
Nikki Dekker
© Vroege Vogels
Vreselijk vindt columnist Nikki Dekker het dat we dankzij AI voortaan geen enkel leuk dierenfilmpje meer kunnen vertrouwen. "Het beeldscherm is niet langer een raam waardoor we de rest van de wereld kunnen zien, maar een manipulatief spiegelparadijs." Maar gelukkig is de echte wereld gewoon nog te vinden middenin een stenen stad.
Lees hieronder de gehele column:
Er zijn veel dingen verschrikkelijk aan AI: de enorme stroomkosten en waterverbruik, zoals vorige week nog in dit programma besproken, de intellectuele diefstal, hoe dom het z’n gebruikers maakt — maar wat ik ook vreselijk vind is dat we voortaan geen enkel leuk dierenfilmpje meer kunnen vertrouwen.
Een roodsnavelossenpikker die een neushoorn onder handen neemt? Hartstikke nep. Een schattige bedelende quokka? Nep, nep, nep.
De afgelopen decennia hebben films ons de meest waanzinnige natuurtaferelen laten zien: een kogelvis die mandala’s in de zandbodem tekent, of keizerpinguïns die kilometers lang over het ijs waggelen; we mochten meekijken in bijenkorven en onderwater in de Hollandse sloot. Het was magisch.
'Ongelooflijk,' zeiden we terwijl we met open mond naar het beeldscherm staarden.
Maar nu kun je het ook echt niet meer geloven. Het beeldscherm is niet langer een raam waardoor we de rest van de wereld kunnen zien, maar een manipulatief spiegelparadijs. Bedankt techgiganten, ik haat het.
Gelukkig bestaat de echte wereld nog. Vorige week zat ik op een terras in Parijs een broodje te eten, omringd door huismussen, kauwtjes, spreeuwen en stadsduiven.
Een van de spreeuwen hupte richting het tafeltje rechts voor mij, waar een man zijn stokbrood zat te eten. De spreeuw keek hem doordringend aan, en toen hij z’n aandacht had, begon hij zachtjes te fluiten. Heel kort. Hij liet een kleine stilte vallen en toen, afgemeten en trefzeker, zong het dier een liedje. Als een troubadour die toeristen vermaakt. En zoals de muzikant na afloop met z’n hoed rondgaat, hupte de spreeuw nog een stap naar voren en draaide z’n kop opnieuw, vragend, zonder het oogcontact met de man te verbreken. Die brak een stuk van z’n brood af — natuurlijk, wat kon hij anders — en gooide het naar de vogel.
(Dat brood hartstikke slecht is voor vogels weet ik ook wel, maar dat laten we nu even buiten beschouwing. Je moet niet alle magie kapot maken.)
Ik kon het niet geloven. Alsof ik naar een labrador keek die wist dat er op zijn trucje een snack zou volgen — met als verschil dat dit een wild dier was, dat zelf had besloten om voor de kost te gaan zingen. Natuurlijk, ik heb mussen ook geregeld zien snaaien, maar die vertrouwen daarbij vooral op hun schattigheidsfactor en snelle reactievermogen: ze landen op de rand van je tafel, en als je niet ingrijpt nemen ze zo, snip, een hap uit je tarte citron. Dat is geen kunst.
Nee, dan de stadsduiven. Niet zo kunstig als de spreeuw, niet zo schattig als de mus; niemand geeft hen een hapje pain au chocolat. Nou ja, niemand behalve ik, want ik heb Duif van Irwan Droog gelezen, dus ik weet wat een pientere dieren het zijn. Kent u het verhaal van de Scheveningse duiven? Mensen klaagden over de zogenaamde overlast op hun balkon, en dus werden de duiven, na weken in de vogelopvang, door een vrijwilliger helemaal naar Drenthe gereden. Wat denk je? Diezelfde middag zaten ze weer op hun Scheveningse balkon.
Ook duiven zouden echt geen brood moeten eten, maar toen deze op mijn tafeltje sprong, kon ik het niet over m’n hart verkrijgen hem weg te jagen. Alle andere vogels mochten wél meesnaaien. En wat bleek: deze duif at ook helemaal geen brood. Hij pikte, heel netjes, enkel de sesamzaadjes van mijn bord.
Hier speelden zich twee schattige dierenfilmpjes recht voor mijn neus af, en er ging een bepaalde troost vanuit: dat ze hun plek hebben gevonden, middenin zo’n stenen stad.
We geven zo weinig ruimte aan andere wezens op deze planeet. Als soort hebben we al bijna alle grond ingenomen, en nu plempen grote techbedrijven het land vol datacenters en zonnepaneelparken, ze mijnen de diepzee voor smartphone-grondstoffen, verkwisten drinkwater voor die kunstmatige non-intelligentie, en tot overmaat van ramp willen ze ook nog anderhalf miljoen satellieten de ruimte in sturen zodat we nooit meer een sterrenhemel zien.
Maar die spreeuw, en die duif, die heb ik gezien. En ze waren echt.