Het lijkt het verkeerde moment om je tuin te gaan monitoren nu de herfst de toon heeft gezet. Toch is dit het seizoen bij uitstek om er mee van start te gaan. Lente en zomer zijn voor beginnelingen onbegonnen werk. De eerste trekvogels die terugkomen, het eerste merel-ei, kikkerdril, ontluikende bloemen en bladeren, dag- en nachtvlinders, vleermuizen, alle eerstelingen buitelen over elkaar heen. Je ziet door de bomen het bos niet meer.
Zeker voor beginnende tuinreservaateigenaars moet het spannend zijn om te ontdekken wat al die verbeteringen in de tuin teweeg hebben gebracht. Komen er meer vogels, insecten, vlinders of amfibieën in de tuin? Worden de voederhuisjes bezocht en door wie, welke bes-dragende planten zijn favoriet en wie smult er van?
Wat zet je in je tuindagboek?
• Alle eerste gebeurtenissen. Voor herfst en winter bijvoorbeeld: wanneer krijgt welke struik de eerste bessen, wanneer arriveert de eerste kramsvogel of koperwiek,
• Noteer de datum, het seizoen, het tijdstip, en de weersomstandigheden (temperatuur/regen/wind)
• Soorten dieren en aantallen, bv. heggenmus (2), roodborst (1), merel (4), pissenbed (20), spinnen, muizen, slakken etc.
• Gedrag van dieren
Noteer ook:
• Soorten planten en struiken die favoriet zijn bij vlinders, bijen en zweefvliegen
• Alle soorten vogels en vlinders, zoogdieren, amfibieën etc. die je tuin bezoeken.
• Kijk ook eens in de bodem en verzamel in een ‘val’ de verschillende soorten. Als je weet welke het zijn kun je ze weer vrij laten.