In het voorjaar maakt geel de dienst uit, zoals winteraconieten, narcissen, paardebloemen, dotters enzovoorts. Toch is er nog vroeger geel, namelijk de winterjasmijn. Het is een bescheiden struikje met slappe twijgen die goed geleid kunnen worden. In de zomer heeft de plant, met opvallend groene twijgen, kleine groene blaadjes. Zodra het blad afvalt, komen de eerste bloemen op het jonge hout tevoorschijn, vaak al in november. De winterjasmijn heeft maar weinig daglicht nodig om te bloeien. De bloei gaat door tot vroeg in het voorjaar. Dan is hij een welkome nectarbron voor ontwakende insecten. Bij strenge vorst vriezen de toppen van de twijgen in, maar die lopen in het voorjaar opnieuw uit. Kies een plek met volop winterzon, voor optimale bloei.
De plant kan direct na de bloei gesnoeid worden. Knip dan al het dode, zieke, beschadigde en kruisende hout weg. Ook de uitgebloeide takken kunnen weggeknipt worden. Enkele jongere takken mogen blijven en zorgen voor groei en bloei in het komende seizoen.? Zijn er onvoldoende jonge scheuten omdat je een oude verwaarloosde plant hebt, houd dan enkele oudere scheuten in stand. Knip de zijtakjes tot op enkele centimeters vanaf de hoofdtak in. Zodra zich de komende jaren alsnog jonge scheuten aan de voet van de plant gaan vormen, kun je de oude takken helemaal wegsnoeien.
Twijgen die de grond raken wortelen makkelijk, dus oppotten en inpakken! Winterjasmijn is een kadootje met z’n vrolijke heldergele bloemetjes.