
Columnist Jan van Poppel verbaasde zich over de analyses op tv en concludeerde: als alles belangrijk wordt gemaakt, is uiteindelijk niets écht belangrijk.
Afgelopen dinsdag keek ik naar Pauw & De Wit. Daar analyseerde politiek verslaggever van het AD, Elodie Verweij, uitgebreid hoe ex-PVV’er Gidi Markuszower in een interview nét iets te langzaam reageerde op de vraag: 'Wilt u Wilders politiek kapotmaken?' Drie seconden stilte. Drie. Seconden. En hup: een tafel vol speculaties over de vriendschap tussen Wilders en Markuszower, over politieke strategieën en over wat die stilte 'zou kunnen betekenen'.
Begrijp me niet verkeerd: als journalist wil ik weten wat er in de wereld gebeurt. Maar soms voelt de journalistiek zo opportuun. Zo hijgerig. Alsof alles nú geduid moet worden, ook als we eigenlijk nog geen idee hebben wat er aan de hand is.
Waarom moeten wij alles weten over de vriendschap tussen Gidi en Geert? Alsof het landsbelang afhangt van wie wie appt, een bericht negeert of iemand bij de voornaam aanspreekt. Toch ligt elke letter, elke stilte en elke opgetrokken wenkbrauw van een Kamerlid meteen onder de microscoop van een batterij verslaggevers. Nog voordat een zin is afgemaakt, staat de eerste pushmelding al klaar: 'Wat bedoelde hij hiermee?'
Daarna volgt het bekende ritueel: duiders en analisten die in talkshows met ernstige gezichten proberen te achterhalen wat iemand misschien bedoeld zou kunnen hebben. Dat is geen journalistiek. Dat is politieke astrologie: koortsachtig patronen zoeken en met grote zekerheid onzekerheden verklaren.
En ja, ik hoor de Haagse verslaggevers al: wij controleren de macht. Politici moeten stevig bevraagd worden. Helemaal waar. Een democratie zonder kritische journalistiek staat op drijfzand. Maar ergens tussen noodzakelijke controle en een permanente politieke realityshow is iets ontspoord. Controle gaat over beleid en besluiten: wat wordt er geregeld, wie profiteert, wie betaalt de prijs? Die analyses zijn er wel, alleen halen ze zelden de pushmelding. Ze zijn langzamer, ingewikkelder en voor de talkshows simpelweg te saai.
In plaats daarvan krijgen we de snelle Haagse variant: wie keek zuur, wie belde wie, wie zou zich gepasseerd voelen. Dat levert veel rumoer op, maar weinig inzicht. Het is een beetje als met het klimaat: als elke warme dag paniek veroorzaakt en elke koude dag tot geruststelling leidt, verlies je het zicht op de echte trend. Zo raakt ook in Den Haag het zicht op de grote vragen - klimaat, wonen, zorg - uit beeld.
Als alles belangrijk wordt gemaakt, is uiteindelijk niets écht belangrijk.
Veel mensen klagen tegenwoordig over de hoeveelheid nieuws, en dat is misschien ook niet zo vreemd. Het probleem is niet alleen dát er veel nieuws is, maar ook wát we nieuws noemen. Als programma’s als Pauw & De Wit zich blijven richten op de ruis, verliezen we het zicht op wat er echt toe doet. Terwijl het juist nuttig zou zijn om te weten wat er gebeurt met de zorg, fossiele subsidies of de woningmarkt; dossiers die ons dagelijks leven daadwerkelijk raken. In plaats daarvan verdrinken we in een stroom kleine politieke golfjes. Drie seconden stilte bleken dinsdagavond al genoeg voor een uitgebreide analyse over wie er met wie appte en wat iemand misschien bedoelde met een halve zin.
Ik vind het jammer dat de echte problemen zelden zoveel zendtijd krijgen.
Meer over:
jan van poppelMeld je snel en gratis aan voor de BNNVARA nieuwsbrief!