
Tractor
© Pixabay
Met de stikstofmaatregelen die vorige maand gepresenteerd werden, ligt het kabinet op koers de doelen in 2035 te halen. Dat blijkt uit de eerste doorrekening van deze plannen, uitgevoerd door Ton Brouwer van Gispoint: “Uit ons Nviro-model zien we dat met deze maatregelen in 2035 de stikstofneerslag in zeventig tot tachtig procent van de natuurgebieden onder de kritische depositiewaarde ligt.” Het wettelijk vastgelegde doel van 74% lijkt daarmee in zicht.
Vooral de maatregel om rondom kwetsbare natuurgebieden minder stikstofuitstoot toe te staan heeft veel effect, ziet Brouwer. Voor zo’n vijftien natuurgebieden, waaronder de Veluwe, gaat het om een zone van een kilometer. Bij andere kwetsbare natuurgebieden wordt een zone van 500 meter aangehouden.
Boeren krijgen in de kabinetsplannen relatief veel regie om stikstof terug te dringen. Ze kunnen zelf kiezen welke maatregelen ze invoeren op hun bedrijf, zolang de stikstofdoelen maar behaald worden. “Het model laat zien dat hier een behoorlijke onzekerheid in zit. Het is namelijk niet duidelijk in hoeverre die maatregelen financieel haalbaar zijn voor boeren. Iets als een luchtwasser moet wel ergens van betaald worden.”
In 2035 moet 74% van de kwetsbare natuurgebieden een dusdanig lage stikstofneerslag hebben dat de natuur niet verder verslechterd. Twee jaar geleden leek in 2035 maar 40% van de gebieden daaraan te kunnen voldoen. Het huidige beleid laat nu dus een forse verbetering zien, al is Brouwers voorzichtig. “Ons model laat zien dat zeventig tot tachtig procent van de gebieden kan voldoen aan de kritische depositiewaarde. Dat betekent dat de norm van 74% ook net niet gehaald kan worden.”
Komende week presenteert Brouwer de uitkomsten uit het Nviro-model. Dit model is naar eigen zeggen 10.000 keer sneller in het berekenen van stiktstofneerslag dan het veelgebruikte AERIUS-model. Daardoor kan al ver voordat het Planbureau voor de Leefomgeving haar officiële doorrekening presenteert een voorspelling worden gedaan over in hoeverre de stikstofdoelen worden gehaald. Bij een eerdere doorrekening werden de resultaten van het model door het RIVM als ‘logisch en aannemelijk’ beschouwd.