Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Jean-Pierre Geelen: Witte onschuld

Vandaag
leestijd 3 minuten
150 keer bekeken
Jean-Pierre Geelen

Wie columnist Jean_Pierre Geelen kent weet dat niets hem zo weemoedig kan stemmen als een sliert lepelaars op trek in de nazomer. "Ik kon de vogels geen ongelijk geven. In een land waar de natuur zo onder vuur ligt kun je maar beter wegwezen."

Lees hieronder de gehele column:

Afgelopen dinsdag was een feestdag. Het feest van de Democratie, en dat hebben we geweten. Voor mij kreeg de dag al vroeg glans, toen ik hardlopend langs de rotsblokken van het havenhoofd in Scheveningen een ijsvogel zag opvliegen, zo het zeewater over. Ik kreeg er vleugeltjes van.

Omdat ik er niet uitgekeken raak, wandelde ik ‘s middags opnieuw naar zee, om de hoek. Daar geldt mijn eigen wet: ‘Ga je naar zee: altijd je kijkertje mee’.

Want jawel: in de verte trok een sliert vogels door de lucht. Nerveus fladderend, in besliste lijn achter elkaar aan. Naar het zuiden. Ik zette de kijker aan m’n ogen, en veerde op: lepelaars! Wel dertig! Wie mij kent, weet dat weinig mij zo weemoedig kan stemmen als een sliert lepelaars op trek in de nazomer.

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge lepelaars in september,
net geboren, slap nog,
die ons verlaten: nee.

Ooit zag ik zo’n zelfde slinger lepelaars door de ijle najaarslucht gaan. Hun aandoenlijke gestaltes losten op in de verte; witte vonken flakkerden op als de spetters van groot siervuurwerk tegen de nachtelijke hemel. Uitgedoofd, het feestje voorbij, de tijd vergleden.

Tot zover de weemoed.

Die vogeltrek blijft een Olympische prestatie. Een kustvogel op trek verbruikt acht tot negen maal meer energie dan normaal, soms zonder eten, drinken of sanitaire stop. Onbegrijpelijk dat Studio Sport dáár nooit over gaat.

Boeken zijn volgeschreven over die vogeltrek. We weten steeds meer: van magnetische velden, instinct, het weer en de hindernissen. Maar er blijft iets mysterieus aan wat de vogels ten diepste drijft.

Dinsdag werd het mij duidelijk. Die lepelaars van mij hadden de wieken genomen omdat het ze simpelweg te heet onder de voeten was geworden. Het land stond immers in brand. Langs wegen hingen rookpluimen van fikkende hooibalen, autobanden en pallets. Op het spoor waren op wel 35 plekken ijzeren staven aan de treinrails vastgelast. Het is een wonder dat er geen slachtoffers zijn gevallen.

Wie de daders ook zijn: het waren botte boeren.

‘Het waren de Russen’, zeiden sommigen. Dat mag je nooit uitsluiten, maar het lijkt mij onwaarschijnlijk dat KGB-agenten de weg naar Teuge, Overberg, Twello en Olst feilloos wisten te vinden - zelfs de gemiddelde Nederlander heeft geen flauw idee. Het zijn heel toevallig wel plaatsen waar al jaren omgekeerde vlaggen wapperen. Van wapperaars die boos zijn op de natuur. Dat die bestaat en dat ze die straks niet meer mogen vervuilen. Sinds de broodkruimels van Kleinduimpje wezen sporen nooit meer zo duidelijk de weg. De politie hoeft de daders alleen nog maar even in te rekenen, en stevig af te rekenen graag.

Aan zee liet ik dinsdag mijn feestje met die slinger lepelaars niet bederven. Ik kon de vogels geen ongelijk geven. In een land waar de natuur zo onder vuur ligt kun je maar beter wegwezen. Wij achterblijvers hebben het nakijken.

Ik was erbij: ik heb gezien hoe de witte onschuld ons heeft verlaten. Ons staan donkere dagen te wachten met gure wind. Ik wens ons sterkte. Het blijft hopen, maar misschien keert de onschuld volgend voorjaar terug, en zullen we er vleugeltjes van krijgen.

Reacties (0)

VroegeVogels

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.

Je kunt je op elk moment uitschrijven. Bekijk of beheer hier alle nieuwsbrieven.

Wil je meer weten over de manier waarop wij met jouw gegevens omgaan? Lees dan ons Privacy statement.

BNNVARA wij zijn voor