Biodiversiteitscrisis. Geen goed galgje-woord. Of, letterlijk, juist wel, als je denkt aan de soorten die het loodje dreigen te leggen. Een modewoord. Het is iets van de laatste tijd, en dus is het misschien nog te stoppen.
Maar het begon allemaal al in het Neolithicum, toen moderne techniek bestond uit een geknoopt visnet of een vuurstenen dolk. Een paar duizend jaar geleden gingen dappere avonturiers op zoek naar de ruimte. Ze gingen de zee op, en kwamen op paradijselijke eilanden met vreemde wezens. Reuzenratten, dwergolifanten, vogels die niet meer konden vliegen, allerlei dieren die in afzondering een merkwaardig evolutionair pad gevonden hadden. Soorten, die al snel naar de komst van de mens verdwenen waren. En met al die verschillende eilanden in de Middellandse Zee, het Caribische gebied en de Pacifische Oceaan, waren dat heel veel soorten.
En de mens was niet eens direct verantwoordelijk. Natuurlijk is menig Kretenzisch hert of Indonesische reuzenrat in de kookpot verdwenen. Maar het was vooral de verstoring van het systeem, de introductie van vee en huisdieren, die het einde inluidde van het lokale dierenleven. De Neolithische mens wist niet wat ze deed. En eerlijk gezegd, waren het uiteindelijk de Europeanen die vaak het laatste zetje gaven. De Flacourt, gouverneur van Madagaskar, heeft nog in de 17de eeuw een olifantsvogel gezien, vlak voordat de soort uitstierf en hijzelf door piraten vermoord werd. Botten van moas, de reuzenvogels van Nieuw Zeeland, vertonen soms sporen van ijzeren messen. En uit ons eigen onderzoek weten we dat heel kort geleden op het Indonesische eiland Flores nog drie reuzenratten leefden, waar er nu nog maar één is. Het ging pas echt fout op de eilanden toen de schepen uit Europa kwamen, beladen met hongerige zeelui en dito ratten. Getuige ook het lot van de Dodo, die op Mauritius buiten bereik van de Neolithische mens bleef, maar kort na de komst van de Nederlanders het loodje legde.
Nee, wat we nu beleven is biodiversiteitscrisis 2. En net als elke sequel is die nog grootser, nog spectaculairder en gewelddadiger dan het eerste scenario. Sinds moderne techniek bestaat uit bulldozers en industriële visserij, hoeven we ons niet te beperken tot eilanden. De continenten en de oceanen zijn het decor voor de volgende uitstervingsgolf. En oceaanstomers zorgen nu voor nog meer exoten die wereldwijd verspreid worden, om elders het lokale systeem te verstoren. Slechts een ding is gelijk gebleven sinds het Neolithicum. De mens weet nog steeds niet waar hij mee bezig is.
Dr. Lars van den Hoek Ostende is paleontoloog. Hij werkt als onderzoeker bij Naturalis, het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden.