De afgelopen weken was de waterstand in de grote rivieren van ons land erg hoog. Langs de Waal, Rijn en IJssel stonden de uiterwaarden onder water. Voor veel watervogels ontstonden nieuwe voedselplekken, waar ze dan ook volop van profiteerden. Kolganzen, kleine zwanen en kokmeeuwen vinden de hoge waterstand wel prima. Evenals roofvogels als de buizerd en torenvalk.
Flink onder water
Vanwege de flinke regenval in het westen en midden van Europa steeg het water in de grote rivieren snel. Zo voerde de Rijn op 28 december de uitzonderlijke hoeveelheid van 6459 kubieke liter water per seconde af. De uitwaarden stonden toen op veel plekken al flink onder water. Met name zwanen, ganzen en roofvogels reageerden op deze verandering. Zo werden buizerds en torenvalken geholpen door het wassende water; ze kregen de vluchtende zoogdieren gemakkelijk in de gaten. Op veel plekken aan de rand van het water of op nog niet overspoelde eilandjes waren jagende buizerds te zien die de gevluchte muizen en mollen alsnog te grazen namen.