Toen ik jong was vond ik de natuur best wel een verplichting. Mijn ouders – ik kom uit een ouderwets gezin, ik heb een vader en een moeder – hielden van wandelen en hun kinderen dus ook. Wij wandelenden, elk weekend, en dat greep eigenlijk altijd plaats in de natuur. En was, dat begrijpt u, verplicht. Het wandelen. De natuur was er al, en trok zich ook eigenlijk vrij weinig van ons aan.De wandelingen die ik mij het best herinner waren in het Noordhollands duingebied - Castricum, Bakkum, Egmond, Schoorl - een prachtig gebied met bospaden, duipannetjes, vlaktes en een overvloed aan vogels die door mijn vader allemaal herkend werden. En dan bedoel ik niet dat hij elke soort herkende, nee, hij kende feitelijk elke vogel, wist waar hun nest was, wat hun favoriete voedsel was, met wie en hoe ze paarden en wanneer ze weer eens in zuidelijke of juist noordelijke richting zouden vliegen. Ik was diep onder de indruk, omdat ik op zijn vraag ‘kijk…die daar, net boven die boomtop… Wat is dat?!’ meestal niet verder kwam dan ‘een vogel?’ of die ene keer ‘eh…een zanglijster?’ en toen was het een meeuw.....