Sfeerfoto van Zembla

Zembla

Donderdag om 20.25 uur op NPO2npo2

Het onderzoeksjournalistieke televisieprogramma van BNNVARA
Zembla

‘Het zien van heftige gebeurtenissen is niet goed voor je hersens’

1 nov 2016
  •  
leestijd 3 minuten
Linda is gesprongen
Getuige zijn van een suïcide. Het komt regelmatig voor. Soms zijn het naaste betrokkenen zoals familieleden of buren. Soms zijn er veel meer getuigen; omstanders, toevallige voorbijgangers, zoals op zaterdag 30 april, toen een verwarde man van een steiger sprong in de Wijdesteeg  in het centrum van Amsterdam. Waar kun je terecht nadat je hebt gezien hoe iemand zichzelf van het leven heeft beroofd?
Wijdesteeg, Amsterdam, zaterdag 30 april. In twee panden woedt op drie plekken een brand. De brandstichter is vermoedelijk een verwarde man, die uren op een steiger staat van een naastgelegen pand. Omstanders zien hoe de man tekeer gaat op de steiger, hoe hij voorwerpen naar beneden gooit. Beelden van de verwarde man vinden via (social) media hun weg naar een nog veel breder publiek. De politie zet een arrestatieteam en een onderhandelaar in om hem veilig van de steiger te helpen. Tevergeefs. Vroeg in de avond springt de man van de steiger en overlijdt.
,,Wij hebben ter plekke omstanders zo veel mogelijk op afstand gehouden’’, zegt Rob van der Veen, woordvoerder van de politie Amsterdam. ,,Gewoon, omdat het niet goed is voor je hersens om dit soort aangrijpende gebeurtenissen te zien.’’ Na het incident hoort de politie alle getuigen. ,,Als het nodig is brengen wij mensen in contact met Slachtofferhulp Nederland. Daar kunnen ze hun verhaal kwijt’’, zegt Van der Veen.
Hoeveel impact het zien van een zelfmoord – of een ander heftig incident - kan hebben, weet hij uit ervaring. Hij werkte 22 jaar als agent in de binnenstad van Amsterdam: ,,Zelfdodingen, ongelukken, reanimaties van kinderen, mensen die onder je handen sterven, stoffelijk overschot van mensen die al drie weken in hun woning liggen met de kachel aan. Allemaal zaken waar je als agent mee te maken krijgt.’’
Politiemensen die getuige zijn geweest van bijvoorbeeld een zelfmoord worden intern begeleid door het Team Collegiale Ondersteuning. Van der Veen: ,,Beelden van heftige gebeurtenissen komen op je harde schijf terecht. Die beelden neem je je hele leven mee, en je weet nooit wanneer ze boven komen.’’ Hij vindt het daarom belangrijk dat er binnen het korps aandacht voor is.
Het Team Collegiale Ondersteuning is er dus voor de professionals. Voor burgers is er Slachtofferhulp, zegt de politie. Dit blijkt niet helemaal het geval. Slachtofferhulp Nederland richt zich officieel namelijk op slachtoffers en nabestaanden van een misdrijf of verkeersongeluk, en achterblijvers van vermissing. Suïcide is geen misdrijf en daarom vallen getuigen daarvan niet onder de doelgroep, meldt Slachtofferhulp Nederland. Wel kan suïcide een crisissituatie zijn, en dan schakelt de politie Slachtofferhulp Nederland in. Dit gebeurt jaarlijks zo’n tweehonderd keer. De organisatie verzorgt dan voor de getuigen, maar ook voor nabestaanden en andere betrokkenen, de eerste opvang en verwijst vervolgens door naar de huisarts of algemeen maatschappelijk werk.  Vier- tot vijfhonderd keer per jaar komen  getuigen  via de politie, op eigen initiatief, of via een andere externe partij zoals de gemeente bij Slachtofferhulp Nederland terecht.
Zij worden doorverwezen naar de huisarts of algemeen maatschappelijk werk.
Tot hierover een officieel besluit is genomen beperkt Slachtofferhulp Nederland zich tot de eerste opvang. Volgens Crielaars is Slachtofferhulp overigens niet ingezet door de politie naar aanleiding van het incident aan de Wijdesteeg in Amsterdam. Ook hebben getuigen later, op eigen initiatief geen contact opgenomen met de organisatie.
Bij de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) is niet bekend hoeveel mensen naar de huisarts gaan na het zien van een zelfdoding. Maar zijn er klachten, dan raadt de LHV dit mensen wel aan om te doen. Zo mogelijk wordt de patiënt binnen de huisartsenzorg behandeld, meldt de LHV. Dat kan zijn door de huisarts zelf, of de praktijkondersteuner GGZ. Zo nodig wordt de patiënt doorverwezen naar maatschappelijk werk of de psycholoog. 

Meer over:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Schrijf je in voor de ZEMBLA-nieuwsbrief en ontvang wekelijks als eerste onze beste nieuwsverhalen, achtergrondartikelen en exclusieve video's.