
Jan van Poppel: 'Het coalitieakkoord is geen gebrek aan moed – het is gewoon slecht gelogen'
© Wijnanda Duits/BNNVARA
Het coalitieakkoord bracht columnist Jan van Poppel even terug naar zijn jeugd. Niet door de plannen, maar door de overtuiging waarmee een verzonnen verhaal werd verkocht.
In groep vijf gaf ik samen met mijn beste vriend een presentatie over Alfred Pringles. Hij was de bedenker van de Pringles-chips. Vijftien minuten lang praatten we als achtjarige jochies met de zelfverzekerdheid van een TED-spreker over de hyperbolische vorm van chips. We hadden het over zijn neef – Günther Pringles – die een kunstgalerie had in Frankfurt, met als pronkstuk: de slawassers. Kunst die ook weleens in het Rijksmuseum had gehangen. Of wat te denken van zeldzame Chileense pepers uit de Andes, die hij gebruikte in slechts drie kokers, die speciaal gemaakt werden om geld op te halen voor onderzoek naar ALS. Het broertje van Alfred leed immers aan de vreselijke progressieve spierziekte.
Ik durf wel te zeggen dat mijn klasgenoten aan onze lippen hingen. Een paar van hen hadden tijdens het ‘zijn er nog vragen'-moment zelfs al eens van de man gehoord.
Een kanttekening: deze man heeft helemaal nooit bestaan.
Aan dit memorabele moment uit mijn basisschooltijd moest ik denken toen afgelopen vrijdag het coalitieakkoord werd gepresenteerd door Dilan, Rob en Henri. Een illuster trio dat wel houdt van een gezonde portie liegen.
Met droge ogen zeggen dat je de wooncrisis gaat oplossen zonder structureel te investeren in betaalbare woningen. Nul euro. Nada. Noppes. Tien miljard weg bij de zorg, maar er meteen bij vermelden dat die 'gewoon toegankelijk blijft'. Alsof je een zwembad leeg laat lopen, maar belooft dat iedereen kan blijven zwemmen. Dan is er nog de ‘vrijheidsbijdrage’, wat in gewoon Nederlands een belastingverhoging heet.
Oh, en Lelystad Airport openen midden in een klimaatcrisis, terwijl Rob Jetten al jaren spreekt over een ambitieuze groene toekomst – je moet het maar durven. In het coalitieakkoord staat bovendien dit literaire hoogstandje: 'Het klimaatdoel van 2030 wordt lastig, maar we houden die ambitie vast.' Vrij vertaald: we gaan het niet halen, maar we blijven wel positief knikken. Dat wisten we trouwens al, want het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) becijferde recent dat de kans op het halen van die doelen kleiner is dan vijf procent. Ambitie als decorstuk dus.
En alsof dat nog niet genoeg is, wordt ook het stikstofprobleem met zachte hand richting vergetelheid begeleid. Opmerkelijk, want zelfs het vorige kabinet – met boerenknuffelaar Femke Wiersma (BBB) op Landbouw – was hierin nog voortvarender. Het streefdoel voor 2030 wordt straks gehalveerd ten opzichte van wat eerder werd vastgelegd in het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Ook Johan Remkes adviseerde in zijn roemruchte rapport ‘Wat wel kan' veel meer stikstofreductie. De sleutel tot het stikstofslot is overigens niet kwijtgeraakt – die is bij deze gewoon bewust in de vervuilde sloot gegooid.
Donald Pols, de directeur van Milieudefensie, noemde het coalitieakkoord een totaal gebrek aan moed. Ik zou eerder zeggen: het is gewoon slecht gelogen. En ik kan het weten: mij geloofden ze tenminste nog toen ik vertelde over de bedenker van de Pringles-chips.
Kijk, harde keuzes maken, dat hoort bij politiek. Bezuinigen, prioriteiten stellen, pijnlijke knopen doorhakken – prima. Maar wees daar dan ook eerlijk over. Zeg gewoon: 'We kiezen niet voor betaalbaar wonen. We schuiven klimaat door. We gokken met de zorg.' Dat is misschien onpopulair, maar het is tenminste helder. Bovendien is je publiek niet acht jaar oud. We zijn volwassen mensen die prima begrijpen dat niet alles kan – zolang je ons maar niet behandelt alsof we nog geloven in verzonnen neven met kunstgaleries.
Meld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!