Timo van Eldijk vond sporen in 200 miljoen jaar oude resten van een zeebodem op een fossiele vindplaats in Noord-Duitsland. De fossielen bestonden uit microscopisch kleine schubjes van motten- en vlindervleugeltjes. De grote vraag is hoe deze oude vlindersoorten met hun kenmerkende roltong, zonder bloemen, dan aan hun voedsel kwamen. Volgens Van Eldijk is een mogelijke verklaring dat ze met hun lange tong van suikerdruppels op blaadjes en bloedende bomen zogen.

© Vleugelschubben van een Glossata-mot. Bron: Universiteit Utrecht