Het is zondagochtend 8u. en ik loop genietend van de geur van het nog vochtige groen door het park. Op een enkele hond die zijn vers-uit-het-nest-gevallen baasje uitlaat na, kom ik niemand tegen. Een bijna maagdelijk park, alleen voor mij. Dit plekje stad dat géén stad is en toch mijn Rotterdamse voortuin, heeft al veel met mij meegemaakt; we kennen elkaar al lang, zo’n 25 jaar.
Ik heb het park zien groeien en het park mij. Mijn kinderen hebben er verstoppertje en boefje gespeeld, stiekem sigaretjes gerookt, holen gegraven en gevoetbald. Het is de woonplek van hazen, vogels, schildpadden, egels en zelfs ooit eens van een zwerver geweest!
Dit park is gepokt en gemazeld door het leven; heeft kuilen, bulten en groeven zoals ikzelf intussen. En nu is mijn groene vriend aan een opknapbeurt toe, net als ik. We hebben veel achter ons gelaten en het is tijd voor een make-over “met behoud van de innerlijke waarden” zoals dat zo mooi heet. Nee, geen moderne restyling met gladtrekken, wegzuigen en opspuiten enzo. Dat past niet bij ons. Wij nemen genoegen met wat kleinere ingrepen om de buitenwereld een plezier te doen: hier en daar een nieuwe bank om uit te rusten van de sores, een uitkijktoren zodat we eindelijk een beetje overzicht over onze situatie krijgen en we hopen op een nieuw pad voor als we de weg kwijt zijn.
En kunst, we willen allebei kunst. Niet in de zin van nep, maar een echt kunstwerk waar een creatieve geest aan ten grondslag ligt. Iets wat speciaal voor ons bedacht is en past bij onze natuur. Iets om gewoon zomaar van te genieten, functioneel of niet functioneel. Hoewel genieten dan toch weer behoorlijk functioneel is volgens mij!
Zo zie je, er zijn veel overeenkomsten tussen mij en het park.
Alleen ben ík al lang niet groen meer vrees ik en een maagdelijke ochtend kan je met 2 kinderen ook wel vergeten.
Maar de overeenkomst tussen mij en de vleermuizengrot, mwah …