Logo Zembla
Onafhankelijke onderzoeksjournalistiek

Kamervragen en antwoorden PvdA ?Befehl ist befehl in Uruzgan?

09-02-2010
  •  
leestijd 4 minuten
  •  
kamervragen-en-antwoorden-pvda-befehl-ist-befehl-in-uruzgan
Vragen van het lid Eijsink (PvdA) aan de Minister van Defensie
naar aanleiding van de Zembla uitzending ‘Befehl ist befehl in Uruzgan’
1.Heeft u kennis genomen van de uitzending van Zembla op 24 januari 2010, ‘Befehl ist befehl in Uruzgan’?

Ja.

2.Klopt het dat de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) niet meer kan doen dan u een advies geven ten aanzien van de afhandeling van deze zaak betreffende de aangekondigde aanklacht van de twee groepscommandanten jegens hun pelotonscommandant? Zo nee, welke mogelijkheden heeft de IGK nog meer in de afhandeling van deze zaak?

De Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK) heeft tot taak de minister, gevraagd en ongevraagd, van advies te dienen ten aanzien van alle vraagstukken de krijgsmacht betreffende, alsmede een onderzoek in te stellen of te bemiddelen in individuele aangelegenheden betreffende (voormalig) personeel van de krijgsmacht die hem door of namens de betrokkene of diens verwanten schriftelijk worden voorgelegd. Verder is onder meer bepaald dat de IGK zich ervan zal onthouden rechtstreeks bevelen of aanwijzingen aan de betrokken commandanten of hoofden van dienst te geven, tenzij de aanwijzingen van zeer algemene aard zijn.
 
Bij een verzoek om bemiddeling moet altijd worden gemeld wat de aanleiding is, wat met de bemiddeling wordt beoogd en wat precies van de IGK wordt verwacht. Vervolgens zal de IGK zich, na overleg met de betrokken defensiemedewerker, richten tot het onderdeel en/of de persoon waarop het verzoek betrekking heeft. Als de IGK overtuigd is van de redelijkheid van het verzoek en binnen de organisatie mogelijkheden en ruimte ziet om tot een oplossing te komen, zal hij zich daarvoor blijven inspannen. De bemiddeling wordt beëindigd op het moment dat een passende oplossing is bereikt, dan wel wanneer wordt vastgesteld dat verdere bemiddeling niet tot resultaat zal leiden. 


3.Hoe zal het onderzoek van de IGK naar de aanklacht verlopen?

4.Wilt u (helpen) bevorderen dat de IGK zo spoedig mogelijk, na de indiening van de aanklacht door de twee groepscommandanten, u een advies geeft betreffende deze zaak dan wel op andere wijze hierover een uitspraak doet?

5.Wilt u de Kamer terstond informeren over het advies en/of uitspraak van de IGK en de verdere afhandeling van deze zaak?

De IGK heeft geen verzoek om bemiddeling in deze zaak ontvangen. Mocht de IGK alsnog een verzoek daartoe ontvangen, dan zal de gebruikelijke procedure voor de afhandeling van verzoeken om individuele bemiddeling worden gevolgd. 


6.Bent u bereid om mede op grond van deze zaak nader onderzoek in te stellen of “sociaal leiderschap” in de praktijk daadwerkelijk volwaardig aan bod komt in de opleiding van én in de selectie- en bevorderingscriteria voor officieren?

Op basis van de bevindingen in het Rapport Onderzoek Ongewenst Gedrag binnen de Krijgsmacht (Rapport ‘Commissie Staal’, Kamerstuk 30800 X nr. 6 d.d. 29 september 2006) is sociaal leiderschap als een belangrijke competentie van leidinggevenden bevestigd. Dit komt tijdens opleidingen veelvuldig aan bod. Daarnaast wordt tijdens de voorbereiding op uitzendingen structureel aandacht besteed aan teambuilding binnen de eenheden. 
 
Om te borgen dat in functioneringsgesprekken van officieren structureel aandacht wordt besteed aan de sociale aspecten van leiderschap is besloten dit onderwerp als vast gespreksitem op te nemen in het formulier voor de vastlegging van het functioneringsgesprek. Hierover bestaat overeenstemming met de centrales van overheidspersoneel. Het nieuwe formulier zal op korte
termijn worden ingevoerd. Bij de beslissing tot functietoewijzing van officieren wordt onder meer de uitkomst van hun functioneringsgesprekken betrokken. Deze individuele zaak vormt geen aanleiding voor nader onderzoek.


7.Hoe beoordeelt u de situatieschets van de beide groepscommandanten inzake de gebrekkige materiële gereedheid van de Nederlandse militairen in Uruzgan en de uitspraak dat de missie hierdoor niet ‘as safe as possible’ kan worden uitgevoerd?

De Nederlandse militairen in Uruzgan beschikken over modern, robuust, veilig en kwalitatief hoogwaardig materieel. In het inzetgebied wordt er met eigen en externe middelen naar gestreefd om het materieel inzetgereed te houden. Indien dat tijdelijk en plaatselijk niet mogelijk is, worden operaties uitgesteld of worden prioriteiten gesteld om het personeel te allen tijde te voorzien van inzetgereed materieel dat is afgestemd op de opgedragen operationele taken. Naar aanleiding van de aanhoudende signalen over de hoge mate van slijtage aan het materieel, zijn de zogenaamde Bos- en Van Geelgelden beschikbaar gesteld om de snelle slijtage te adresseren. 


8.Is de materiële gereedheid van de Nederlandse militairen in Uruzgan sinds september 2008 verbeterd? Zo ja, op welke wijze? Zo nee, waarom niet?

De materiële gereedheid was in 2007 voldoende en is in 2008 en 2009 verder verbeterd, onder meer door het invoeren van nieuwe voertuigen zoals de Bushmaster, en verbeteringen in het logistieke proces.

9.Kunt u de Kamer de conclusies van het ‘huishoudelijke rapport’ dat Defensie liet uitvoeren naar aanleiding van de gebeurtenissen van september 2008 in Uruzgan toesturen?

Het rapport van het huishoudelijk onderzoek is ‘personeelsvertrouwelijk’. Om deze reden kan het niet ter beschikking worden gesteld
 
1) Zembla, 24 januari 2010
 
Toelichting: Deze vragen dienen ter aanvulling op eerdere vragen ter zake van de leden Van Bommel en Poppe (beiden SP), ingezonden 26 januari 2010 (vraagnummer 2010Z01466)

Meer over:

nieuws-special
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de Zembla-nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze onthullende journalistiek.