
Grauwe ganzen
© Ikjelle
Ganzen trekken zich niet veel aan van aangewezen gebieden waar ze rustig naar voedsel kunnen zoeken. In Nederland hebben negen van de twaalf provincies dit soort foerageergebieden geregeld om de enorme faunaschade die de dieren elders veroorzaken in te perken. Landelijk gezien maakt slechts één op de vijf ganzen gebruik van de speciale gebieden.
Dat blijkt uit een evaluatie naar de effecten van deze gebieden die BIJ12 liet uitvoeren namens de provincies. Ze onderzochten vier veelvoorkomende ganzensoorten. Friesland, Gelderland en Zeeland slagen nog het best in de opzet. Dat komt waarschijnlijk doordat hier een relatief groot areaal is aangewezen, waar de ganzen toch al (nabij) neerstreken voor een slaapplaats.
Het idee is dat de ganzen buiten de speciale gebieden gericht worden verjaagd en, met een ontheffing, kunnen worden afgeschoten. Ganzen zouden zich door deze onrust daar minder thuis voelen en naar de 'veilige' opvanggebieden gaan. Maar een verondersteld "lerend vermogen" van de ganzen lijkt afwezig, stellen de onderzoekers.
Bijna 30 procent van de ganzen zoekt voedsel in natuurgebieden, waar ze ook niet worden verjaagd. Meer dan de helft van de ganzen foerageert in agrarisch gebied, waar ze wel worden verstoord. Overigens gebeurt het verjagen niet echt intensief en consequent, blijkt uit het onderzoek.
Ganzen veroorzaken schade doordat ze gras opeten en de percelen onderpoepen. Vorig jaar werd ruim 72 miljoen euro uitbetaald aan boeren voor schade door watervogels. Meer dan de helft daarvan kwam door de grauwe gans. Juist deze soort blijkt de veilige gebieden het minst te gebruiken: slechts één op de tien.
Bovendien staan ganzensoorten onderling niet altijd op goede voet. Waar veel brandganzen grazen, vliegen andere ganzen liever even door.
Bron: ANP
Meer over:
ganzen