
© Gert Elbertsen
Wie nu het strand bezoekt heeft een goede kans ze te vinden: rugschilden van zeekatten. Deze witte, kalkachtige structuren spoelen vooral in deze tijd van het jaar aan. "Net na de paartijd sterven ze. De rest van het dier verteert heel snel, maar de rugschilden drijven en spoelen massaal aan", weet Luka Biemond van Stichting ANEMOON.
De zeekat, ook wel sepia genoemd, is een wonderlijk dier. Het is een inkvisachtige mettien armen met zuignappen. "Acht ‘gewone’ tentakels, twee die langer zijn en alleen op het uiteinde zuignappen hebben. Die gebruiken ze om mee te jagen." Inktvisachtigen zijn weekdieren, een groep waar ook de schelpdieren onder vallen. Maar in tegenstelling tot mossels, oesters, huisjes- en naaktslakken zijn ze bijzonder intelligent. "Met hun grote katachtige ogen nemen ze hun omgeving waar. Die input zijn ze constant aan het verwerken."

Dansende sepia's bij wilgentakken
© Fotograaf: Joop Stalenburg
Op het rugschild en de papegaaiensnavel-achtige tanden na, is het lichaam van de sepia zacht. Het rugschild begint net iets achter de kop en loopt binnenin het achterlijf naar achter. "Ter versteviging, maar ook om het drijfvermogen te reguleren."
De meeste rugschilden die je nu vindt zijn van de gewone zeekat. Dit is de enige zeekatsoort die zich voortplant in Nederlandse wateren en heeft rugschilden tot 40 centimeter groot. Deze soort doet het relatief goed. Al dan niet geholpen door duikers die onderwater van wilgentenen een soort tipi-tentjes maken, waar sepia's hun eieren graag aan bevestigen.
"Maar omdat de rugschilden zo goed drijven, vinden we op onze stranden ook wel eens soorten van verder weg. Zoals de zuidelijker levende gedoornde en sierlijke zeekat." De eerste is te herkennen aan de stekel op het uiteinde van het schild, het rugschild van de sierlijke zeekat is meer ruitvormig en heeft vaak een roze zweem.

Luka Biemond van Stichting ANEMOON
© Gert Elbertsen
Thema's: