Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Paul Verhoeff: De Grote Zaagbek

10-12-2008
leestijd 2 minuten
82 keer bekeken
grote_zaagbek_gr.jpg
Ik was een jaar of zes. Het was het einde van het seizoen en vader had ons naar een verlaten stuk kust geleid. De meeuwen krijsten hier harder en de horizon was weidser.
Zoals wel vaker, moest mijn broer zich over mij ontfermen. Hij nam mij dan mee op zijn tochten, het verbod van mijn moeder steevast negerend.
We liepen langs de oude vissersschepen. Ik rook de vergane glorie van een eeuwenoud vissersdorp, van waaruit dappere mannen het onbekende tegemoet voeren, en terugkeerden met verhalen over onbekende zeemonsters.
Mijn broer vertelde over de geruchten in het dorpscafé. Er was er weer één gesignaleerd, zei men, na sinds mensenheugenis niet meer te zijn waargenomen in deze streek.
De wolken waren dik en grijs. De fluitende wind bracht een onheilspellend speels wijsje voort, een oud zeemanslied, een flard uit het verleden. Het granietgrijze water sloeg stuk op de stenen dijk.
Op een bankje zat een stokoud verrimpeld schippertje. Twee gloeiende kooltjes keken mij indringend aan. "òs de sketters het lòònd in magge, benne ze puur oppe doei!", riep hij ons na. Was het een grijns of een grimas die ik zag? Het klonk als een waarschuwing. Al gauw waren we veel verder dan toegestaan door moeder.
We stopten bij een verweerde steiger. "Ze willen nog weleens onder oude steigers kruipen.", wist mijn broer van een oude rot. Vast om zo argeloze prooi met hun vreselijke muil de zee in te trekken dacht ik.
We tuurden over het water. Ik herinnerde mij de 16e eeuwse gravures uit het visserijmuseum, waarop de meest fantastische wezens stonden afgebeeld.
"Ja daar!" Riep mijn broer. Ik zag wat golfslag, maar of dit veroorzaakt werd door het wezen of door de branding wist ik niet. Mijn broer rende de steiger op. Als versteend bleef ik staan en zag hoe hij zo ver mogelijk over de rand van de steiger hing. Ik zag nog altijd niets, behalve een soort eend die aan de andere kant van de steiger wegvloog.
Uiteindelijk kroop mijn broer weer omhoog. Teleurgesteld. "Ik zou zweren dat ik hem zag. De Grote Zaagbek was hier zo goed als uitgestorven. Ik had graag de vermoedens van de mannen in het café bevestigd." Een enorme bewondering voor mijn broer welde in mij op. Zwijgend liepen we terug. Trots was ik, maar vooral opgelucht.
Delen:

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor