
Tijdens zijn vakantie sleept Menno Bentveld een aantal houtblokken naar een onbemande berghut in de Alpen. Steeds stoppen om je te vergapen aan het uitzicht en de natuurschoon veroorzaakt papbenen. Dus doorlopen! Maar de verleiding wordt te groot als een aantal vlinders voorbij flitsen: "Ik tel er wel tien. Reusachtig en briljant mooi!" Voor het nieuwe tv-seizoen van Vroege Vogels start Menno weer met zijn wekelijkse column in de Varagids.
Lees hieronder de gehele column:
Aangezien de mens een gewoontedier is, trok ook ik deze zomer weer naar mijn vertrouwde vakantieplekje en in mijn geval zijn dat de Alpen. Als laaglandbewoner moet ik minstens een keer per jaar boven op een berg staan om mezelf even héél klein te voelen én te zien of ze er überhaupt nog zijn, die bergen. Dat laatste is een minder absurd vraagstuk dan je denkt, want waar de mens via klimaatverandering rivieren laat slinken en gletsjers doet krimpen, blijven ook de Alpenreuzen van graniet, gneis en kalksteen niet buiten schot. Door ontdooiende permafrost worden bergwanden en steenconstructies instabiel en brokkelt de boel in elkaar waar je bij staat. Ook deze zomer zijn de rotsverzakkingen niet van de lucht.
Stap voor stap. Pfff, moest dat nou, die houtblokken, uitslover?
Maar eigenlijk wil ik iets wonderschoons beschrijven. Om eerst maar de zorgen weg te nemen: de bergen staan er nog (steeds) en zijn hoog genoeg om te beklimmen. Ik dus naar boven. Op weg naar de onbemande berghut waar ik zal overnachten. Eten, water mee, de hele rataplan. Eerste obstakel: een houtvoorraad aan de voet van de berg met een briefje van de Zwitserse Alpen Club om, als het even kan, een paar blokken mee omhoog te slepen, voor in het fornuis, het zijn immers maar 1300 hoogtemeters. Grüezi!
Goed. Klimmen dus. Stap voor stap. Warm. Drinken. Doorstappen. Weg kwijt. Zoeken. Weg terug. Voeten in de beek. God, wat is het nog ver. Stap voor stap. Oei, dat gaat hard met die studentenhaver, de voorraad slinkt. Stap voor stap. Pfff, moest dat nou, die houtblokken, uitslover? Het hout nu langs het pad verstoppen kan echt niet, mee naar boven dus, eigen schuld. Stap voor stap. Boven de boomgrens. Wát een panorama! Maar: niet tegelijkertijd rondkijken en lopen. Het devies is: óf lopen, óf kijken.
Plots vanuit mijn ooghoek: een witte flits, en nóg een. Gefladder. Een vlinder? Zo groot?
Allebei tegelijk geeft brokken, dat wordt struikelen, vallen, omlaag rollen. Met je houtblokken. Maar steeds stoppen om je te vergapen aan het uitzicht is slopend. Om na een pauze weer in beweging te komen: een gruwel. Papbenen! Dus doorlopen. Maar je wilt ook wat zien! Waarom ben je hier anders?! Plots vanuit mijn ooghoek: een witte flits, en nóg een. Gefladder. Een vlinder? Zo groot? Stoppen? Telefoon erbij met de app ObsIdentify? Pfff, gedoe, zo kom ik geen stap vooruit. Weer een flits! Gedartel in het gras. Wat vliegt daar nou?
De verleiding wordt te groot. De sirenen roepen. Odysseus wurmt zich los van de mast. Rugzak af, bril op, telefoon en Obs erbij, erachteraan, fotograferen, man wat zijn die beesten snel. Gelukt! De uitslag? Een apollovlinder! Ik tel er wel tien. Reusachtig en briljant mooi! Wat een traktatie. Maar direct erna betaal ik de rekening: de zak moet weer op de rug, de hoogte bedwongen. Honderden meters boven me zie ik de hut afsteken tegen de blauwe lucht. Stap voor stap. Moeder wat is het heet. En steil. En wat zijn die houtblokken zwaar. Er komt geen eind aan. Langs het slingerpad werkt niet Apollo, maar Sisyphus zich omhoog.
Thema's:
Meer over:
menno bentveld