Een gemiddelde vogelgids begint met de duikers: vogels die je vooral in Noordelijke streken kunt tegenkomen en in de winter soms ook voor de Nederlandse kust. Vervolgens krijg je de fuut, tegenwoordig in iedere Amsterdamse gracht te vinden, en zijn wat schaarse familieleden. Daarna volgen de stormvogels, voor veel vogelaars het symbool van onbereikbaarheid. De noordse stormvogel is bepaald niet schaars. Maar omdat hij vooral op open zee leeft, zijn er niet veel vogelaars die dit dier regelmatig zien. Maar niet getreurd, voor wie de stormvogel graag op zijn lijstje wil bijschrijven worden tegenwoordig speciale pelagics georganiseerd: zeereizen naar voedsel- en dus vogelrijke gebieden op de Noordzee. Naast kijker en fototoestel strekken zeebenen en een niet al te kritische neus tot de aanbeveling!
Onze Pelagic vertrok om 05.00 a.m. vanuit Lauwersoog. Met ms De Dageraad stoomden we in vijf uur op naar Het Friese Front, een plek waarvan zee-onderzoekers weten dat daar vanwege de voedselrijkdom veel mooie vogelsoorten komen. Bij aankomst konden we twee van de 45 opvarenden afschrijven. Door behoorlijke zeeziekte waren ze nog maar in één ding geïnteresseerd: overleven!
De anderen hielden camera en kijker in de aanslag....
Maar de stormvogels komen niet zomaar, wist organisator Albert van den Ende. Je moet ze lokken! Het eerste lokmiddel was een ijsje: een blok bevroren visafval dat aan een touw achter de boot geleidelijk stukjes lokvoer los liet. De meeuwen, voornamelijk kleine mantels, wisten het te waarderen. Het werd serieuzer bij de popcorntruc. In een emmer werd een vuilniszak vol popcorn gemengd met overjarige, en dus stevig meurende visolie. De popcorn was slechts bedoeld om de lokkende luchtjes drijvend te houden. Toen de meeuwen zich massaal op dit stinkende spul stortten verschenen er ook enkele grote jagers. De roofmeeuwen jakkerde net zo lang achter een paar kleine mantelmeeuwen aan totdat zij hun popcorn van ellende weer opbraakten.
De klap op de vuurpijl was zonder meer het uiennet vol rotte garnalen. Van den Ende had een stevig maaltje garnalenafval bij de visafslag gehaald, om die vervolgens een week lang in een bos achter zijn huis te laten rotten in een emmer. Ook dit aas werd aan een touw te water gelaten om als een soort theezakje achter de boot de meest verschrikkelijke geuren te verspreiden. De noordse stormvogels vonden het heerlijk! Op het hoogtepunt zaten er ongeveer 15 exemplaren rond de boot van de garnalen snippertjes te snoepen. Op het achterdek stonden de fotografen twee rijen dik met de meest prachtige telelenzen hun gedroomde close-ups te schieten van de anders zo onbereikbare vogels.
Laat op de avond, in de auto terug naar huis, restten mij enkele overduidelijke herinneringen aan de tocht: de onuitwisbare beelden van de stormvogels langszij, een rood verbrande kop, een evenwichtsorgaan dat tot diep in de nacht bleef nadeinen en af en toe een onmiskenbare vleug rotte garnalenlucht uit mijn kleren. Ik heb ze maar separaat van de andere was in de machine gestopt.