Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Jelle Reumer: De eierschaal

24-11-2013
leestijd 3 minuten
77 keer bekeken
jelle_04.jpg
Het is zondagochtend, en traditiegetrouw zullen velen zodadelijk gaan ontbijten met daarbij een gekookt eitje. Zelf doe ik dat ook graag, maar ja, vandaag komt het er niet van. Zo’n ei, dat is toch een wonder van de natuur. Neem alleen al de bijna ongelooflijke vormvastheid waarmee het ei tevoorschijn komt uit het binnenste van een kip. Gevormd in een week stelsel van eileiders en uitgeperst langs een stugge sluitspier lijkt het nauwelijks te geloven dat een ei er mooi eivormig uitkomt. Bij ons in het museum hebben we een ei van de uitgestorven olifantsvogel van Madagaskar, 31 centimeter lang en 24 centimeter in diameter, een rugbybal inderdaad. Zie zoiets maar eens netjes uit je cloaca te krijgen.
Interessanter vind ik het verband tussen uw zondagse scharreleitje, de paddentrek in het voorjaar en het feit dat allerlei hagedissen in een gortdroge woestijn kunnen leven. Dat evolutionaire verband is de eierschaal.
De gewervelde dieren ontstonden ooit in zee en bleven daar lang toe beperkt. Als je in zee leeft, kun je je eieren gewoon in het water leggen zonder het risico dat ze ooit uitdrogen. Van zalm tot stekelbaarsje, allemaal leggen ze hun gelatineuze eitjes in het water. Uit vissen ontstonden lang geleden de amfibieën. De meeste daarvan leven een deel van hun leven op het land; sommige, zoals padden, zie je zelden meer in het water behalve wanneer ze zich gaan voortplanten. Amfibieën leggen namelijk visse-eitjes, glibberige bolletjes die persé onder water moeten worden gedeponeerd omdat ze anders uitdrogen. Er komt trouwens ook geen amfibie uit het amfibieënei, maar een visje. Het kikkervisje, zonder pootjes maar met een forse vin om mee te zwemmen. Dit procédé heeft nadelen, want amfibieën moeten dus altijd op zoek naar water om zich voort te planten - naar een boerensloot of desnoods het poeltje in de bladkrans van een bromelia. Dat je als bronstige pad onderweg naar de waterplas kan worden doodgereden, tja, daar heeft de evolutie geen rekening mee gehouden.
Maar toen, waarschijnlijk ergens tijdens het Carboontijdperk, ontstond de eierschaal. In de totale evolutie van de gewervelde dieren is het ontstaan van de eierschaal misschien wel de allerbelangrijkste innovatie geweest. Dankzij de eierschaal konden de dieren echt op land gaan leven. De eieren konden gewoon op de grond worden gelegd, of in een nest of een hol, zonder dat ze zouden uitdrogen. Hierdoor kunnen reptielen zelfs in de woestijn leven.
Aanvankelijk was die eierschaal een hard, leerachtig vlies. De harde eierschaal is een uitvinding van de dinosauriërs, die het voor elkaar kregen om hun ei te verstevigen met kalkkristallen. Die verbetering reduceerde de kwetsbaarheid nog verder. Deze opmerkelijke innovatie hebben de dino’s doorgegeven aan de vogels, en dat is de reden dat u zodadelijk uw kippeneitje eerst op de rand van uw bord moet stukslaan en om het daarna te kunnen afpellen.
Maar de eerste eieren ontstonden dus in zee. Misschien wel daarom is uw zondagmorgeneitje extra lekker met een beetje fijngemalen zeezout erop gestrooid, als een culinaire herinnering aan vroeger tijden. Eet smakelijk.
Delen:

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Al 100 jaar voor