Sfeerfoto van BNNVARA
BNNVARA
Heb jij moeite met het betalen van je boodschappen, huur of energierekening? Deel je verhaal met ons hieronder.
theme-icon
Achtergrond

Nederlanders zijn geen geboren stakers, hoe komt dat?

14-09-2022
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
317 keer bekeken
  •  
khadija02

Staken zit ons niet in het bloed. We vinden het niet nodig, niet netjes of niet publieksvriendelijk. Hoe komt dat? En moet dat anders?

Eerst waren het de leraren in het basisonderwijs, toen het personeel op Schiphol, en vervolgens de huisartsen en de NS-medewerkers. De afgelopen tijd blijkt staken voor werknemers regelmatig het laatste redmiddel in de cao-onderhandelingen. Toch zit het staken niet bepaald in ons DNA, weet journalist Leon Verdonschot, die in 2018 in 2Doc: Het Schoonmakersparlement vier schoonmakers volgt in de strijd voor een nieuw cao.

Wat onze stakingcultuur typeert is simpelweg ‘dat we het niet snel doen’, volgens Verdonschot. Er vinden zo’n 25 stakingen per jaar plaats en deze duren over het algemeen kort. Het gemiddelde aantal ‘staakdagen’ ligt op 15,4 dagen per 1000 werknemers. Ter vergelijking: onze zuiderburen staken vijf keer zo lang (87 dagen gemiddeld) en de Fransen zelfs zeven keer zo lang (110,5 dagen). Staken is, volgens hoogleraar arbeidsrecht Barend Barentsen, gewoon niet vaak nodig in ons land. Meestal komen we er met goed overleg wel uit. Staken is ‘een stok achter de deur voor momenten dat ze er niet uitkomen, om te laten zien dat het menens is’, aldus Barentsen in het AD.

'Ze zijn, simpel gezegd, te netjes om te staken'
Leon Verdonschot

Maar zelfs op die momenten doen we het vaak niet, volgens Verdonschot. Beroepsgroepen die onderbetaald worden of onder zware omstandigheden werken, zijn dikwijls zo onmisbaar dat ze geen mogelijkheid zien om te staken. ‘Met name in sectoren waar mensen een hoog plichtsbesef hebben – zoals het onderwijs en de gezondheidszorg - werkt dat tegen ze. Ze zijn, simpel gezegd, te netjes om te staken. En precies daar maken de partijen tegen wie ze die actie zouden voeren gebruik van.’

Ook schoonmaker Solomon Nyarko weet hoe belangrijk zijn werk is. ‘Maar niet iedereen weet dat’, vertelt hij in 2Doc: Het Schoonmakersparlement. En dat is een van de belangrijkste redenen om te staken. ‘Toen de leden van het parlement moesten benoemen wat hun inzet was bij de acties, stond op 1: respect’, aldus Verdonschot. Gezien worden, gehoord worden. ‘Een van de meest terugkerende leuzen was: “Nooit meer onzichtbaar!” En ik kan me heel goed voorstellen dat dat voor bijvoorbeeld het bagagepersoneel op Schiphol ook geldt.’

In een verbond als het Schoonmakersparlement – het orgaan waar alle schoonmakers in ons land vertegenwoordigd zijn - kunnen werknemers krachten bundelen. Zo weet Nyarko dat wanneer hij tegen problemen aanloopt hij daar terechtkan. ‘Daar komen wij bij elkaar, als familie. Dan praten we er samen over en kunnen we het sámen oplossen.’ Op veel werkplekken ontbreekt dat. We zijn ongemerkt de collectiviteitszin verloren, vreest Verdonschot. ‘Veertien jaar onder deze premier hebben het besef eruit geramd dat werknemers enkel iets kunnen afdwingen wanneer ze zich verenigen en actievoeren.’ We zijn vergeten hoe we elkaar kunnen vinden in verzet. ‘Bij het Schoonmakersparlement zag ik mensen met verschillende achtergronden verenigd in strijd. Veroordeeld tot solidariteit. Hun verschillen vielen voor een groot deel weg in hun gezamenlijke strijd. Hun belangrijkste identiteit werd het feit dat ze een trotse activist waren geworden.'

Daarnaast is ook de sympathie van burgers nodig, maar die weten dikwijls niet wat het inhoudt om een goede bondgenoot te zijn. Zo roemt internetpersoonlijkheid en flitsbezorgondernemer Bas Smit de piloot die eigenhandig de bagage staat in te laden. ‘Hij noemt hem “een megaheld” en “de coolste KLM-captain ever”. Onbegrijpelijk. We hebben het hier dus over iemand die eigenhandig de actie van stakende collega’s ongedaan maakt. Daar is een woord voor: stakingsbreker. Maar die term kennen we in Nederland helemaal niet.’

'Staken is de maakbaarheids-afdwinger'
Leon Verdonschot

Tijdens de NS-stakingen vragen reizigers om 'publieksvriéndelijke acties'. Veelzeggend, volgens Verdonschot. Men beseft zich te weinig dat een actie voor een beter cao geen particuliere aangelegenheid is, maar een collectief belang dient en dus 'per saldo een zeer publieksvriendelijke actie is. Het enige gevraagde offer is de bereidheid verder vooruit te kijken dan een paar dagen overlast.’ Het vraagt de bereidheid van mensen om zich daarin te verplaatsen. ‘Dus: in plaats van je enkel af te vragen hoe je morgen op je afspraak komt, zou je je ook kunnen afvragen wanneer je voor het laatst een conducteur in een trein zag, en hoe dat komt. Je zou kunnen overwegen dat mensen die moeten knokken voor 14 euro per uur tot de groep behoren waar al die berichten over dreigende armoede en financiële nood over gaan.’

Gelukkig is er – wanneer stakers volhardend zijn: ‘Het zijn éisen, geen wensen’ – na een aantal dagen staken vaak ineens een hoop mogelijk. ‘Het is precies dit wat staken vaak oplevert: wat eerst zogenaamd onmogelijk en onbetaalbaar was, blijkt opeens wel degelijk mogelijk en betaalbaar. Staken is de maakbaarheids-afdwinger.’

Thema's:

theme-icon
Achtergrond

Gerelateerd

Praat mee

Heb je een vraag, suggestie of wil je gewoon iets kwijt? Dat kan hier. Lees onze spelregels.

avatar

Reacties (1)

Jean-Baptiste L'Allemand
Jean-Baptiste L'Allemand18 sep. 2022 - 1:20

In België en Frankrijk heerst een andere arbeidscultuur, ronduit autoritair. Daar wordt niet gediscussieerd met de werkgever / chef. Je wordt ook gewoon afgerekend op ziek zijn. Er is geen overlegcultuur, dus in een groter verband, wanneer je iets wil ga je staken.