Na ontpoldering van de Hedwige-Prosperpolder zal het zeewater weer de ruimte krijgen. Hóe het Vlaams-Nederlandse gebied zich na de ontpoldering precies gaat ontwikkelen was nog niet bekend. Onderzoekers van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut der Zee en Universiteit Antwerpen hebben de afgelopen vier jaar gewerkt aan een model dat voorspelt hoe het gebied eruit zal zien in de decennia die volgen na het binnenlaten van zoute Scheldewater.
Bekijk de video van het NIOZ:
Johan van de Koppel, senior onderzoeker van het NIOZ en projectcoordinator:
"De Hedwigepolder, die rond 1900 werd ingepolderd en nu tamelijk diep ligt, zal in de komende 50-100 jaar opslibben tot een van de hoogste gebieden van Zeeland en daarmee de zeespiegelstijging die nu wordt verwacht met gemak kunnen bijhouden."
Robuust, rijkgevarieerd slik- en schorlandschap
Vier jaar lang deden de onderzoekers veld- en lab-experimenten en zetten zij zelfs de nationale Vlaamse supercomputer in voor de zware berekeningen. De voorspellingen tonen voor de eerste tien jaar een nat gebied met nog weinig begroeiing, maar veel bodemdieren, en daarmee watervogels en steltlopers, zoals lepelaars, kluten, wulpen en zelfs zeearenden. Heel langzaam vullen slib en zand het gebied op, en vestigt de typische schorvegetatie zich, tot na ongeveer vijftig jaar een robuust, rijkgevarieerd slik- en schorlandschap ontstaat.
Het nieuwe getijdenatuurgebied van 465 hectare (930 voetbalveden), dient daarnaast als ecologisch filter voor een betere waterkwaliteit in de Schelde, draagt bij aan waterberging tijdens gevaarlijk hoog water, en beschermt door natuurlijke ophoging van zand en slib ook de dijken.
Borstelwormen
In het voorjaar van 2018 bezochten we dit gebied met Vroege Vogels TV. De voorspelling was toen dat het gebied nog lang kaal zal blijven als gevolg van de aanwezige borstelwormen, zogeheten zeeduizendpoten of zagers. Deze wormen trekken neervallende plantenzaadjes de grond in, wachten tot het zaadje ontkiemt, en eten vervolgens als een razende de zaailing op. Het zijn in feite tuinierende wormen, en geen zaadje krijgt de kans een plantje te worden.