Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Yvonne Kroonenberg: Integratie

12-05-2011
leestijd 3 minuten
56 keer bekeken
‘s Ochtends heb ik het druk. Zodra ik mijn ogen opendoe, om een uur of 7,  begint mijn kat hartstochtelijk te miauwen. Hij heeft geen vriendelijke stem. Ik hoor een verwijt, een aanklacht in de melodie van zijn miauw: waar blijft mijn ontbijt? Mijn bak is vies!
Niet alleen de kat wil op de bak, de hond  moet ook uit en die wil ook eten. Dan heb ik nog drie muizen, een aquarium, wandelende takken en drie kippen op het balkon van mijn flat. ‘Jij zou buiten moeten wonen!’ raden mijn vrienden aan. Maar ik moet er niet aan denken. Mensen die buiten gaan wonen, verliezen hun aanpassingsvermogen. Ze zoeken de rust en die vinden ze ook.
Er gebeurt niet veel op het platteland. Er worden geen fietsen gestolen, er lopen geen vrijgezelleparty’s lallend door de straat, er vraagt niemand de weg. Straten worden niet opgebroken, er rijden geen juffen van de peuteropvang met bakfietsen vol kinderen. Stadsmensen die een poosje buiten wonen, kunnen nergens meer tegen. ‘Als ik tegenwoordig in de stad kom, wil ik meteen weg!’  verklaren ze stellig.
Als ik buiten zou wonen, zou ik ook niet meer in de stad komen. In niet één stad trouwens en niet meer in een ander land. Ik zou niet meer op reis kunnen, want als ik een erf had, zou ik onmiddellijk een ezel kopen. Twee ezels, anders is het zielig en nog meer kippen, een schuurtje met cavia’s en een schaap. Twee schapen. Ik lijk Noach wel, maar die ging nog uit varen.
Als ik buiten zou wonen, kon ik nergens meer heen. Nu wel.
Als ik op reis ga, passen mijn buren op de boerderette en de hond gaat mee.
Ik krijg veel bijval voor mijn leefgemeenschap.
Mijn buren vierden onlangs een verjaardag. Toen de visite hoorde dat ik kippen op zes-hoog hield, wilden ze allemaal mee om dat spektakel te zien.
‘Heb je geen haan?’ vroeg iemand. ‘Ga je weg of niet!’ zei ik, ‘die kukelt in de zomer de hele stad wakker.’ Maar aanvankelijk had ik wel degelijk een haan. Dat wist ik niet, daarom had ik hem Fatima genoemd. Mijn kippen zijn zijdehoenders, Sheila Laila en Fatima, zijden namen voor fraaie kippen, maar op een dag zei Fatima kukeleku. Ik had eerst niet door waar het gekraai vandaan kwam.
Omdat ik aan levende dieren in mijn huis niet genoeg heb, staat naast mijn bed een wekker die om zeven uur vogelgeluiden maakt.
In de boekenkast, zit er een kunststof vogeltje. Het reageert op beweging en fluit een deuntje als je voorbij komt. In de keuken hangt een klok die op het hele uur een vogelgeluid geeft, ieder uur een ander. De specht om acht uur, de wielewaal om negen uur. Ik herken tegenwoordig de zang van de vink. Dat is die van één uur.
Maar goed, toen ik om tien over acht kukeleku hoorde, wist ik dat het niet een van de klokken was. Ik had een haan.Ik zette hem op marktplaats en had nog diezelfde dag een nieuw tehuis voor hem, op een kinderboerderij in Utrecht, in een buurt waar hanen beslist geen Fatima heten. De bewoners van de kinderboerderij zijn blij met hem vanwege zijn politieke tegengeluid en ik ben een nieuwe kip gaan uitzoeken.Dat is geen onbekommerde boodschap. Kippen kunnen goed ruiken en ze zijn van de pvv. Ze houden niet van nieuwkomers.
‘Je moet Sheila en Laila insmeren met een beetje parfum,’ raadde de vrouw van wie ik de nieuwe kip had gekocht aan, ‘de nieuwe kip doe je met hetzelfde parfum en dan zet je haar ‘s nachts in het hok. Dan hebben Sheila en Laila niks in de gaten en tegen de ochtend ruiken ze allemaal hetzelfde.’
Ik heb de raad opgevolgd en het is prima verlopen.
In mijn ren heerst vrede. De nieuwe kip heet Suzanna. Ze ruikt heerlijk en als ze spreekt, zegt ze tok. Net als iedereen.
Delen:

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor