
Het speciale programma van het ministerie van Justitie en Veiligheid om te voorkomen dat jongeren in de zware criminaliteit belanden werkt niet. Die conclusie trekken verschillende experts na onderzoek van Zembla. Ieder jaar wordt ongeveer 100 miljoen euro uitgegeven aan Preventie met Gezag, om te voorkomen dat jongeren in de ondermijnende criminaliteit belanden of erin doorgroeien. Met dit geld investeren gemeenten onder meer in voorlichting op scholen, games, en theater. Maar dit soort programma’s werken volgens deskundigen niet. Zembla ontdekte dat het geld het afgelopen jaar naar bijna 250 verschillende projecten is gegaan. “Weggegooid geld”, stelt emeritus-hoogleraar forensische psychiatrie Jan Hendriks. “Van 95 procent is niet bekend of ze überhaupt enig effect kunnen hebben”. Wetenschappers roepen justitieminister David van Weel op om in te grijpen.
Hoewel de jeugdcriminaliteit de afgelopen twintig jaar is gedaald, worden de vergrijpen steeds ernstiger. Volgens het Openbaar Ministerie werden het afgelopen jaar opnieuw meer tieners verdacht van zware misdrijven. Het Strategisch Kenniscentrum Ondermijnende Criminaliteit concludeerde deze week dat de overheid te weinig aandacht heeft voor het feit dat jongeren kwetsbaar zijn voor grootschalige werving door criminelen.
Sinds 2022 wordt via Preventie met Gezag ieder jaar ongeveer 100 miljoen euro verdeeld over 47 gemeenten die worstelen met jeugdcriminaliteit. Twee jaar geleden liet het ministerie onderzoek doen naar de effectiviteit van interventies die dankzij dit geld werden ingezet. De conclusies waren vernietigend. Er werden veel te veel en vooral niet bewezen effectieve programma’s ingezet. De onderzoekers, emeritus-hoogleraren Jan Hendriks en Geert Jan Stams, adviseerden het ministerie alleen nog gebruik te maken van een aantal wetenschappelijk onderzochte of goed onderbouwde interventies. “Minder is meer. Dus we zouden in Nederland slechts een stuk of tien programma’s moeten uitrollen.” Het ministerie van Justitie nam dat advies over.
Experts concluderen nu op basis van onderzoek van Zembla dat er met dit advies ten onrechte niets is gedaan. Zembla vroeg aan alle gemeenten die geld vanuit de speciale Justitie-pot krijgen waar ze dit aan uitgeven. 42 gemeenten gaven antwoord. Daaruit blijkt dat er maar liefst bijna 250 verschillende aanpakken, projecten en interventies worden ingezet. Zoals voorlichting op scholen, games, sportactiviteiten, jongerenwerk en coaching.
“Een enorme wildgroei”, vindt Jan Hendriks. “Eigenlijk word ik er depressief van. Ben je nou lucht aan het pompen in een lekke fietsband? Dit kan gewoon niet”, reageert Geert Jan Stams op het onderzoek van Zembla.
Ook andere deskundigen zijn zeer kritisch. "Dat geld moet je zorgvuldig inzetten. Dit is toch een grote-kijk-maar-wat-je-doet-show?!”, aldus lector aanpak jeugdcriminaliteit Jan Dirk de Jong. Universitair docent Evelyn Heynen, die gemeenten adviseert over de inzet van het geld, ziet ook dat het nu niet goed gaat: “Deze lijst is echt schrijnend lang.” Bovendien worden volgens deskundigen interventies ingezet waarvan is gebleken dat ze zelfs averechts kunnen werken. “Zo’n interventie kost geld, dat vervolgens niet naar effectieve interventies gaat. Het is dus schadelijk om dat soort interventies in te zetten”, stellen onderzoekers van het Trimbos-instituut tegenover Zembla.
De experts roepen David van Weel, de minister van Justitie en Veiligheid, op in te grijpen. Volgens Evelyn Heynen moet er worden geïnvesteerd in jongeren en niet in dure interventies. Geert Jan Stams en Jan Hendriks vullen aan: “De minister moet zeggen wat we gaan doen en hoe we het gaan doen. Want zo werkt het niet, we kunnen hier niet mee doorgaan.”
Minister van Weel zegt de Zembla-uitzending met interesse te gaan bekijken en de conclusie van de deskundigen niet op voorhand te delen, maar wel in gesprek te willen met de wetenschappers over hun kritiek. “Dit is heel complexe problematiek. In deze wijken is het überhaupt al moeilijk om een voet aan de grond te krijgen, om een normaal gesprek te kunnen voeren. Er is een alternatieve samenleving in grote delen daarvan.”
Op de oproep om nog maar een beperkt aantal programma’s in te zetten reageert de minister afwijzend. “Ik ga echt niet op voorhand zeggen dat deze vijf programma's wel mogen en de rest niet. Alles wat werkt moeten we aangrijpen, maar we moeten wel heel goed kijken wat er werkt.”
Meer over:
artikelenSchrijf je in voor de Zembla-nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze onthullende journalistiek.