Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Nathalie Baartman: Zoöloog in notendop_19_07_2013

19-07-2013
leestijd 2 minuten
Nathalie-Baartman_01.jpg
‘Wist je dat een cobra twee piemels heeft.’ Het zoontje van mijn vriend kijkt me vanachter z’n bril ernstig aan. ‘Een piemel om mee te plassen en een piemel waar z’n moeder hem aan vast kan houden als ze hem ergens mee naar toe wil nemen.’
‘Dan kan ze toch beter z’n hand pakken,’ zeg ik gedachteloos. Hij zucht. ‘Een cobra heeft geen handen.’
Daarna vertelt hij me dat de koningscobra de langste gifslang ter wereld is. Gegrepen is ie. Mateloos gefascineerd door het dierenrijk. De snelheid van de slechtvalk, de tanden van de tijgerhaai, het sterven van een aangereden poes. Samen met z’n vader vindt ie in de duinen restanten van een dode ree. En ondanks mijn weerzin, moet dat natuurlijk in mijn fietstassen mee.
Op z’n zevende heeft hij meer kennis over flora en fauna verzameld dan ik de gehele afgelopen veertig jaar. ‘Zo gebeurde het in Blijdorp dat ik hem toeriep:  ‘Kijk, daar zwemt een dolfijn.’ ‘Nathalie,’ weer die ernstige blik, ‘dat is een zeehond.’ Knullig moment. Maar ja, ik heb met dolfijnen en zeehonden nu eenmaal wat ik ook met Amersfoort en Apeldoorn heb. Of die keer dat hij niet uitgepraat raakte over de sabeltandtijger. Ik vroeg hem waar dat beest eigenlijk leefde. Zijn antwoord was duidelijk. ‘Die is allang uitgestorven.’
Ik ben niet van de namen en de feiten. De natuur is iets waar ik graag languit in ga liggen. En dan vind ik het niet belangrijk of iets nu mestkever of hondsdraf heet. Dat is prettig. Er zijn al zoveel woorden. Hooguit maakt onbekend soms onbemind. Van een vlieg weet ik wat ik verwachten kan. Maar van dat geribbelde monstertje met oranje streepjes en twee grijpertjes aan z’n koppie, dat deze week over mijn arm liep, wist ik niets.  Bleek het toch een lieveheerbeest larf te zijn: een vraatzuchtige luizeneter, voortdurend in oorlog met de mier. Dat had ik liever niet willen weten. Ik heb altijd geloofd dat het lieveheerbeest met de twee stippen het jonkie is, met gewoon een vader en een moeder. Veel vriendelijker dan zo’n rare larf. Is er trouwens ooit een larf larf gebleven?
‘Dit is mijn mooiste schelp.’ Hij toont me een bruinwitte met gedraaide puntjes. ‘Gevonden op Vlieland.’ Nu kijk ik ernstig. Ik vertel hem wat mijn vader me altijd vertelde. Dat niets in de natuur hetzelfde is. Dat je iedere schelp een eigen naam kan geven, omdat ze allemaal anders zijn. Allemaal.
‘Echt?’ Hij denkt even na. ‘Dan is een schelp zeldzaam en ben ik dus rijk op het strand!’
‘Steenrijk,’ beaam ik
‘Schelprijk,’ lacht hij.
Delen:

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

BNNVARA wij zijn voor