Sfeerfoto van BNNVARA
BNNVARA

BNNVARA

Vóór vooruitgang, vrijheid en verandering

We denken dat het beter kan: open, gelijkwaardig en rechtvaardig. Dit bereiken we niet alleen, dus sluit jij je aan?

VOLG ONS

Moeten we de absolute vrijheid op het web inperken?

17 aug 2019
  •  
leestijd 4 minuten
Schermafbeelding 2019-08-15 om 07.43.08
Airbnb, Uber, Facebook: succesvolle apps en sites ondermijnen nogal eens de niet-virtuele wereld. Wat moet er gebeuren?
De bedenker van de retweet op Twitter heeft spijt van zijn uitvinding. ‘We hebben een geladen pistool aan een vierjarig kind gegeven’, aldus de bedenker op Buzzfeed, al dan niet doelend op Donald Trump, de Amerikaanse president die de gekste samenzweringstheorieën ongefilterd via twitter doorzet.
Steve Jobs
Is de spijt van deze retweetschepper terecht? ‘Je kunt niet de daad van een individu toekennen aan een heel platform’, zegt privacyvoorvechter Ancilla van de Leest (in 2017 nog lijsttrekker van de Piratenpartij) in De Nieuws BV . ‘In de begindagen van internet wilde iedereen heel snel heel rijk worden. Iedereen wilde de nieuwe Steve Jobs worden. Maar aan producten die wereldwijd worden geadopteerd, zitten ook wat schaduwzijden.’
Een van die schaduwzijden is dus de retweet – althans, volgens de bedenker zelf. ‘De aard van internet is dat je informatie snel van een plek naar een andere plek kan krijgen. Het concept van technologie is dat je een bepaald doel sneller kan bereiken op grotere schaal. Dat zie je bij elke technologische ontwikkeling’, aldus Van de Leest. ‘We zitten nu in een fase waarbij we onze naïviteit over internet achter ons laten, we beseffen ons de kracht van die tool. We zitten nu in een soort puberteit, daar moeten we doorheen. We weten dat die tool moet worden ingezet voor goede dingen. Mensen die nu iets ontwikkelen voor internet, houden daar ook meer rekening mee.’
Impact
Dat internetontwikkelaars een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben, is voor Jeroen van den Hoven (hoogleraar Ethiek en Technologie aan de TU Delft) ongeveer de kern van zijn werk. ‘We geven colleges in ethiek. Vanaf het moment dat ze bij bij de universiteit binnenkomen maken we ze ervan bewust dat hun vindingen en hun uitvindingen een enorme impact kunnen hebben in de samenleving’, zegt hij. Aan die universiteit leren studenten vanaf het startpunt van een nieuw product of nieuwe dienst na te denken over de maatschappelijke impact. ‘Zodat niet na twintig jaar aan een product of dienst hebt gewerkt men zoals bij Facebook denkt: oh, dit pakt toch verkeerd uit.’
Van den Hoven leert studenten bijvoorbeeld na te denken over schaalbaarheid. Wat gebeurt er met de samenleving als iedereen in de wereld jouw product of dienst gebruikt? Hoe ziet de wereld er dan uit? ‘Neem bijvoorbeeld Uber of Airbnb. Op papier lijkt dat heel gaaf, maar voordat we het weten loopt Amsterdam vol met rolkoffertjes en wordt er niet meer gelet op hygiëne van hotelkamers, en weten we dat we verloren zijn door de invoering van dat soort technologie.’
Tweaken
Als je jezelf direct vragen over maatschappelijke impact stelt, zie je hoeveel mogelijkheden er feitelijk zijn, stelt Van den Hoven. ‘Als je nog alle mogelijkheden hebt om te tweaken. Dat is precies wat er nu gebeurt. Het gaat dan niet alleen over schaalbaarheid, maar ook over veiligheid, privacy en verantwoording. We werken nu al een tijdje zo, maar in Amerika zal het niet zo gaan. Dat komt omdat in Silicon Valley de business in de lead is. Daar geldt het adagium: move fast, break things first en apologize later . Bij ons is dat gelukkig anders. De Europese Commissie hoopt natuurlijk dat die Europese waarden dominant in de wereld worden.’
Willemijn Veenhoven in gesprek over de vrijheid van internet (De Nieuws BV)
Van den Hoven: ‘We hebben heel lang gedacht dat de vrije markt ons vanzelf naar de beste oplossing voor de samenleving leidde. We hebben nu gezien dat dat gewoon niet waar is.’ Daar komt bij: anders dan velen lang dachten, is technologie niet neutraal. ‘Er draaien allerlei algoritmes, concepten en businessmodellen onder, die als collectief effect hebben dat mensen een bepaald gedrag gaan vertonen.’ Hij komt met het Cambridge Analytica -schandaal als voorbeeld. ‘Steeds zien we hetzelfde patroon. Internet hebben we heel lang z’n gang laten gaan, en overgelaten aan mensen die alleen maar geld wilden verdienen.’ Van de Leest: ‘We hebben het niet alleen aan de vrije markt overgelaten, we hebben het ook nog eens aan de Amerikaanse vrije markt overgelaten.’
Censuur
Wat moet er nu gebeuren? De retweetknop verbieden? ‘Je kunt al die platformen niet hardcore censureren’, aldus Van de Leest. ‘Als je dat wel doet, perk je een wereld met het vrije internet in. En internet is een fantastische tool om snel informatie naar een groter publiek te brengen. Ik denk dat het web daarvoor een iets te waardevolle tool is. Als je gewoon de wet online ook hanteert, kom je een heel eind. Maar dan ontkom je er nog steeds niet aan dat veel mensen dan nare dingen doen. En dat dat nu een groter bereik krijgt voorheen.’
Gelukkig zijn er ook genoeg andere verhalen. Op Joop beschreef docent en publicist Pascal Cuijpers deze week hoe de 25-jaritge Nadï van de Watering via de hashtags #eenzamejongeren en #maatjegezocht op Twitter haar gevoel voor eenzaamheid wilde tegengaan. Lees dat artikel hier.