Advocaat van de natuur en spreekbuis van het milieu.

Jean-Pierre Geelen: Helden

  •  
31-07-2016
  •  
leestijd 3 minuten
  •  
77 keer bekeken
  •  
JeanPierreGeelen_01.jpg
De trend kan u niet ontgaan zijn: de heldendood is nogal in de mode de laatste tijd. In ruil voor martelaarschap en nog wat praktische zaakjes speelt de mens met het leven. Helaas niet alleen met zijn eigen leven, maar ook met dat van anderen. De dood lonkt, maar het lukt mij maar niet er enig heldendom aan te ontlenen.
Zo heb ik onlangs geamuseerd de berichten – en zeker ook de beelden – bekeken van een Spaanse stierenvechter die de dood vond in de arena. Op de horens genomen door de stier die hij zogenaamd ‘bevocht’. Ze doorboorden zijn borstkas, de toreador hapte roerloos het zand. Geamuseerd, ja – u hoorde het goed. Ik zeg het met schaamrood op de kaken, maar ik kan niet ontkennen dat een satanisch genoegen zich van mij meester maakte. En ik ben de enige niet, weet ik toevallig. Gerechtigheid in de oneerlijke strijd tussen mens en dier.
Voorstanders (ze zijn er) noemen het stierengevecht een van de weinige plekken waar de mens nog oog in oog staat met de dodelijke natuurkracht; elders in de samenleving zou de dood vooral worden ontweken. Dat is natuurlijk onzin: de dood is overal om ons heen. Hoe het met die ene stier afliep, laat zich raden. Zelfs zijn moeder werd naar het slachthuis gebracht, om zo de bloedlijn af te snijden. Want de dood uitdagen mag dan een moedig spelletje zijn, hij mag natuurlijk niet te dichtbij komen.
De voorstanders wijzen op de esthetiek: het stierengevecht zou een nobele dans met de dood zijn; kijk maar naar de stierenrennen door de straten van Pamplona. Ik hou van kunst, maar mij ontgaat de esthetiek, evenals de veronderstelde moed van de bezopen renners. Wie op artistieke wijze de dood wil verachten, moet zijn balletschoenen eens aantrekken en pirouetjes draaien door de straten van Aleppo.
Daar zie je het pas goed: de dodelijkste natuurkracht is de mens zelf. Hij is zijn eigen monster. Ik kan dat weten, want ik ken dat monster. Dat ik genoegdoening voelde bij de dood van een stierenvechter - een mens, toch - maakt mij moreel gezien geen haar beter dan de lustmoordenaars die ik zo veracht.
Afgelopen week stak het monster de kop weer op. In de krant las ik over een jager in Slowakije, die per ongeluk een andere jager had doodgeschoten. Hij had het niet eens door; zo blind kunnen jagers zijn. Het beest in mij werd wakker en trok grinnikend één ooglid op: ‘Hij had toch een goed leven gehad? Nou dan.’
Ik weet het, het mag niet, het kan niet, het is verwerpelijk. En echt: ik vecht als een leeuw tegen het roofdier in mijzelf. Maar steeds bij zulke berichten wekt een giftig mengseltje van wraak, rancune en bloeddorst het monster in mij tot leven.
Het zal pijn doen, maar ik zal blijven vechten. Ik zal het bloedende beest sierlijk een zwaard tussen zijn ribben steken, het als een matador met een dolk tussen zijn ogen afmaken. Als alle Hemmingwaytjes en andere plezierdoders nu hetzelfde doen, staan we eindelijk gelijk, in een eerlijke strijd. Wees niet bang: ik zal die monsters de oren afsnijden, en hun ballen trots ronddragen langs het publiek. Ik gun ze een echte heldendood.
Delen:

Praat mee

onze spelregels.

avatar
0/1500
Bedankt voor je reactie! De redactie controleert of je bericht voldoet aan de spelregels. Het kan even duren voordat het zichtbaar is.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Maandag, woensdag en vrijdag versturen wij je alle informatie uit de radio en tv-uitzending en het laatste internetnieuws.