Bij de ooievaars is er geen plek meer voor het kleinste en zwakste kind.
Ook bij de koolmezenfamilie is er geen goed nieuws: van de vijf eieren die zijn uitgekomen gaan drie kuikens voortijdig dood. Het is te koud en er is te weinig voedsel. De torenvalk legde, veel later dan gebruikelijk, haar tweede ei en begon toen pas met broeden. Omdat het eerste ei niet levensvatbaar is, at ze het ei gulzig op.
Personen in dit fragment: