Iemand in mijn zeer naaste omgeving, ik durf niet te zeggen wie, vertelde eens dat hij zijn moeder iets heel raars zag doen. Bij het voeren van zijn kleine zusje kauwde moeder eerst het eten voor, spuugde het uit op de kinderlepel en en presenteerde de prut vrolijk aan de blije peuter.
Het schouwspel stond voor altijd in zijn geheugen gegrift. Eerlijk gezegd zou ik ook wel even schrikken. Best vies.
Maar aangezien de oermens waarschijnlijk niet beschikte over een blender, en de mensen in de Gouden Eeuw of de tijd van Napoleon ook niet, weet ik wel zeker dat we hier te maken hebben met een eeuwenoud en edel gebruik. Want wat is er eigenlijk mooier dan het eten uit je eigen mond hapklaar voor je nageslacht uit te braken?
Al sinds het begin der tijden wordt er voor de kindertjes uitgekotst. Door allerlei dieren.
Duiven bijvoorbeeld. Een duif heeft, net zoals veel andere zaadeters een krop: Een soort buideltje in de slokdarm. Eerst gaat al het eten daarin.
Maar waarom eigenlijk?
Zaad verteren als je geen tanden hebt, is best een ingewikkelde zaak. Als een duif een zaadje doorslikt, moet het zaadje eerst worden voorgeweekt in die krop voordat het zelfs maar de slokdarm ingaat. Vervolgens verhuist het zaadje naar de kliermaag. Hier zit maagzuur in dat zo bijtend is dat de chemische industrie er nog een puntje aan kan zuigen. Daarna wordt het in de spiermaag met behulp van een heleboel speciaal daarvoor ingeslikte steentjes vermalen. Zo kunnen we langzaam richting vogelpoep gaan.
Maar de duif doet nog iets bijzonders met zijn krop. Vlak voordat de jongen uitkomen, verandert er iets. De binnenkant van de krop maakt melk. Het hormoon dat daarvoor zorgt, prolactine, regelt ook bij ons de aanmaak van melk. Eigenlijk wordt de duivenkrop dus even een binnenstebuitengekeerde tiet. En het mooie is: de vaders hebben deze tiet ook! Na een week of wat verandert de tiet weer in een gewone krop. Dan is het gedaan met de melk en wordt er weer ouderwets gebraakt.
Ook wespen hebben een krop. Als een wesp een insect heeft gevangen, knipt ze onderweg naar het nest de vleugels en de poten eraf en brengt de buit snel naar huis. Daar kauwt een ander zusje de rest fijn, maakt er in haar krop een mooie stamppot van, en braakt ze alles netjes verdeeld in de mondjes van de larfjes. Het leuke is, dat de wespenlarfjes hun oude zusjes op hun beurt ook weer voeren. Tijdens het eten scheiden zij op hun beurt weer een zoete vloeistof af waar de oude wespen van leven!
Bij de honingbij gaat het weer anders. Ze zuigen nectar uit de bloemen op en bewaren dat in een zogenaamde sociale maag, de honingmaag.
Een heel klein klepje zorgt ervoor dat ze er zelf ook een slokje van kunnen nemen. De rest geeft de bij thuis af. Ook het stuifmeel, dat ze achter haar knie heeft geplakt, wordt overgedragen. Niks houdt ze voor zichzelf!
De oudste bijen halen water en geven dat ook af. Als het warm is, spuiten ze dat water aan de binnenkant van de kast, om te koelen, er wordt ook stuifmeelpap van gemaakt, voor de kindertjes. Insecten-olvarit!
(met dank aan Albert de Wilde voor de wespen-informatie)