
Bonte vliegenvanger (mannetje)
© Pieterbj
Elke herfst vertrekken miljoenen trekvogels uit Europa richting Afrika. Veel soorten komen daarbij terecht in dezelfde regio’s als soortgenoten uit hun broedgebied. Voor vogels die samen trekken, zoals ganzen, is dat goed te verklaren: jonge dieren leren de route van hun ouders. Maar hoe werkt dat bij kleine zangvogels, die ’s nachts en alleen reizen? Nieuw onderzoek naar de bonte vliegenvanger laat zien dat zowel genen als de omgeving waarin een vogel opgroeit bepalen waar hij uiteindelijk overwintert. De studie is deze week gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Grauwe ganzen
© Fotograaf Edgar Tossijn
Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen volgden bonte vliegenvangers uit acht verschillende broedgebieden, van Spanje tot Siberië. Met behulp van minuscule dataloggers (kleine ‘rugzakjes’ die licht en tijd registreren) konden ze de volledige trekroute reconstrueren.
Wat blijkt? Alle vogels volgen eerst dezelfde opvallende route: via Spanje en Portugal, waar ze een tussenstop maken, en daarna in één lange vlucht van zo’n 40 uur over de Atlantische Oceaan naar West-Afrika. Vervolgens waaieren ze uit naar het oosten. Spaanse vogels blijven in het westen, terwijl Siberische soortgenoten nog duizenden kilometers verder vliegen, tot in Nigeria.
Opmerkelijk, want een directere route via Italië en de Sahara zou veel korter zijn. Mogelijk is de huidige omweg een evolutionair overblijfsel uit de ijstijd.

Bonte Vliegenvanger
© Vroege Vogels
Om te achterhalen wat die overwinteringsplek bepaalt, gingen de onderzoekers nog een stap verder. Ze verplaatsten eieren van Nederlandse vliegenvangers naar Zweden en lieten die daar opgroeien. Ook werden kruisingen gemaakt tussen Nederlandse en Zweedse vogels. Het resultaat: vogels die in een andere omgeving opgroeiden, overwinterden op een tussenliggende locatie. En kruisingen zaten weer iets dichter bij de Zweedse overwinteringsgebieden.
Daarmee is duidelijk dat zowel erfelijke aanleg als opvoeding een rol spelen. Niet de exacte route ligt vast, maar waarschijnlijk de ‘afstand’ die een vogel aflegt. Opvallend is ook dat jonge vliegenvangers hun trekgedrag niet van hun ouders leren.