In mijn woonplaats is gedurende meer dan een jaar het openbaar vervoer flink op de schop geweest. Het was tijdens de werkzaamheden een chaos. Fietsen naar het station door weer en wind wilde ik niet dus ging ik lopen, ook al omdat dit voor mijn silhouet en conditie een goede uitwerking moest hebben. Inmiddels is de normale dienst van het openbaar vervoer weer hersteld maar de gewoonte om ’s morgens vroeg naar het station te lopen is gebleven. Het bevalt me. Mijn tocht van gemiddeld, iets minder dan, dertig minuten is inmiddels gemarkeerd door een aantal vaste punten. Onderweg kom ik, onveranderlijk, dezelfde mensen tegen die net als ik, op weg zijn naar één van de OV centra in mijn woonplaats. Na enige onwennige eerste pogingen begonnen we te groeten. En nu groeten we voluit of we een oude bekende tegenkomen.
Die korte ontmoetingen, met een verder volkomen vreemde, geven een gevoel van verbondenheid. Aan het eind van de wandeling, dichtbij het station, kom ik langs een sloot. Hierin hebben drie ganzen hun woonplek gekozen. Net als vorig jaar. Of het dezelfde zijn weet ik eigenlijk niet want ik weet niets van ganzen en heb daarin ook geen houvast aan de tekening van de vogels. Wat ik wèl herken is de samenstelling van het groepje. Het is een bruine gans die wordt vergezeld door twee volmaakt witte ganzen. Ik tref ze meestal gras etend aan. De brede grasrand, die de dieper gelegen sloot scheidt van het pad, wordt door de ganzen als ontbijttafel gebruikt. Ik zie ze nooit gelijktijdig eten. Als er één eet, staan de anderen met hun lange nek in alle richtingen te kijken. Ik ben blijkbaar geen bedreiging voor ze. De uitkijk gakt zacht als ik nader maar de eter gaat rustig door met grazen. Kijkt niet op of om, in de twee minuten dat ik in zicht kom en ook weer verdwijn. Als ik ter hoogte van het groepje ben gekomen groet ik ze zacht. “Goedemorgen jongens en meisjes. Alles nog steeds goed”. Dan ben ik er alweer voorbij.
De uitkijk houdt zich stil en de grazer graast nog steeds. Meer reactie komt er meestal niet. De meeste reactie krijg ik als de ganzen vlakbij het pad staan. De grazer dan vlak langs het pad. De uitkijk óp het pad. Als ik dan op een afstand van ongeveer twee meter ben begint de uikijk een beetje te bewegen. Eerst de nek en daarna het lijf. Heel langzaam gaan ze dan een stapje opzij. Nog net niet helemáál tam.