Logo Zembla
Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek

Politie, ambtenaren en woningcorporatie al vroeg op de hoogte van verkrachtingszaak Stek Oost. Burgemeester niet ingelicht.

Gisteren
leestijd 9 minuten
2550 keer bekeken
stekoost-2

Geweldsincidenten, problematiek met verwarde statushouders en een verkrachtingszaak. In de uitzending Het Woonexperiment onderzoekt Zembla wat er in de loop der jaren misging bij het Amsterdamse woonproject Stek Oost, waar 250 Nederlandse jongeren en statushouders samenwonen. Zembla beschikt inmiddels over nieuwe informatie over deze zedenzaak tegen Mohammad R.A. Hij is in juli 2024 veroordeeld voor verkrachting van twee medebewoners. Uit deze informatie blijkt dat er bij de verantwoordelijke partijen al veel eerder signalen bekend waren over hem dan tot nu bekend was. Wie wist wat wanneer? Een reconstructie. 

Het is februari 2022. Een onaangenaam dossier bereikt de mailbox van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema. Het betreft de verkrachtingszaak die zich afspeelt in het gemengd wooncomplex Stek Oost. De boodschap die de burgemeester bereikt: In oktober 2021 heeft een bewoonster van Stek Oost aangifte gedaan van verkrachting tegen een medebewoner van dit complex. Halsema is zichtbaar verrast dat deze informatie haar nu pas bereikt. Op 10 februari 2022 mailt Halsema naar haar ambtenaren: “Ik schrik er wel erg van dat het incident waarover ik de afgelopen week de informatie ontving al in oktober heeft plaatsgevonden (in de mail werd het ‘recent’ genoemd). Ook schrik ik ervan dat er zoveel incidenten hebben kunnen plaatsvinden zonder dat het mij bereikt heeft dat we te maken hebben met een mogelijk stelselmatige dader tegen wie niet is opgetreden.” 

Een terechte schrik bij de Amsterdamse burgemeester; want wie het dossier over de zedenzaak op Stek Oost bestudeert, ziet dat signalen al vroeg circuleerden bij betrokken instanties. Woningbouwcorporatie, gemeenteambtenaren en politie hadden bewoner van Stek Oost Mohammad R.A. nog geen jaar na de start van het woonproject al in beeld. 

December 2018

Het werd door de gemeente gepresenteerd als de gedroomde oplossing voor het tekort aan woningen en tegelijkertijd de integratie van statushouders: gemengd woonproject Stek Oost. In dezelfde maand van de feestelijke opening komt er bij de politie de eerste melding van verkrachting binnen tegen Mohammad R.A. Hij is een Syrische statushouder die deel uit maakt van de eerste lichting bewoners van het gemengd woonproject.  

Deze melding, die bij de Amsterdamse zedenpolitie binnenkomt, is van een Taiwanese vrouw. Zij bezoekt Amsterdam in december 2018 en verblijft bij Mohammad R.A. via couchsurfing. Dit is een communityplatform waarmee reizigers gratis bij locals kunnen overnachten. 

De vrouw doet een melding maar geen formele aangifte tegen Mohammad R.A. Een melding is geen officieel verzoek tot vervolging. De politie gebruikt meldingen om signalen vast te leggen en, indien nodig, een dossier op te bouwen voor het geval er later aangiftes volgen. In een schriftelijke verklaring, die de politie in maart 2020 alsnog bij de Taiwanese vrouw ophaalt, legt zij uit waarom zij in december 2018 afzag van aangifte: “De politie vertelde mij dat het een lang proces zou gaan worden om over alle kleine details te praten en dat ik de zaak niet zou winnen, omdat het al vijf dagen geleden was en er niet genoeg bewijs was om hem te vervolgen”. Als solo reiziger voelde zij zich onvoldoende gesteund om dat traject aan te gaan. “En toen ik hoorde wat de politie allemaal zei, voelde ik mij machteloos dus heb ik besloten om voor mezelf te zorgen en om hulp te vragen, want ik was nog steeds in shock.”   

Maart 2019

Een paar maanden later doet er wél iemand aangifte tegen Mohammad R.A. bij de Amsterdamse zedenpolitie. Het is Amanda, de vrouw die in de uitzending van Zembla haar verhaal deed. Amanda, die begin 2019 een aantal maanden woont in een van de studio’s van Stek Oost, vertelt de politie dat ze een aantal dagen eerder door Mohammad R.A. is verkracht. Op zijn aandringen is ze meegegaan naar zijn woning. In de uitzending vertelt ze hoe ze vervolgens “niet meer weg mocht” en door hem werd verkracht. Ze doet aangifte en vertrekt definitief uit Stek Oost. Mohammad R.A. blijft wonen in het gemengd wooncomplex. 

Najaar 2019

Uit vertrouwelijke mails blijkt dat in het najaar van 2019 niet alleen bij de politie, maar ook bij de woningcorporatie Stadgenoot en de gemeente Amsterdam meldingen zijn binnengekomen van bewoonsters over hun buurman Mohammad R.A.  

Een manager van Stadgenoot mailt op 21 oktober 2019 naar de gemeente en de wijkagent dat een bewoonster van Stek Oost gebeld heeft en aangeeft “in december/januari te zijn aangerand door R.A., maar dat er nooit iets met haar melding is gedaan.” Ook een andere bewoonster van Stek Oost heeft zich bij de manager gemeld over Mohammad R.A. De manager vervolgt: “Er is hier waarschijnlijk meer aan de hand dan we denken. Ik denk dat er snel een plan van aanpak voor deze jongen moet komen.” 

Vlak hierna, melden beide vrouwen zich ook bij de politie. Beide meldingen gaan over ernstig seksueel grensoverschrijdend gedrag door Mohammad R.A. De incidenten spelen zich af net na de opening van Stek Oost, in december 2018 en januari 2019.  

De vrouwen doen geen formele aangifte. Eén zegt bang voor Mohammad R.A. te zijn omdat hij nog steeds, net als zij, in Stek Oost woont. De ander wijst erop dat ze weet dat hij opgeroepen is door de politie voor een verhoor, maar niet is gegaan.  

Oktober 2020

Als Amanda ruim anderhalf jaar na haar aangifte nog niets van de politie heeft gehoord, schakelt zij een advocaat in: Maartje van Megen. Op 21 oktober 2020 krijgt zij van het Openbaar Ministerie te horen dat de zaak wordt geseponeerd wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Pas na die sepotbeslissing krijgt Van Megen het dossier voor het eerst in handen. Van Megen: “De officier van justitie vond dat er onvoldoende bewijs was, omdat het een één op één situatie was, wat vaker het geval is bij een zedenzaak. In dit geval ging het bovendien om een ontkennende verdachte die verklaarde dat het vrijwillig was gebeurd”, vertelt van Megen. “Dan moet er steunbewijs zijn om iemand te kunnen vervolgen. Maar het bijzondere in deze zaak was dat het steunbewijs er wat mij betreft juist wel inzat, omdat er dus ook al zoveel meldingen waren gemaakt door andere vrouwen.” 

Als Van Megen het dossier bestudeert, ontdekt ze dat de verdachte pas in juli 2020 voor het eerst is aangehouden en verhoord op het politiebureau: een jaar en vier maanden na de aangifte van Amanda. “Het duurde lang voordat de verdachte door de politie ondervraagd werd, het onderzoek naar de verdachte leek stil te liggen.” 

De politie laat schriftelijk aan Zembla weten dat de man meerdere keren was uitgenodigd voor verhoor, maar niet kwam opdagen: “De man is in juli 2020 aangehouden nadat hij driemaal door de politie is uitgenodigd voor een verhoor, tweemaal is hij niet verschenen. Bij de laatste keer in oktober 2019 heeft hij zich bij een verkeerd bureau gemeld. Door corona is de aanhouding uitgesteld tot juli 2020”.  

Van Megen ziet in de meldingen van vrouwen die in 2018 en 2019 bij de politie binnenkwamen een patroon. Uit hun verklaringen blijkt dat Mohammad R.A. hen uitnodigde in zijn woning, vaak onder het mom van hulp of een gesprek. Meerdere vrouwen verklaren dat zij alcohol aangeboden kregen, zich daarna slap voelden en vervolgens tegen hun wil werden betast of verkracht. Op basis van haar bevindingen start Van Megen een zogenoemde artikel 12sv-procedure, waarmee zij het gerechtshof vraagt het dossier opnieuw te bekijken en het hof vraagt de man alsnog te laten vervolgen. 

Najaar 2021

Op 4 november, 2,5 jaar na Amanda’s aangifte, beveelt het Hof de officier van justitie om Mohammad R.A. alsnog te vervolgen. Nog geen maand voor dit besluit verkracht Mohammad R.A. nog een vrouw op Stek Oost. Zij meldt zich op 25 oktober bij de politie. De zaak wordt in november besproken in het monitoroverleg over Stek Oost, de plek waar politie, gemeente en woningbouwcorporatie informatie uitwisselen over problemen op Stek Oost.

Februari 2022

De zaak belandt pas in februari 2022 op het bureau van burgemeester Halsema. Dit tot haar ongenoegen, lezen we in e-mails van de gemeente Amsterdam. Op 10 februari schrijft Halsema aan haar ambtenaren: “Zouden jullie voor mij eens kunnen reconstrueren waar deze meldingen worden verzameld, wie er wordt geïnformeerd en waarom dit pas zo laat bij het bestuur terecht komt? Dank je wel, Femke”  

Kort hierop besluit Halsema met behulp van een bestuurlijke maatregel een gebiedsverbod tegen de man in te stellen. Dit betekent dat hij zich niet meer mag laten zien op Stek Oost. Dit gebiedsverbod wordt niet veel later bekrachtigd door de bestuursrechter. In de tussentijd doen nog meer vrouwelijke bewoners aangifte bij de politie tegen Mohammad R.A. De woningcorporatie Stadgenoot voert vervolgens een juridische procedure om de man zijn huurcontract te laten ontbinden. In maart 2022 wordt de man opnieuw aangehouden door de politie vanwege nieuwe verdenkingen.

Juli 2024

In juli 2024 wordt Mohammad R.A. schuldig bevonden en veroordeeld tot drie jaar cel voor twee verkrachtingen die plaatsvonden op Stek Oost.

November 2025

Mohammad R.A. heeft zijn straf uitgezeten en komt vrij. Hij ontkent de beschuldigingen en heeft hoger beroep ingesteld. Dit hoger beroep zal in 2026 starten.           

Wat deden de betrokken partijen?

Niet alleen de politie, maar ook de woningcorporatie en de gemeente waren al sinds 2019 op de hoogte dat er meerdere meldingen waren binnengekomen van vrouwen over hun buurman Mohammad R.A. In oktober 2019 mailen de partijen dat “er een plan van aanpak” moet worden opgesteld. Uit schriftelijke antwoorden van stadsdeel Oost over hoe dat plan van aanpak eruitzag, blijkt dat Mohammad R.A. vanaf begin 2019 al in gesprek was met verschillende zorgpartijen en gemeentelijke diensten maar “hij weigerde alle hulp”. Zijn naam zou bovendien meerdere keren terugkomen zijn in het monitoroverleg over Stek Oost. “In uitzonderlijke gevallen wordt daarbij het Actiecentrum Zorg en Veiligheid betrokken, een afdeling die direct onder verantwoordelijkheid van de burgemeester valt.” Mohammad R.A. viel onder deze categorie, zegt het stadsdeel. Het Actiecentrum Zorg en Veiligheid ging samen met de wijkagent in gesprek met Mohammad R.A. Hij stemde in 2021 vrijwillig in met een tijdelijk verblijf in een zogenoemde afkoelwoning. Deze woning is bedoeld “om mensen tijdelijk uit de gemeenschap te halen en de rust weder te laten keren”, aldus stadsdeel Oost. 

Waarom het zo lang duurde voordat Mohammad R.A. werd aangehouden en definitief uit huis werd geplaatst, is een vraag die zich blijft opdringen. Carolien de Heer, stadsdeelvoorzitter Amsterdam-Oost, zegt dat er herhaaldelijk is geprobeerd om via zorg en begeleiding in te grijpen en om hem uit het complex te krijgen. “Dat is helaas niet gelukt.” 

Ook de woningcorporatie Stadgenoot wijst op haar beperkte rol. “Op het moment dat er een strafbaar feit wordt gepleegd, zijn wij feitelijk niet aan zet”. Pas wanneer strafbaar gedrag vaststaat, kunnen volgens Stadgenoot juridische stappen worden gezet om een huurovereenkomst te beëindigen. 

Volgens advocaat Maartje van Megen wringt juist daar de schoen. Zij stelt dat politie en de woningcorporatie al vroeg wisten dat er ernstige zorgen waren. “In zo’n geval, waarbij de veiligheid van de andere bewoners in het geding is, zou de woningcorporatie sneller tot uitzetting moeten kunnen overgaan. Want heel veel vrouwen liepen het risico om in de veiligheid van hun eigen huis verkracht te worden.” Op het moment dat er signalen binnenkomen dat het niet veilig is, dan moet erop geacteerd kunnen worden, vindt van Megen. “En dan moet je je niet kunnen verschuilen achter huurrechten.” 

Zeven meldingen en aangiftes tegen Mohammed R.A.

De politie laat aan Zembla weten dat er tussen 2018 en 2022 in totaal zeven meldingen van aangifte en verkrachting binnenkwamen tegen Mohammad R.A. De politie schrijft dat: “In complexe casussen zoals deze, waar ook in een aantal gevallen in eerste instantie geen aangifte is gedaan, het kan voorkomen dat opsporingsonderzoeken tijd vragen voordat er voldoende grond is voor een aanhouding.” Volgens de politie is de samenwerking tussen betrokken partners inmiddels aangescherpt, “zodat signalen sneller worden gedeeld en er passende maatregelen eerder ingezet kunnen worden.” 

Tijdens het onderzoek sprak Zembla met meerdere vrouwen die aangifte deden tegen Mohammad R.A. Sommigen vertellen dat zij zich in hun eerste contact met de politie ontmoedigd voelden om hun melding in een aangifte door te zetten. Ze zouden zijn gewezen ‘op het gedoe’ dat een aangifte zou kunnen opleveren, zoals het feit dat je later als getuige opgeroepen kan worden en ze werden gewezen op de kleine kans dat hun aangifte tot een veroordeling zou leiden. Dit maakte dat een aantal van hen besloot om in eerste instantie, of helemaal, af te zien van aangifte.  

Zembla wacht nog op reactie van burgemeester Halsema op de vraag hoe het kan dat de informatie van politie en gemeenteambtenaren haar niet eerder bereikte.    

Meer over:

artikelen
Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de Zembla-nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze onthullende journalistiek.

Al 100 jaar voor