
windmolen in tulpenveld
© Dassel - pixabay
De zomer van 2026 was de warmste sinds het begin van de metingen. Voor een meerderheid van de Nederlanders leidde de hitte tot hinder (59%). Mensen die hinder ondervonden van de hitte zijn vaker bereid om meer te doen om klimaatvriendelijker te leven dan wie geen last van de hitte had (46% tegenover 27%). Ook zien zij hitte, droogte en bosbranden vier keer zo vaak als een (zeer) grote bedreiging voor zichzelf en de directe omgeving (24% vs 6%). Tegelijk zegt vier op de tien van hen (41%) dat ze bij informatie over klimaatverandering vaak een concrete eerste stap missen die ze zelf kunnen zetten. Dat blijkt uit nieuw representatief onderzoek van Motivaction, dat vandaag verschijnt tijdens de introductie van Kenniscentrum Duurzaam Leven, de nieuwe naam van Milieu Centraal.
Op 26 juni gaf het KNMI voor het eerst in Nederland code rood voor hitte af. Bijna één op de vijf Nederlanders voelde zich opgesloten in huis of op een andere koele plek. Een even grote groep moest activiteiten of afspraken afzeggen. Ook zagen Nederlanders hun tuin verdorren, gingen planten, gras of bomen dood en werden er hoge kosten gemaakt voor bijvoorbeeld een airco of zonwering. Verder kreeg bijna één op de tien ernstige lichamelijke klachten zoals duizeligheid of misselijkheid, had eveneens 9% meer last van de luchtwegen en kreeg 8% de woning overdag niet meer koel waardoor ze niet meer in de eigen woning konden blijven.
Deze ervaringen laten sporen na: van de mensen die minstens één van de gevolgen meemaakten, voelt 92% zich inmiddels in meer of mindere mate ongerust, onveilig of machteloos als het gaat om de gevolgen van klimaatverandering in Nederland.
De ervaringen van afgelopen zomer hangen samen met hoe mensen naar klimaatverandering kijken. Mensen die aangeven hinder van de hitte te hebben ervaren, maken zich vaker zorgen over klimaatverandering, vinden het onderwerp urgenter en zijn vaker gemotiveerd om zelf in actie te komen (40% tegenover 21%). Ook hebben zij vaker het gevoel dat gezamenlijke inspanningen echt verschil kunnen maken (67% tegenover 49%).
Tegelijk blijken veel mensen moeite te hebben om die motivatie om te zetten in concrete stappen. Een derde van de Nederlanders mist bij informatie over klimaatverandering een concrete eerste stap. Onder mensen die hinder van de hitte hebben ervaren is dat 41%. Hoewel zes op de tien Nederlanders aangeven te weten welke stappen zij kunnen zetten, lijkt de vertaalslag naar het dagelijks leven vaak lastig. Vooral betaalbare en makkelijk toegankelijke duurzame alternatieven zouden mensen helpen om daadwerkelijk in actie te komen. Juist die informatie over stappen die mensen zelf kunnen zetten vinden ze op de website van Kenniscentrum Duurzaam Leven. De bereidheid is het grootst bij stappen dichtbij huis: minder energie gebruiken, kapotte apparaten laten repareren en minder nieuwe spullen kopen. Nederlanders zien daarbij niet alleen een taak voor zichzelf: 70% vindt bedrijven (zeer) sterk verantwoordelijk voor het tegengaan van klimaatverandering, 66% de overheid en 50% burgers. Een meerderheid (57%) vindt dat de overheid meer moet doen om klimaatverandering tegen te gaan.
Hoewel veel Nederlanders de gevolgen van hitte en droogte ervaren, zien zij die vaker als een bedreiging voor Nederland dan voor zichzelf. Vooral de natuur en volksgezondheid worden als kwetsbaar gezien, terwijl slechts een minderheid de gevolgen van klimaatverandering als een grote bedreiging voor de eigen leefomgeving beschouwt. Klimaatverandering wordt steeds minder gezien als een probleem van de verre toekomst. Bijna de helft (47%) is het oneens met de stelling dat het nog lang duurt voordat de gevolgen merkbaar zijn.
Bron: Smith Communicatie