De Borinage was een voormalig steenkoolgebied in België. Behalve steenkool, werden daar aan het eind van de negentiende eeuw ook heel veel fossielen van ‘iguanodons’ gevonden. In 1878 stuitten kompels in een Waalse mijnschacht op een enorme hoeveelheid iguanodonbeenderen. Toen de skeletten in 1883 opgesteld werden in het Natuurhistorisch Museum in Brussel (het huidige Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen) kon de mens voor de allereerste keer zien hoe een dinosaurus eruitzag.Het besef dat er ooit dinosauriërs hadden geleefd was in die tijd nog miniem. Vijftig jaar eerder waren in Engeland botten gevonden die wetenschappers lieten vermoeden dat er miljoenen jaren geleden immense dieren leefden. De eerste onderzoeker naar de botten van deze dieren, Sir Richard Owen, bedacht de naam ‘dinosauriërs’, naar het Grieks voor ‘verschrikkelijke hagedis’.Nadat de mijnwerkers in Bernissart hun vondst bekend hadden gemaakt, trok een groep paleontologen naar de mijn om nog meer fossiele resten van iguanodons te zoeken. Ze haalden uit de 320 meter diepe kleilaag uiteindelijk dertig skeletten, waarvan tien complete, die nog precies in de houding lagen waarin ze miljoenen jaren eerder waren gestorven. De klei had er voor gezorgd dat alles intact was gebleven.