Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Nathalie Baartman: ’n beumke pott’n

  •  
14-03-2021
  •  
leestijd 2 minuten
  •  
1021 keer bekeken
  •  
Nathalie Baartman

© fotograaf: Henny Radstaak

Gerrit belde. Al kende ik Gerrit niet. Gerrit uit het schone Goor. ‘Of ik een boompje wilde planten?’ Of zoals hij letterlijk zei: ’n beumke pott’n. En als iemand aan mij vraagt ‘Goh, Nathalie, woj 'n beumke pott’n?’ komt mijn liefde voor taal en natuur zo ontiegelijk tezaam’ dat dit ter plekke uitmondt in een groot met opwinding doorspekt jubelend ja. Het ging om een wilgentelg en het zou gedoopt worden met een handje water uit de Regge. Ik werd er bijkans bijbels van. Oja, en voorafgaand ‘kriej ‘koffie met kreantenwegge.’ Zoals het het oude Twentse geboortegebruik betaamt.
De dag brak aan. Gerrit en ik kuierden langs een smalle zijtak van de Regge met een batse, boor (een schep en grondboor) en wilgentelg nummer 45. Vele planters waren mij voorgegaan. Herman Finkers, Johanna ter Steege, Hans Haamberg; de voorzitter van de meest gerenommeerde touwtrekkers-vereniging uit de regio en Tommy Wieringa. Tommy, toch, dacht ik nog. Ook vatbaar voor vragen als: ‘Woj ’n beumke pott’n?’ 
 
Alles was ooit begonnen bij een burn-out. Al noemde Gerrit zichzelf liever een kaars. Een keers. Maar dan eentje die aan beide kanten brandde. Tot de dag dat hij op was en hem niet restte dan de tred van het leven te vertragen.
 
Dat bracht hem bij dit stukje land met Regge. Nog geen vijf minuten lopen. Onlangs aangekocht door de gemeente. Een perceel waarop in de verre geschiedenis een stoomblekerij lag. Bouwhekken waren verwijderd en de verloedering lag voor het oprapen. ‘Gerrit had de bodem ontdaan van blik en plastic, het sprokkelhout verzameld en aan de randen bijeen gebracht. ‘Veur de egeltjes.’ Sprokkelhout en egeltjes. Ik zuchtte. Ontferming in haar waarachtigste vorm.
 
Gerrit zag de ambtswoning die er ooit gestaan had. De ijzeren palen van weleer die dienden als dragers van waslijnen. Gerrit zag onderbroeken hangen. De lakens wapperen/ En ik zag dat Gerrit zag. Keek voorbij de ongerepte verwaarlozing. Meer zag dan ik kon zien. Dat een landschap verhalen herbergt. Bruin metaal dat ooit een brug was. Een stenen huisje een pompgemaal. Beukenhaag tot bos verworden. En langs en door alles het kabbelen van de Regge.
 
En de gemeente dan? vroeg ik. Al wist ik. Een opgebrande kaars dat een perceel aangrijpt om schoonheid in ere te herstellen met Tommy, Herman en Johanna aan zijn oevers, aan zijn flanken. Daar kan geen beleidsplan dat in woorden rept over ‘duurzaamheid en prioriteit en biodiversiteit en aanplant en herstel van landschapselementen en hergebruik van industrieel erfgoed’ tegenop.
 
De wilg stond. Ik doopte haar tot Euphemia. De naam van mijn oma. Hoe zij ’s avonds blauwe lavendel borduurde onder een schaars licht in een volledig donkere kamer. Hoe zij snijbonen van eigen land door de molen haalde. Zij was al duurzaam toen het woord nog niet bestond.
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.