het stropen zo populair is, heeft er volgens hem mee te maken dat 99 procent van de dieren hier in Zuid-Afrika alleen op dit continent te vinden zijn. Toch zijn ook in de hunting lodges regels. ‘Er mag alleen gejaagd worden op dieren op privéterrein. De dieren worden gekocht op veilingen. Wanneer het dier gekocht is, wordt het naar je privéterrein gebracht. Vanaf dat moment heb je als eigenaar alle recht om met dat dier te doen wat je wilt.’ Het stropen wordt de trophy hunters zo makkelijk mogelijk gemaakt door de lodges. Er zijn verschillende pakketten waaruit de hunters kunnen kiezen. Als ze betalen, dan kan de toerist ieder dier schieten dat hij maar wil. En er zijn veel mensen die gebruikmaken van deze pakketten: ruim 220.000 mensen komen ieder jaar naar dit soort lodges om te jagen.

Stropen in Zuid-Afrika

Beeld: Gustav schiet een Sabelantilopen in Trippers

Een van die toeristen is Gustav. Samen met zijn vrouw is hij naar Afrika gekomen om de Sabelantilopen te schieten. ‘Ik heb al bijna alles geschoten, zo’n 300 dieren.’ Hij droomt er nog van de olifant en de leeuw een keer te schieten. Deze hoopt hij volgend jaar van zijn bucketlist te kunnen strepen. Hij jaagt al vanaf zijn dertiende, maar nog iedere keer is hij weer trots als hij een dier schiet.
 

Investering

De trophy hunters, de naam zegt het al, willen natuurlijk van het dier dat ze schieten een mooie trofee. Pieter Swart is taxidermist, hij zet de geschoten dieren op. ‘Ieder jaar komen hier zo’n 20.000 tot 30.000 dieren binnen.’ Hij ziet de jacht op wildlife niet als iets slechts. ‘Er is de afgelopen jaren door de privésector veel geïnvesteerd in de natuur. En dit heeft ervoor gezorgd dat er meer wilde dieren zijn. Het jagen, en het vermaken van dieren in trofeeën, is slechts een bijproduct van het hele proces. Het is ook in het belang van het behoud van de diersoorten. Zonder natuurprojecten en de jacht waren er hier geen neushoorns meer.’  

Hiërarchie


Maar niet alleen de toeristen zijn een gevaar voor de dieren. Ook de lokale bevolking vormt een grote bedreiging. In de tijd van de apartheid werden grote delen van de zwarte bevolking verbannen naar achtergestelde gebieden. Waaronder aan de randen van het Krugerpark. Er was daar niks. Daarom leefden de bewoners van de jacht. Tot er hekken om het park kwamen en de bevolking niet meer op de dieren mocht jagen. Dit zijn nu de armste wijken van Zuid-Afrika. Maurice spreekt met Colette Nobene, lid van de Ranger Black Mambas, een ongewapende groep die probeert de veiligheid van de dieren te waarborgen. Wanneer Maurice haar vraagt of ze zelf ook stropers kent, blijkt nogmaals hoe lastig de verhoudingen liggen. ‘Het zijn gewoon normale jongens, jonge mannen. Ze hebben geen werk. Er geldt hier een bepaalde hiërarchie. De rijke mensen rekruteren jonge jongens. Het begint met de witte mannen.’ De witte mannen die op de dieren jagen zal je in de parken dus niet aantreffen. De zwarte jongens worden in opdracht van de witte mannen het park ingestuurd, met gevaar voor eigen leven.’ Als Maurice vraagt of het stropen een kwestie van zwart en wit is, wordt Colette emotioneel. ‘Dat is lastig. Daar heb ik geen antwoord op. Het spijt me. Het is een heel gevoelig onderwerp.’

Stropen in Zuid-Afrika

Beeld: Maurice in gesprek met Colette in Trippers

Overleven


Een van die jongens is Innocent Ngwenya. Het jagen op zogenaamd ‘bushmeat’ is noodzakelijk, omdat het de enige manier is om te overleven. Deze groep is zo arm dat ze op andere manieren niet aan eten kunnen komen. Het begon voor Innocent op zijn dertiende met het vangen van vogels. Hij was verantwoordelijk voor zijn broertjes en zusjes, deed hij niks dan hadden ze niet te eten. Op een gegeven moment ging hij ook jagen op grotere dieren. ‘Jongens proberen te overleven door vogels te vangen. Maar wanneer dan iemand zegt dat je veel meer kunt verdienen met een koedoe of een neushoorn dan doen ze dat. Het begint altijd met iets kleins.’  

Stroper in Zuid-Afrika
Beeld: Maurice in gesprek met een neushoorn-jager in Trippers

Maurice spreekt ook met een andere jongen. Hij jaagt op neushoorns voor de hoorn. Ook hij belandde op dezelfde manier in deze wereld als Innocent. ‘Ik moest voor mijn familie zorgen. Ik had geld nodig. Ik moest wel’, zegt hij. ‘Je krijgt 5000 euro per kilo hoorn. Als je geen geld hebt en je krijgt dat bedrag, dan doe je er alles voor.’ Het stropen geeft hem status, de mensen in het dorp zijn bang voor hem omdat hij een neushoorn kan doden. Maar hij weet ook hoe gevaarlijk het voor hem persoonlijk kan zijn. ‘Ik was met een vriend op jacht. En we schoten twee keer op een neushoorn, maar hij miste. Toen kwamen de anti-stropers. Ze zagen mij niet, maar mijn vriend wel. Ze schoten hem dood. Dat had ik kunnen zijn.’