
De eerder geprezen Rundfunk-mannen Tom van Kalmthout en Yannick van de Velde gaan in Schwalbe op hun eigenbedachte sportieve toer. Ze vertellen erover.
Rundfunk is een begrip. Ze zijn al heel lang vrienden en hebben meer dan tien jaar een theaterhuwelijk, Tom van Kalmthout en Yannick van de Velde. Meteen al toen ze, vers van de toneelschool, op tv begonnen met Rundfunk , de hoekige middelbare schoolsatire met de lustvolle mevrouw Spek en Pierre Bokma als de Duitse leraar meneer Heydrich (‘De hele klas heeft een onvoldoende, allemaal on-wol-doende’). Waarna drie gevierde theatershows volgden: Wachstumsschmerzen, Todesangstschrei enSchau . Plus de ruig-komische speelfilm, Rundfunk: Jachterwachter en een tv-serie over wannabe acteurs en roemzoekers Duco en Roy. Rundfunk -scènes zijn absurd, schrijnend, pijnlijk, goor, vervreemdend en soms ontroerend. En nu is er, helemaal in de Duitse traditie, Schwalbe .
Yannick: ‘Producent Maarten van Dijk wilde vroeger, toen we van de toneelschool kwamen, al eens iets met ons maken. Hij was toen een van de bazen van BNN. Dat liep anders, maar nu kwam hij met een idee voor mockumentaries, pseudo-documentaires, over niet bestaande sporters. Geweldig idee. Wij hebben het breder getrokken en bedacht om verschillende sportdocumentaire-genres te parodiëren.
Tom: ‘Hier kwam dertig jaar sport kijken samen, wielrennen, voetbal, Formule 1.’
Yannick: ‘Eén aflevering is een soort Andere tijden sport , waarin je een oud-sporter echt op een voetstuk zet, de tweede over strandsnooker is meer à la Man bijt hond . Verder wilden we een true crime maken, met grimmig beeld en aan een stuk door spannende muziek.’
Tom: ‘En we hebben onze droomrollen gespeeld.’
Yannick: ‘We deden ook een live-uitzending van een benefietvoetbalwedstrijd voor hulp aan slissende mensen. Tom was de nutteloze sidekick bij de wedstrijd, wat hij altijd al eens wilde doen. En ik was een slisser en lispelaar. We hebben zo’n lol gehad om er nog meer woorden met een s in te fietsen. Ik wilde een statement maken tegen alle mensen die slissen, omdat dat zo’n epidemie is. Let er maar eens op, je hoort het overal. Terwijl, dat weet ik zelf, vijf lessen logopedie en je bent ervan af.’
Vier Schwalbes dus. Eerst deze week de Andere tijden -achtige docu over Jan Blom, gespeeld door George van Houts, Neerlands beste stuurloper ooit, een motorracer zonder motor, enkel met een stuur om achteraan te lopen. Jan Blom wiens carrière zo vreselijk eindigde in de jaren 70, in de Moldavische modder. Volgende week staat een Don Quichot-achtige figuur centraal, Brody Brantjes, een rol van Ruben van der Meer, die voor zichzelf een glorieuze toekomst ziet in zijn eigenbedachte sport, het strandsnookeren. Vol verwachting staat hij op een winderig strand in een nat snookerlaken te prikken. De derde Schwalbe gaat over potje chaotisch/gewelddadig benefietvoetbal tussen ‘influencers en eendagsvliegen’ om, Yannick zei het al, geld op te halen voor de slissende medemens, begeleid door het rituele wedstrijdcommentaar in de studio. In aflevering vier blijkt de vriendelijke gemengde wereld van het korfbal ten diepste gecorrumpeerd. Sportjournalist Darwin Bral, ‘die ijdele zak’, ontdekt schunnige misstanden onder de korf.
Tom: ‘Maarten van Dijk kwam op het idee van niet-bestaande sporters door het boek van Nico Dijkshoorn, over ‘de beste voetballer die Nederland nooit gekend heeft’, Kuif den Dolder.’
Yannick: ‘Aan het eind van die biografie kun je bijna niet meer geloven dat Kuif niet echt bestaan heeft. Dat heb ik met Jan Blom. Ik voelde zo mee met Jan. Terwijl, hij loopt met een stuur.’
Tom: ‘Een sport kan stom en belachelijk zijn, maar voor de beoefenaars is het bloedserieus. Dat is het hele ding.’
Yannick: ‘Ik zag gisteren de WK-finale darts. De winnaar was een chubby Engelsman met van die Cristiano Ronaldo-maniertjes. Dat je denkt, jongen, je gooit een pijl in een vakje. Tegelijk, ga het maar doen.’
Tom: ‘Duizenden jongens in de kroeg in Engeland en Nederland trainen ervoor. Dan wordt het vet als je dat kan. Ik denk bij elke sport of hobby waar mensen helemaal warm voor lopen ook altijd, wat fantastisch dat je dat hebt gevonden in het leven.’
Yannick: ‘En sport en mockumentary blijken goed samen te gaan.’
Tom: ‘Omdat sport en drama normaal zo’n moeilijk ding is.’
Yannick: ‘We zijn als kijkers zo gewend aan sporters op hoog niveau, dat je in speelfilms over sport meteen ziet dat de acteur geen topsporter is. In elke voetbalfilm zie je aan de aanloop al, dat iemand niet echt kan voetballen. Het is ook niet te doen. Ik heb zelf als kind in de voetbalfilm In Oranje gespeeld, waar Tom trouwens met zijn voetbalteam in figureerde, daar kwamen we later pas achter. Daar zaten allemaal jongens in die hun hele leven al voetbalden en nog bleek het bijna onmogelijk om een wedstrijd geloofwaardig in beeld te krijgen. Daarom was het juist beter om in onze mockumentaries oenen en underdogs te portretteren in plaats van topsporters.’
‘Die genres bedenken en uitwerken, dat vond ik het leukste,’ zegt Yannick.
Tom vult aan: ‘Hoe het publiek zich voelt als ze een aflevering voor het eerst zien, zo voelen wij ons als we het bedenken.’
Yannick: ‘Zitten we te schaterlachen met z’n tweeën. Als wij niet moeten lachen doen we het sowieso niet.’
Tom: ‘Je moet het wel serieus nemen, zo’n genre.’
Yannick: ‘Ja, dat is regel één van comedy, het werkt alleen als je het teringserieus neemt. Het mag een absurde situatie zijn, maar binnen die situatie moet je niet lollig gaan lopen doen. Het feit dat we een half uur maken over mannen die met een stuur in hun hand vroemvroemend over een parcours hobbelen is absurd, maar binnen dat idee houden we ons wel strak aan alle regels van de historische documentaire.’
Tom: ‘Het gaat altijd over iets bloedserieus in een totaal absurde wereld, of iets totaal absurds in een bloedserieuze wereld. Het moet aan elkaar gekoppeld zijn. Iets kan niet alleen belachelijk en absurd zijn.’
Yannick: ‘Dat is wel onze vorm van humor.’
Bekijk Rundfunk: Schwalbe maandag op NPO 3 om 21:05.
Thema's:
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!