
Jan van Poppel
© Wijnanda Duits/BNNVARA
Minister Eelco Heinen noemt economische groei een ‘nationale opdracht’, maar columnist Jan van Poppel vraagt zich af of dat eindeloze snakken naar groei niet gewoon dom en oneerlijk is.
Afgelopen maandag zei een hoofdeconoom van een groot pensioenfonds tegen me op NPO Radio 1: "Economische krimp is het absolute doemscenario." Ik vergat door te vragen, en voor ik het wist hadden we het over het feit dat zelfs hoofdeconomen de economie niet goed begrijpen.
Ook interessant, maar na de uitzending, in de auto terug naar huis, kon ik alleen maar denken aan die ‘krimpachtige’ uitspraak. Die herinnerde me aan een zomerkamp waar ik als kind elk jaar naartoe ging. Wanneer onze ouders weer aan het werk moesten (want ja, de economie heeft nooit vakantie), gingen alle kinderen uit het dorp steevast naar de doe-week. Een week waarin we verdeeld in groepjes zwommen in de Keersop (de lokale beek), veel voetbalden en spelletjes deden. Maar het hoofddoel was: een hut bouwen.
Zelf was ik niet zo praktisch aangelegd, nog steeds niet trouwens, maar de ambitie was duidelijk: de grootste hut van iedereen. Dat begon bij: zoveel mogelijk spijkers, en zoveel mogelijk hout verzamelen van een grote stapel op het plantsoen. De prille kapitalist in mij hield wel van zo’n doel. Zakken vol. Ik verzamelde erop los, maakte ruzie, stal hout bij andere groepjes, maar uiteindelijk had mijn team rood (in 2007, ik weet het nog goed) de grootste hut van het dorp gebouwd. We lachten om de teams geel, blauw en groen, die niet eens met elkaar binnen in hun hut konden zitten. Wij wel!
Bij het aanbieden van de miljoenennota afgelopen september, noemde Eelco Heinen (VVD), spring-in-'t-veld van ons kabinet, tevens minister van Financiën, economische groei een 'nationale opdracht'. Want: zonder groei geen welvaart, minder banen, slechtere pensioenen en minder luxe. Voor Eelco (die denk ik baalt dat hij geen onderdeel is van de BroMans Podcast van de eeuwige studentjes Brekelmans en Karremans) is groei heilig. Alleen dan ben je ‘mans’ genoeg, vindt hij. De overheidsfinanciën voor de komende jaren gaan dan ook steevast uit van een tot twee procent economische groei. We kunnen niet zonder.
Het punt is alleen: Nederland is niet de enige hut die gebouwd wordt. Erger nog: we zijn een driedubbele wolkenkrabber in een wereld van heel veel kleine hutjes, we hebben alle spijkers gestolen van andere landen, en het hout is op omdat de vastgoedmagnaten (lees: onze voorgaande ministers van Financiën) alsmaar hoger, beter, mooier wilden. Het gevolg: als iedereen op aarde zo zou leven als wij Nederlanders, hadden we in 2026 bijna vier aardes nodig. De natuur en het klimaat als wisselgeld voor een ogenschijnlijk functionerend land.
Als we maar groeien.
Aan het einde van het zomerkamp werden alle hutten op een grote stapel gegooid en door de brandweer in de fik gestoken. Gemoedelijk keken de kinderen uit het dorp samen naar een groot kampvuur waarmee we het einde van de zomer vierden. Het maakte niet meer uit wie de grootste hut had. Het vuur was hoe dan ook even groot geworden: er was nu eenmaal maar zoveel hout.
In de auto terug naar huis vroeg ik me afgelopen maandag af: is dat eindeloos snakken naar economische groei nou echt ‘mans’? Of is het gewoon ontzettend dom en oneerlijk?
Of misschien begrijp ik er, net als de hoofdeconoom, gewoon helemaal niks van.
Thema's: