Europese boomkikker
De boomkikker is een erg klein kikkertje, tot maar 5 cm groot. Typisch zijn de zuignapachtige hechtschijfjes aan de vingers en op de tenen. Boomkikkers leven op een dieet van (vliegende) insecten, die met de tong worden gevangen of besprongen en met de voorpoten in de mond geduwd. Zelf moet hij oppassen voor reigers, slangen, roofvissen en andere kikkersoorten. Ondanks dat hij wijd verspreid is in Europa, staat hij op de Rode Lijst.
Tijdens de paarperiode, van eind april tot eind juni, hoor je tegen de schemer wel eens mannetjes naar de vrouwtjes roepen. Een typerend ritmisch krek-krek-krek, dat tot 6 keer per seconden herhaald kan worden en tot wel een kilometer afstand hoorbaar is. De mannetjes zitten het liefst in ondiep water. Maar niet alle mannetjes roepen. Sommige slimme boomkikkers, satelliet-mannetjes genaamd, sparen energie uit door andere mannetjes te laten roepen terwijl zij gewoon lekker in het water liggen te wachten op de aankomst van de vrouwtjes. Het vrouwtje bevestigt na de paring (CHECK) tot zo’n 50 eiklompjes, (in totaal soms wel 1800 eitjes!) vast aan waterplanten.